<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T15:20:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN1423</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">648078</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:42:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 15-07-2010 / 648078</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzetzaak. De kosten van de verzetdagvaarding worden ten laste van geopposeerde gebracht vanwege het oneigenlijke gebruik dat zij heeft gemaakt van het procesrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH</para>
    <para />
    <para>DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN  </para>
    <para />
    <para>In de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[opposant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>(procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand d.d. 9 oktober 2009 , nr. [nummer] ),</para>
      <para>gemachtigde: mw. mr. W.S. van Weert, advocaat te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap U.P.C. Nederland B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>gemachtigde: J.D. Kuik, gerechtsdeurwaarder te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.</para>
    <para />
    <para>1. Het verloop van het geding</para>
    <para />
    <para>Dit blijkt uit de navolgende stukken:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>­ de verzetdagvaarding, met producties;</para>
      <para>­ de conclusie van antwoord in oppositie met producties; </para>
      <para>­ de conclusie van repliek in oppositie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geschil en de beoordeling daarvan</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1  Het gaat in dit geding om het volgende. </para>
      <para>Bij dagvaarding d.d. 1 juli 2009 heeft U.P.C. [opposant] voor de kantonrechter te Eindhoven gedaagd en van hem betaling gevorderd van € 307,33 met rente en kosten. Volgens U.P.C. zag de vordering op abonnementskosten op grond van een tussen partijen op 10 november 1991 aangegane overeenkomst betreffende het standaardpakket radio/tv van U.P.C. Bij vonnis d.d. 23 juli 2009 is deze vordering door de kantonrechter te Eindhoven bij verstek toegewezen. Tegen deze veroordeling is [opposant] - naar aangenomen moet worden tijdig - in verzet gekomen. Hij stelt dat hij op het tijdstip waarop volgens U.P.C. de overeenkomst met hem is aangegaan, 9 jaar oud was. Niet hij heeft de door U.P.C. gestelde overeenkomst gesloten, maar - wellicht - zijn vader. [opposant] concludeert tot gegrondverklaring van het verzet en tot afwijzing van de oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2 Bij repliek in oppositie stelt U.P.C. hier het volgende tegenover:</para>
      <para>"Opposant heeft gebruik gemaakt van de diensten van geopposeerde. Daar staat uiteraard een vergoeding tegenover. Met de betaling van de facturen is opposant evenwel in gebreke gebleven. Deze facturen overlegt geopposeerde hierbij als productie 1. Ondanks herhaalde aanmaningen en sommaties bleef betaling uit, zodat geopposeerde recht en belang had om een procedure te starten. De kosten hiervan zijn dan ook voor rekening van opposant."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3 De kantonrechter stelt vast dat U.P.C. met geen woord ingaat op het verweer van [opposant]. Het ontgaat U.P.C. blijkbaar ook dat de door haar overgelegde facturen niet aan [opposant] zijn geadresseerd. </para>
      <para>De conclusie moet natuurlijk zijn dat het verweer voor gegrond moet worden gehouden, dat het verzet gegrond is en dat de oorspronkelijke vordering van U.P.C. dient te worden afgewezen met veroordeling van U.P.C. in de kosten van het geding. Ook de kosten van de verzetdagvaarding dienen te harer laste te worden gebracht, gelet op het oneigenlijke gebruik van het procesrecht dat U.P.C. hier heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis dat de kantonrechter te Eindhoven op 16 juli 2009 tussen partijen heeft gewezen;</para>
    <para />
    <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>wijst de vordering van U.P.C. af;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt U.P.C. in de kosten van het verzet aan de zijde van [opposant] gevallen en tot op heden begroot op € 85,98 wegens dagvaardingskosten en € 120,00 wegens gemachtigdensalaris, te voldoen aan de griffier van de rechtbank 's-Hertogenbosch op bankrekeningnummer [nummer] t.n.v. DS 536 arrondissement 's-Hertogenbosch, onder vermelding van zaaknummer [nummer], en wel binnen 4 weken na deze uitspraak. </para>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 15 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>