<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2012:7765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-17T13:59:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-228</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2012:7765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2012:7765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-17T13:58:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2012:7765 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 21-12-2012 / 12-228</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2012:7765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wrakingsverzoek afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2012:7765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="80727230-0f11-40cd-9b81-efe88849420f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8e84841d-ad6b-4681-b3e0-c6575505815f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's‑Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer  / rekestnummer: 255465 / EX RK 12-228 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 21 december 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. D.J. de Lange</emphasis>,</para>
      <para>in zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch bij de behandeling van</para>
      <para>de zaak met zaaknummer: AWB 12/2309,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>- het proces-verbaal van de terechtzitting in de hoofdzaak op 19november2012 met</para>
      <para>daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek;</para>
      <para>- de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek;</para>
      <para>- het dossier in voormelde hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op</para>
        <para>20 december 2012. Verzoeker is verschenen. Hij heeft het wrakingsverzoek nader toegelicht</para>
        <para>en bij dit verzoek gepersisteerd.</para>
        <para>De rechter is niet verschenen. In de schriftelijke reactie heeft de rechter zijn standpunt ten</para>
        <para>aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer:</para>
        <para>AWB 12/2309. Verzoeker heeft betoogd dat de rechter niet onbevooroordeeld het geschil</para>
        <para>kan beoordelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek heeft verzoeker, zoals in het proces-verbaal</para>
        <para>van 19 november 2012 kort en zakelijk is weergegeven en desgevraagd ter zitting</para>
        <para>nader is toegelicht, gewezen op de volgende feiten en omstandigheden:</para>
        <para>Voorafgaand aan de zitting heeft verzoeker stukken ontvangen van de rechtbank waaruit</para>
        <para>vooringenomenheid blijkt. Het betreft een instructie waarin vermeld staat dat het beroep</para>
        <para>ongegrond wordt verklaard. Verder staan er subjectieve opmerkingen in waar verzoeker het</para>
        <para>niet mee eens is. Daarnaast is vermeld dat tot 11 dagen voor de aanvang van de zitting door</para>
        <para>partijen nog stukken ingezonden kunnen worden. De rechtbank heeft op 12 en 13 november</para>
        <para>2012 nog stukken opgevraagd bij de wederpartij.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft verzoeker nog het volgende aangevoerd.</para>
        <para>Op 21 november 2012 - derhalve twee dagen na de zitting waarin de rechter is gewraakt.</para>
        <para>stond een zitting gepland in een Voorlopige Voorzieningzaak die door de zoon van</para>
        <para>verzoeker was ingesteld. In de procedure waarin om wraking is verzocht, is verzoeker</para>
        <para>bijgestaan door zijn zoon. Verzoeker en zijn zoon waren dan ook zeer verrast en geschokt</para>
        <para>dat de gewraakte rechter de voorzitter bleek te zijn van de zitting op 21 november 2012. Op</para>
        <para>de uitnodiging voor de zitting van 21 november 2012 stond mr. Potters vermeld als</para>
        <para>voorzitter. De rechter had, zo stelt verzoeker, deze zitting niet mogen accepteren, althans ter</para>
        <para>zitting moeten uitleggen waarom hij in plaats van de aangekondigde mc. Potters deze zaak</para>
        <para>behandelde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader —</para>
        <para>kort samengevat — het volgende aangevoerd:</para>
        <para>De rechtbank heeft op 12 en 13 november in het procesdossier genoemde, maar niet</para>
        <para>aangetroffen stukken bij verweerder opgevraagd. Deze stukken zijn aan verzoeker</para>
        <para>toegezonden. De wet bevat geen bepalingen over het opvragen van stukken door de</para>
        <para>rechtbank, waarin beperkingen zijn gesteld aan de termijn. De enkele omstandigheid dat de</para>
        <para>rechtbank stukken opvraagt bij een van partijen en die aan het dossier toevoegt, waardoor</para>
        <para>partijen over dezelfde informatie beschikken, levert geen grond voor wraking op.</para>
        <para>Bij de verzending van de opgevraagde stukken aan verzoeker is per ongeluk ook de door de</para>
        <para>secretaris opgestelde instructie van de zaak meegezonden. Dit betreft een hulpmiddel bij de</para>
        <para>voorbereiding en de afwerking van de zaak. De beslissing wordt pas nà de zitting, mede met</para>
        <para>inachtneming van wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht, genomen. De</para>
        <para>instructie bevat nooit een voorlopig oordeel van de rechter. Aan dit stuk kan dan ook nooit</para>
        <para>de conclusie worden verbonden dat de rechter vooringenomen is, of dat die schijn is gewekt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden</para>
        <para>beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke</para>
        <para>onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling moet</para>
        <para>worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die</para>
        <para>zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot</para>
        <para>een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief</para>
        <para>gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van</para>
        <para>het wrakingsverzoek van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek gebaseerd op een aantal gronden.</para>
        <para>Dienaangaande oordeelt de rechtbank als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechter heeft in de meergenoemde procedure met zaaknummer AWB 12/2309</para>
          <para>het van belang geacht om een aantal stukken bij de wederpartij van verzoeker op te vragen.</para>
          <para>Verzoeker is het, gelet op de onderbouwing van zijn wrakingsverzoek ter terechtzitting,</para>
          <para>kennelijk niet eens met deze beslissing. Door de stukken zelf op te vragen, zé stelt</para>
          <para>verzoeker, accepteert de rechter de stukken al bij voorbaat en handelt hiermee niet objectief.</para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechter om nadere stukken op te</para>
          <para>vragen, er niet van getuigt dat de rechter enige vooringenomenheid tegenover verzoeker</para>
          <para>heeft gekoesterd of dat sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid</para>
          <para>van de rechter. De rechter heeft slechts gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om op basis</para>
          <para>van het procesdossier, het geschil tussen partijen en de stellingen van partijen nadere</para>
          <para>processtukken op te vragen en deze in het dossier te voegen. De betreffende stukken zijn</para>
          <para>ook aan verzoeker toegezonden, zodat hij hiervan kennis heeft kunnen nemen.</para>
          <para>Van schending van processuele regels of van een benadeling van verzoeker door toedoen</para>
          <para>van de rechter op grond waarvan partijdigheid of de schijn van partijdigheid zou moeten</para>
          <para>worden aangenomen, is niet gebleken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de door de secretaris opgestelde instructie - die</para>
          <para>voorafgaand aan de zitting abusievelijk aan verzoeker is toegezonden - niet de conclusie kan</para>
          <para>worden verbonden dat de rechter vooringenomen is geweest. Alhoewel het stuk de vorm</para>
          <para>heeft van een concept-uitspraak, blijkt voldoende dat het hier gaat om een interne</para>
          <para>werkinstructie. Dit staat duidelijk vermeld op het stuk. Voorts volgt dat ook uit de tekst van</para>
          <para>de betreffende instructie. Zo staat daarin louter welke standpunten partijen tot dan toe</para>
          <para>innemen, welke aspecten nog nadere vraagstelling behoeven, hoe de relevante wet- en</para>
          <para>regelgeving luidt en dat de conclusie een voorlopige is.</para>
          <para>De rechtbank ziet in de instructie naar objectieve maatstaven bezien geen grond voor</para>
          <para>vooringenomenheid, noch voor een objectief gerechtvaardigde vrees dienaangaande.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het enkele feit dat de gewraakte rechter een andere zaak voorzit, levert in de</para>
          <para>procedure AWB 12/2309 geen grond voor wraking op. Gesteld noch gebleken is dat de</para>
          <para>rechter op de zitting van 21 november 2012 opmerkingen gemaakt heeft die kunnen leiden</para>
          <para>tot de conclusie dat de rechterlijke onpartijdigheid in voormelde procedure schade zou</para>
          <para>kunnen lijden.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen zal het wrakingsverzoek worden</para>
        <para>afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De  rechtbank,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af, het verzoek tot wraking van mr. D. J. de Lange, in de zaak met zaaknummer</para>
      <para>AWB 12/2309.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Bik, voorzitter, mr. P.P,M. van der Burgt en</para>
      <para>mr. P.H. Schoemaker, leden, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012</para>
      <para>tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>