<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:1997:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-02T13:20:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">l 6/038752-96 (ontnemingsvordering)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1997:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1997:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-02T11:45:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:1997:2 Rechtbank Utrecht , 11-11-1997 / l 6/038752-96 (ontnemingsvordering)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:1997:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvonnis. Verdachte heeft bij het computerbedrijf waar hij als logistiek medewerker werk­ zaam was, samen met een ander of anderen, partijen elektronische apparatuur en onderdelen/accessoires voor computers en printers verduisterd. De totale waarde van de verduisterde partijen bedroeg naar schatting ruim 2 miljoen gulden.</para>
      <para />
      <para>Zie ook: ECLI:NL:RBUTR:1997:1.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:1997:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Parketnummer</emphasis>: <emphasis role="bold">16/038752-96 (ontnemingsvordering)</emphasis></para>
    <para>Datum uitspraak: <emphasis role="bold">1</emphasis><emphasis role="bold">1 november 1997</emphasis></para>
    <para>Naam: <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenspraak</para>
    <para>Raadsvrouwe: mr. H.J. Witkamp <emphasis role="bold">verkort vonnis</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [veroordeelde] ,</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [1970] te Craraçao (Nederlandse Antillen), wonende te [woonplaats] , [adres] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van een vordering van de officier van justitie ex artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, ertoe strekkende dat de rechtbank:</para>
    <para>I. vaststelt het bedrag waarop het door verdachte uit strafbare feiten verkregen wederrechtelijk voordeel als bedoeld in artikel 36e, lid 4, Wetboek van Strafrecht, wordt geschat;</para>
    <para>II. verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een maximum-bedrag van <emphasis role="italic">f </emphasis>22.000,--.</para>
    <para>Het onderzoek in deze zaak is gehouden op de terechtzitting van 28 oktober 1997.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">1. De procedure</emphasis>
    </para>
    <para>De officier van justitie heeft op 1 oktober 1997 aan verdachte (hierna te noemen veroordeelde) voormelde vordering doen betekenen.</para>
    <para>Deze vordering en de strafzaak tegen veroordeelde, waarop deze vordering betrekking heeft, zijn ter terechtzitting van 28 oktober 1997 aangebracht. Het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak tegen veroordeelde heeft geleid tot na te noemen vonnis.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">2, Beoordeling van de vordering</emphasis>
    </para>
    <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 11 november 1997 is veroordeelde in zijn strafzaak veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, terzake van - kort gezegd - medeplegen verduistering in dienstbetrekking, meermalen gepleegd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De rechtbank ontleent de schatting van het na te noemen wederrechtelijk verkregen voordeel aan de navolgende wettige bewijsmiddelen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>(nader uit te werken bij appèl)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>3. <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met betrekking tot het door veroordeelde uit strafbare feiten verkregen voordeel is voldoende aannemelijk geworden:</para>
    <para>dat veroordeelde een bedrag van ten minste <emphasis role="italic">f </emphasis>22.000,-- heeft verkregen uit de opbrengst van de onder primair bewezenverklaarde feiten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het voordeel dat door de veroordeelde door middel van de hiervoor vermelde feiten wederrechtelijk is verkregen wordt op grond van vorenstaande geschat op <emphasis role="italic">f </emphasis>22.000,-­ (tweeëntwintigduizend gulden).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De rechtbank acht de vordering tot laatstgenoemd bedrag voor toewijzing vatbaar.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>
      <emphasis role="underline">De toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
    </title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>
      <emphasis role="underline">Beslissing</emphasis>
    </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht vast op een bedrag van  <emphasis role="italic">f </emphasis>22.000,--(tweeëntwintig­ duizend gulden).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt hem tot betaling van dit bedrag aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van voormeld bedrag plaatsvindt, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">30 dagen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. S.W.P.C. Braunius, J.A. Janse de Jonge en C.G. Nunnikhoven, bijgestaan door E.J. Willekers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 november 1997.</para>
      <para>Mr. Nunnikhoven is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>