<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:45:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN0589</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">694888</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:39:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 24-06-2010 / 694888</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Duitse gedaagde; Betekeningsverordening en EET-Vo; Eiser heeft het certificaat van betekening als bedoeld in artikel 10 van de EG-Betekeningsverordening nr. 1393/2007 overgelegd. De dagvaardingstermijn ingevolge artikel 115 lid 1 Rv bedraagt vier weken. Krachtens artikel 56 lid 2 onder a jo lid 3 eerste zin Rv moet de datum van verzending door de als verzendende instantie optredende deurwaarder in aanmerking worden genomen als datum van betekening. Deze bijzondere regel wordt toegestaan door artikel 9 lid 2 BetVo. Indien de dagvaarding per brief van 14 mei 2010 aan gedaagde is toegezonden en hij is opgeroepen te verschijnen tegen de zitting van 3 juni 2010, rijst de vraag of de – formeel correcte – kennisgeving zodanig tijdig is geschied – als bedoeld in artikel 19 lid 1, slotzin Bet-Vo – dat gedaagde gelegenheid heeft gehad verweer te voeren. De betreffende periode is, zelfs indien er van uit wordt gegaan dat gedaagde de dagvaarding reeds op 14 mei 2010 heeft ontvangen, tussen moment van ontvangst en zittingsdag in ieder geval minder dan de – ook in artikel 119 Rv genoemde - vier weken en zelfs minder dan drie weken. Dit is gezien de werking van de Bet-Vo, die boven nationale regels gaat, te kort. Eiseres kan verzoeken, middels toelichting, uitvoering te geven aan artikel 19 lid 2 BetVo. Als de te hanteren termijn als bedoeld in artikel 19 lid 1 sub b BetVo zal dan worden uitgegaan van zes maanden. </para>
        <para>Ten aanzien van het verzoek het vonnis te waarmerken als Europese Executoriale Titel, ingevolge de Verordening (EG) nr. 805/2004. Op grond van artikel 6 lid 1 sub d van de EET-Vo dient de beslissing waarvan waarmerking wordt verzocht te zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 59 van de EEX-Vo (EG 44/2001), indien sprake is van een consument. Uit de dagvaarding is de kantonrechter voorshands gebleken dat de in deze zaak mogelijk niet voldaan is aan artikel 6 lid 1 aanhef en onder sub d EET-Vo, omdat gedaagde mogelijk als consument heeft gehandeld.Een eventueel te nemen beslissing, na ambtshalve toetsing van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter, van de bevoegdheid van de kantonrechter te Eindhoven en na vaststelling van het toepasselijke recht op basis van het daartoe aangevoerde, zal alsdan niet worden afgegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Sector Kanton, locatie Eindhoven </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting Stichting St. Anna Zorggroep,</para>
      <para>gevestigd te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Janssen &amp; Janssen c.s., gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>H.W. Lehnen,</para>
      <para>wonende te Selfkant (Duitsland),</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>thans niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.</para>
    <para />
    <para>1. De procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:</para>
      <para>- de dagvaarding van 21 april 2010 met twee producties.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geschil </para>
    <para />
    <para>2.1. Eiseres, hierna te noemen St. Anna Zorggroep, vordert van gedaagde, hierna te noemen Lehnen, betaling van een bedrag van € 2.202,52, ter zake hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede vordert St. Anna Zorggroep betaling van proceskosten. Aan haar vordering legt St. Anna Zorggroep ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van Lehnen hem medisch heeft behandeld. Uit hoofde van deze overeenkomst is Lehnen een bedrag van € 1.772,10 ter zake hoofdsom aan St. Anna Zorggroep verschuldigd. Tevens is Lehnen aan St. Anna Zorggroep een bedrag van € 60,92 ter zake rente verschuldigd en een bedrag van € 357,= ter zake buitengerechtelijke incassokosten. Lehnen weigert te betalen.</para>
    <para />
    <para>2.2. Lehnen heeft geen conclusie van antwoord ingediend.</para>
    <para />
    <para>2.3. Vervolgens heeft de kantonrechter een datum voor vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <para>3. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>3.1. Bij dagvaarding van 21 april 2010 heeft St. Anna Zorggroep Lehnen, verblijvende te Selfkant (Duitsland), gedagvaard om op donderdag 3 juni 2010 ter zitting van de kantonrechter te Eindhoven te verschijnen.</para>
    <para />
    <para>3.2. Bij de dagvaarding heeft St. Anna Zorggroep het certificaat van betekening als bedoeld in artikel 10 van de EG-Betekeningsverordening nr. 1393/2007 (hierna BetVo) overgelegd. Uit dit certificaat leidt de kantonrechter af dat de Duitse autoriteit Rechtspfleger Hermanns te D-52525 Heinsberg (Amtsgericht Heinsberg, Schafhausenerstraße 46,D-52525 Heinsberg) de dagvaarding op 14 mei 2010 onder aantekening op het certificaat met "Betekening of kennisgeving door postdiensten zonder ontvangstbevestiging" ter post heeft bezorgd. Lehnen heeft geen gebruik gemaakt van de hem in het certificaat geboden mogelijkheid de dagvaarding te weigeren vanwege de gebruikte taal.</para>
    <para />
    <para>3.3. Naar aanleiding van dit certificaat merkt de kantonrechter het volgende op.  De dagvaardingstermijn ingevolge artikel 115 lid 1 Rv bedraagt vier weken. Krachtens artikel 56 lid 2 onder a jo lid 3 eerste zin Rv moet de datum van verzending door de als verzendende instantie optredende deurwaarder in aanmerking worden genomen als datum van betekening. Deze bijzondere regel ten aanzien van het moment waarop ten behoeve van de aanvrager de betekeningtermijn moet worden geacht te zijn gestart wordt toegestaan door artikel 9 lid 2 BetVo. Indien namens St. Anna Zorggroep de dagvaarding per brief van 14 mei 2010 aan Lehnen is toegezonden en Lehnen is opgeroepen te verschijnen tegen de zitting van 3 juni 2010, rijst de vraag of de - formeel correcte - kennisgeving zodanig tijdig is geschied - als bedoeld in artikel 19 lid 1, slotzin Bet-Vo - dat Lehnen inderdaad gelegenheid heeft gehad verweer te voeren. De betreffende periode is, zelfs indien er van uit wordt gegaan dat Lehnen de dagvaarding reeds op 14 mei 2010 heeft ontvangen, tussen moment van ontvangst en zittingsdag in ieder geval minder dan de - ook in artikel 119 Rv genoemde - vier weken en zelfs minder dan drie weken. Dit is gezien de werking van de Bet-Vo, die boven nationale regels gaat, te kort.</para>
    <para />
    <para>3.4. St. Anna Zorggroep kan de kantonrechter verzoeken uitvoering te geven aan artikel 19 lid 2 BetVo, nu Nederland heeft verklaard dat haar rechters aan deze bepaling uitvoering mogen geven. Een dergelijk verzoek zal in ieder geval vergezeld dienen te worden van een toelichting ten aanzien van de vraag of de dagvaarding op één door de BetVo toegestane wijze is toegezonden aan Lehnen (artikel 19 lid 1 sub a BetVo), hetgeen in dezen inhoudt een toelichting op het ten deze geldende Duitse recht, en een toelichting op de ondernomen inspanningen (artikel 19 lid 1 sub c BetVo). Als de te hanteren termijn als bedoeld in artikel 19 lid 1 sub b BetVo zal dan worden uitgegaan van zes maanden. </para>
    <para> </para>
    <para>3.5. Voorts geeft de kantonrechter St. Anna Zorggroep als mogelijkheid in overweging, indien St. Anna Zorggroep niet kan aantonen dat Lehnen voldoende tijd heeft gehad voor het indienen van een conclusie van antwoord danwel St. Anna Zorggroep geen beroep wenst te doen op artikel 19 lid 2 BetVo - bijvoorbeeld omdat dit ook de regeling van artikel 19 lid 4 BetVo met zich brengt - , de dagvaarding met inachtneming van de bepalingen uit de BetVo én met inachtneming van de dagvaardingstermijn (nogmaals), tevens rekening houdende met de termijn van artikel 19  lid 1, slotzin Bet-Vo , aan Lehnen te betekenen.</para>
    <para />
    <para>3.6. De kantonrechter verwijst de zaak naar de rol teneinde St. Anna Zorggroep in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen, waarbij St. Anna Zorggroep desgewenst andere relevante stukken kan overleggen, dan wel St. Anna Zorggroep een nadere toelichting kan geven als hiervoor onder punt 3.4. bedoeld. Indien St. Anna Zorggroep de dagvaarding opnieuw zal betekenen aan Lehnen kan hij ook volstaan met de mededeling daarvan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.7.1. Ten aanzien van het verzoek van St. Anna Zorggroep het vonnis te waarmerken als Europese Executoriale Titel, ingevolge de Verordening (EG) nr. 805/2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel (hierna EET-Vo), overweegt de kantonrechter thans reeds voorlopig het volgende. Op grond van artikel 6 lid 1 sub d van de EET-Vo dient de beslissing waarvan waarmerking wordt verzocht te zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 59 van de EEX-Vo (EG 44/2001), indien sprake is van een consument. Uit de dagvaarding is de kantonrechter voorshands gebleken dat de in deze zaak mogelijk niet voldaan is aan artikel 6 lid 1 aanhef en onder sub d EET-Vo, omdat Lehnen mogelijk (zo niet zeer waarschijnlijk, gezien de aard van de gestelde overeenkomst en de verwijzing naar artikel 15 EEX- Vo in de dagvaarding) als consument heeft gehandeld.</para>
      <para>Een eventueel te nemen beslissing, na ambtshalve toetsing van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter, van de bevoegdheid van de kantonrechter te Eindhoven en na vaststelling van het toepasselijke recht op basis van het daartoe aangevoerde, zal alsdan niet worden afgegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.7.2. Gelet op het voorgaande wordt St. Anna Zorggroep tevens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of Lehnen al dan niet als consument met St. Anna Zorggroep de overeenkomst is aangegaan.</para>
    <para />
    <para>3.8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>verwijst de zaak naar de rol van donderdag 22 juli 2010 voor het indienen van een akte zijdens St. Anna Zorggroep als bedoeld in punt 3.6. en 3.7.2.;</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para>Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en op 24 juni 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>