<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:44:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL6594</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">191655 HA ZA 09-868</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:02:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 17-02-2010 / 191655 HA ZA 09-868</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voeging in vrijwaringssituatie; artikel 214 Rv. De bevoegdheid van de waarborg om zich op grond van artikel 214 Rv in de hoofdzaak te voegen, is - anders dan onder de werking van de algemene regeling van artikel 217 e.v.  Rv - niet beperkt tot uiterlijk de roldatum van de laatste conclusie in de hoofdzaak. Dat zou de regeling in artikel 214 Rv immers in vele gevallen zinledig maken. Wel heeft de waarborg die zich op grond van artikel 214 Rv voegt, het geding in de hoofdzaak te aanvaarden in de stand waarin het zich bevindt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 191655 / HA ZA 09-868</para>
    <para />
    <para>Vonnis in incident van 17 februari 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>DE GROOT SCHEEPSTECHNIEK B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Dordrecht,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.W. Janssens te Bunschoten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>KRANENBOUW SALES B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Bergeijk,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.Ph.A. Senders te Waalre,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te 's Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna De Groot Scheepstechniek B.V., Kranenbouw Sales B.V. en Allianz N.V. genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <para>1.	De procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	het incidentele vonnis van 5 augustus 2009;</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord van Kranenbouw Sales B.V. van 16 september 2009;</para>
      <para>-	de incidentele conclusie tot voeging van Allianz N.V. van 9 december 2009;</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord in incident van Kranenbouw Sales B.V. van 23 december 2009;</para>
      <para>-	de incidentele conclusie van antwoord tot voeging van De Groot Scheepstechniek B.V. van 6 januari 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
    <para />
    <para>2.	De beoordeling in het incident</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.	Allianz N.V. vordert op grond van artikel 217 Rv dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van Kranenbouw Sales B.V. te voegen. Kranenbouw Sales B.V. heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De Groot Scheepstechniek B.V. heeft verweer gevoerd. </para>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Artikel 218 Rv beperkt de bevoegdheid van een partij om zich te voegen tot uiterlijk de roldatum waarop de laatste conclusie in de hoofdzaak wordt genomen. Op 16 september 2009 heeft Kranenbouw Sales B.V. in de hoofdzaak geantwoord. Allianz N.V. heeft de incidentele conclusie eerst op 9 december 2009 ingesteld, derhalve op een tijdstip waarop haar die bevoegdheid niet meer toekwam. Allianz N.V. zal worden veroordeeld in de kosten van de incidentele procedure.</para>
    <para />
    <para>2.3.	De rechtbank overweegt voorts als volgt. Op grond van artikel 214 Rv mag Allianz N.V. zich in beginsel als waarborg zonder rechterlijk verlof voegen in de hoofdzaak aan de zijde van de gewaarborgde, in casu Kranenbouw Sales B.V.. Het artikel geeft een bijzondere, van artikel 217 Rv afwijkende voegingsregeling voor vrijwaringszaken. De bevoegdheid van de waarborg om zich in de hoofdzaak te voegen, is - anders dan onder de werking van de algemene regeling van artikel 217 e.v. Rv - niet beperkt tot uiterlijk de roldatum van de laatste conclusie in de hoofdzaak. Dat zou de regeling in artikel 214 Rv immers in vele gevallen zinledig maken, nu het vrijwaringsincident niet zelden in de conclusie van antwoord in de hoofdzaak wordt opgeworpen. Wel heeft de waarborg die zich op grond van artikel 214 Rv voegt, het geding in de hoofdzaak te aanvaarden in de stand waarin het zich bevindt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4.	De rechtbank ziet aanleiding om de voorliggende incidentele conclusie aan te merken als een conclusie waarbij Allianz N.V. zich op grond van artikel 214 Rv in de hoofdzaak als voegende partij stelt aan de zijde van Kranenbouw Sales B.V.. De inhoud van die incidentele conclusie biedt daarvoor een voldoende feitelijke grondslag.</para>
      <para>In de hoofdzaak, waarin Kranenbouw Sales B.V. reeds heeft geconcludeerd voor antwoord, zal een comparitie na antwoord worden bepaald. Allianz N.V. zal op deze nader te bepalen comparitie de gelegenheid krijgen om een conclusie van antwoord te nemen. Allianz N.V. moet de conclusie uiterlijk twee weken vóór aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>in het incident:</para>
    <para />
    <para>3.1.	wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <para>3.2.	veroordeelt Allianz N.V. in de kosten van de procedure, aan de zijde van De Groot Scheepstechniek B.V. begroot op EUR 452,- en aan de zijde van Kranenbouw Sales B.V. begroot op EUR 452,-;</para>
    <para />
    <para>in de hoofdzaak: </para>
    <para />
    <para>3.3.	bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 maart 2010 voor beraad comparitie;</para>
    <para />
    <para>3.4.	bepaalt dat Allianz N.V. op een nader te bepalen comparitie de gelegenheid heeft om een conclusie van antwoord te nemen. Allianz N.V. moet de conclusie uiterlijk twee weken vóór aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>