<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T10:09:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBSHE:2011:147</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ7108</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 10-2176</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2011/898 met annotatie van J.P. Kruimel</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2011/51.21.13</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2011-1413</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2011060608</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 25-05-2011 / AWB 10-2176</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De matrix bevat twee in dezelfde straat gelegen referentieobjecten die zeer goed vergelijkbaar zijn met de woning van de belanghebbende. Eén van die objecten is volgens verweerder te goedkoop verkocht en daarom zou de prijsverhouding per kubieke meter niet kloppen. De rechtbank neemt aan dat een mutatie van het aantal kubieke meters (in dit geval) voor ongeveer 1/3 (in omgekeerde richting) doorwerkt in de mutatie van de prijs per kubieke meter. Hiervan uitgaande komt de waarde van eisers woning bij vergelijking met het “te goedkope” object veel lager uit. De rechtbank stelt de waarde vast op het gemiddelde van die veel lagere waarde en de door verweerder berekende waarde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ7108:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ‘S-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Procedurenummer: AWB 10/2176</para>
    <para />
    <para>Uitspraakdatum: 25 mei 2011</para>
    <para />
    <para>Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>[eiser], wonende te Volkel, eiser,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Uden, verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegingen</para>
      <para>Eiser is eigenaar van de woning op het adres [adres] te Volkel. Bij beschikking van 28 februari 2010 heeft verweerder de waarde van die woning voor toepassing van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2010 bepaald op € 380.000. Het hiertegen gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard bij uitspraak op bezwaar van 1 juni 2010. Tegen deze uitspraak heeft eiser beroep ingesteld. Dat beroep is behandeld ter zitting van 13 april 2011, waar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn [gemachtigde]. Verweerder heeft zich daar laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde J. Tammel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Blijkens de zogenaamde matrix is verweerder uitgegaan van de verkoopcijfers van (onder meer) de panden [adres 1] en [adres 2]. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zijn standpunt hierdoor onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, aangezien er geen logisch verband is tussen de prijs per kubieke meter van eisers woning en de prijzen per kubieke meter van genoemde referentiepanden. De rechtbank zal daarom de bestreden uitspraak vernietigen. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en overweegt daartoe het volgende.</para>
    <para />
    <para>Aangenomen moet worden dat in een situatie als de onderhavige een mutatie van het aantal kubieke meters voor ongeveer 1/3 (in omgekeerde richting) doorwerkt in de mutatie van de prijs per kubieke meter. Dit is grosso modo het geval bij vergelijking van de door verweerder vastgestelde prijs per kubieke meter van eisers woning ad € 480 met die van [adres 1] ad € 583. De mutatie van het aantal kubieke meters bedraagt hier immers [(535 - 355)/355 x 100% =] ongeveer plus 51% en de mutatie van de prijs per kubieke meter [(583 - 480)/583 x 100% =] ongeveer minus 17%. </para>
    <para />
    <para>Toepassing van bovenbedoelde mutatieregel leidt echter bij vergelijking met het referentiepand [adres 2] tot een aanmerkelijk lagere dan de door verweerder voor eisers woning vastgestelde waarde. De mutatie van het aantal kubieke meters is hier namelijk [(535 - 465)/465 x 100% =] plus 15%, waardoor de mutatie van de prijs per kubieke meter minus 5% zou moeten zijn (resulterend in een prijs per kubieke meter voor eisers woning van € 457 x 95% = € 434) en waardoor de waarde van eisers woning niet € 380.000 maar [535 x € 434) + € 17.850 + (368 x € 288) =] afgerond € 356.000 zou bedragen.   </para>
    <para />
    <para>Het vorenstaande geeft de rechtbank aanleiding de waarde van eisers woning te bepalen op het gemiddelde van de bij vergelijking met genoemde twee referentiepanden verkregen waarden en wel op een bedrag van [(380.000 + 356.000)/2 =] € 368.000. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank ziet geen grond verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Hierbij wil de rechtbank er op wijzen dat er geen sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, dat eiser geen kosten van openbaar vervoer heeft aangetoond, dat hij de gestelde verletkosten niet verifieerbaar heeft onderbouwd en dat het Besluit proceskosten bestuursrecht geen mogelijkheid biedt tot vergoeding van de overige door eiser opgevoerde kosten.</para>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
      <para>-	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>-	vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>-	bepaalt de waarde van eisers woning voor het jaar 2010 op € 368.000 en bepaalt dat de WOZ-aanslag over dat jaar dienovereenkomstig wordt aangepast;</para>
      <para>-	veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiser van het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 41.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gedaan door mr. A.W. Govers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.M. de Kruif, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2011</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend</para>
      <para>verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Rechtsmiddel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te</para>
      <para> ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201CZ te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
      <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
      <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para> 	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> Partijen kunnen ook beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Dit is echter alleen mogelijk indien de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>