<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:45:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW4777</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-04-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/820005-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:07:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 27-04-2012 / 01/820005-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt dat geen straf of maatregelaan verdachte wordt opgelegd voor -kort gezegd- medeplegen van uitkeringsfraude. Verdachte en haar mededader hadden niet aan de sector werk van de gemeente Eindhoven gemeld dat zij en haar mededader in Turkije een appartement bezitten en dat zij zich hebben ingekocht in een ouderdomspensioen waaruit zij een uitkering ontvangen.</para>
        <para>De rechtbank legt geen straf of maatregel op gelet op de relatief korte pleegperiode en omdat verdachte zelf is getroffen door de gevolgen van de feiten (de feiten hebben voor verdachte grote financiële gevolgen gehad).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4777:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/820005-11 </para>
      <para>Datum uitspraak: 27 april 2012	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1957],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 april 2012.</para>
    <para> </para>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging.</para>
      <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 februari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot en met 01 mei 2009 te </para>
      <para>Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, </para>
      <para>althans alleen, (telkens) in strijd met een haar, verdachte, en/of haar </para>
      <para>mededader bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te </para>
      <para>weten de verplichting neergelegd in artikel 17 van de Wet werk en bijstand </para>
      <para>(WWB) en/of artikel 65 van de Algemene bijstandswet (Abw), (telkens) </para>
      <para>opzettelijk heeft/hebben nagelaten tijdig de benodigde gegevens te </para>
      <para>verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf </para>
      <para>of een ander, terwijl verdachte, en/of zijn mededader wist(en), althans </para>
      <para>redelijkerwijze moest(en) vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de </para>
      <para>vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of </para>
      <para>tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de WWB en/of Abw, dan wel </para>
      <para>voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers </para>
      <para>heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader (telkens) zakelijk </para>
      <para>weergegeven, toen en daar niet en/of niet tijdig aan de Sector Werk van de </para>
      <para>gemeente Eindhoven en/of zijn voorganger(s) gemeld dat zij, verdachte, en/of </para>
      <para>haar mededader in Turkije een appartement en/of een perceel bouwgrond bezit </para>
      <para>en/of dat zij, verdachte, en/of haar mededader zich heeft/hebben ingekocht </para>
      <para>voor een ouderdomspensioen, waaruit sinds 1 november 2008 uitkering wordt </para>
      <para>ontvangen;</para>
      <para>(artikel 227b Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot en met 01 mei 2009 te </para>
      <para>Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, </para>
      <para>althans alleen, (telkens) in strijd met een haar, verdachte en/of haar </para>
      <para>mededader bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te </para>
      <para>weten de verplichting neergelegd in artikel 17 van de Wet werk en bijstand </para>
      <para>(WBB) en/of artiokel 65 van de Algemene bijstandswet (Abw), (telkens) heeft </para>
      <para>nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl die </para>
      <para>gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders </para>
      <para>recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur </para>
      <para>van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft/hebben zij, verdachte, </para>
      <para>en/of haar mededader (telkens) zakelijk weergegeven, toen en daar niet en/of </para>
      <para>niet tijdig aan de Sector Werk van de gemeente Eindhoven en/of zijn </para>
      <para>voorganger(s) gemeld dat zij, verdachte, en/of haar mededader in Turkije een </para>
      <para>appartement en/of een perceel bouwgrond bezit en/of dat zij, verdachte, en/of </para>
      <para>haar mededader zich heeft/hebben ingekocht voor een ouderdomspensioen, waaruit </para>
      <para>sinds 1 november 2008 uitkering wordt ontvangen;</para>
      <para>(artikel 447d Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    <para>   </para>
    <parablock>
      <para>De formele voorvragen.</para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen met inachtneming van hetgeen daaromtrent hierna nader wordt overwogen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vrijspraak.</para>
      <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank zal het openbaar ministerie ten aanzien van een deel van het subsidiair tenlastegelegde feit niet ontvankelijk verklaren in haar recht tot vervolging, te weten voor wat betreft de periode van 1 juni 2000 tot 21 maart 2009, omdat het feit een overtreding betreft welke is verjaard met betrekking tot de zojuist genoemde pleegperiode.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaring.</para>
      <para>De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 21 maart 2009 tot en met 01 mei 2009 te Eindhoven,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander, telkens in strijd met een haar, verdachte</para>
      <para>en haar mededader bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te </para>
      <para>weten de verplichting neergelegd in artikel 17 van de Wet werk en bijstand </para>
      <para>(WBB), telkens heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl die </para>
      <para>gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders </para>
      <para>recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur </para>
      <para>van die verstrekking of tegemoetkoming, immers hebben zij, verdachte, </para>
      <para>en haar mededader telkens zakelijk weergegeven, toen en daar niet aan de Sector Werk van de gemeente Eindhoven gemeld dat zij, verdachte, en haar mededader in Turkije een </para>
      <para>appartement  bezitten en dat zij, verdachte, en haar mededader zich hebben ingekocht voor een ouderdomspensioen, waaruit sinds 1 november 2008 uitkering wordt ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid van het feit.</para>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafbaarheid van verdachte.</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Oplegging van straf en/of maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De eis van de officier van justitie.</para>
      <para>Primair vrijspraak.</para>
      <para>Subsidiair:</para>
      <para>Hechtenis voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para>Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:</para>
      <para>a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,</para>
      <para>b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank vindt in de relatief korte pleegperiode en de daaruit voortvloeiende geringe ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, het gegeven dat verdachte nog niet eerder ter zake enig strafbaar feit is veroordeeld en zelf getroffen is door de gevolgen van de door haar gepleegde strafbare feiten in die zin dat die feiten voor haar grote financiële gevolgen met zich hebben gebracht, aanleiding om te bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepasselijke wetsartikelen.</para>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 9a, 47, 62, 447d.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>DE UITSPRAAK</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. primair: </para>
      <para>Vrijspraak</para>
      <para>Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft </para>
      <para>begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in haar vervolging van het</para>
      <para>subsidiair tenlastegelegde feit (overtreding) ten aanzien van de periode van 1</para>
      <para>juni 2000 tot 21 maart 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. </para>
    <para />
    <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para>Het bewezenverklaarde levert op de overtredingen: </para>
    <para> </para>
    <para>subsidiair </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Medeplegen van in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde </para>
      <para>verplichting, nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken terwijl </para>
      <para>deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders </para>
      <para>recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of duur </para>
      <para>van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. subsidiair: </para>
      <para>Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. S.J.O. de Vries, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.G.A.M. van de Ven en mr. J.M.J. Denie, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 27 april 2012.</para>
      <para>Mr. J.M.J. Denie voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>