<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2009:6888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T13:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">584972 / 08-8848</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBSHE:2009:6887" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBSHE:2009:6887</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBSHE:2010:9620" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:RBSHE:2010:9620</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2018-0471</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2018-0471</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2009:6888">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2009:6888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-13T09:13:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2009:6888 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 14-05-2009 / 584972 / 08-8848</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2009:6888:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Internationaal wegtransport. Verklaring ex artikel 7:629a BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2009:6888:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Sector Kanton, locatie Eindhoven</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 584972</para>
      <para>Rolnummer 	: 08/8848</para>
      <para>Uitspraak 	: 14 mei 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Frankrijk),</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mw. mr. L. van Luipen, advocaat te Rotterdam ( [postbusnummer] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">[Internationaal Transportbedrijf] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te Eindhoven, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H. Nieuwenhuizen, advocaat te Eindhoven ( [postbusnummer] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft de kantonrechter te Eindhoven in vervolg op het tussenvonnis van 19 februari 2009 het navolgende vonnis gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van het vonnis van 19 februari 2009 heeft [eiser] op 19 maart 2009 een conclusie na comparitie genomen. Op 16 april 2009 heeft vervolgens [Internationaal Transportbedrijf] een conclusie van antwoord na comparitie genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid met “ [eiser] ” en “ [Internationaal Transportbedrijf] ”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter volhardt bij het tussenvonnis van 19 februari 2009 (behoudens de daarin helaas opgenomen storende typefouten en lay-outfouten). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In onderdeel 4.12. van het tussenvonnis heeft de kantonrechter aangegeven dat hij om redenen van proceseconomie er aanleiding toe ziet [eiser] in de gelegenheid te stellen zijn stellingen ter zake de – voorshands aldus begrepen – gestelde arbeidsongeschiktheid en situatieve arbeidsongeschiktheid, voorzien van relevante bescheiden, in een conclusie na comparitie nader uit te werken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Door [eiser] is, onder overlegging van verklaringen van zijn echtgenote, zijn buurman de heer [B.] , zijn eigen (huis)arts dr. Martin en een uitgebreide verklaring van zichzelf (producties 10 tot en met 13 zijdens [eiser] ), zijn standpunt ten aanzien van de gestelde arbeidsongeschiktheid gedurende de periode 29 juni 2007 tot en met eind maart 2008 nader toegelicht en uitgewerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [Internationaal Transportbedrijf] heeft dit vervolgens gemotiveerd weersproken, onder overlegging van twee producties, waaronder een ‘<emphasis role="italic">avis d’arrêt de travail</emphasis>’ op naam van [eiser] en gedateerd 30 juni 2006 (productie 9 zijdens [Internationaal Transportbedrijf] ), alsook een formulier, samenhangend met een formulier E301 als klaarblijkelijk door [eiser] ingediend bij het toenmalige UWV, gedateerd 23 juli 2007 (productie 10 zijdens [Internationaal Transportbedrijf] ).</para>
        <para>
          [eiser] heeft op deze stukken nog niet kunnen reageren, zodat zij bij de beoordeling op dit moment niet worden betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter begrijpt voorshands dat [eiser] zich thans op het standpunt stelt dat hij tot eind maart 2008 arbeidsongeschikt was, en dus niet – zoals de kantonrechter blijkens rechtsoverweging 4.9. van het tussenvonnis voorshands had begrepen – arbeidsongeschikt tot en met oktober 2007, en vervolgens situatief arbeidsongeschikt van november 2007 tot 1 maart 2008. </para>
        <para>Ter onderbouwing van dit aangepaste standpunt verwijst [eiser] naar de verklaring van zijn arts van 4 maart 2009 (productie 12 zijdens [eiser] ). Voor de kantonrechter is voorshands onduidelijk waarom genoemde arts geen gebruik heeft gemaakt van het door [Internationaal Transportbedrijf] overgelegde formulier (productie 9 zijdens [Internationaal Transportbedrijf] ), maar die onduidelijkheid kan op zich mogelijk door [eiser] eenvoudig worden opgeheven. In ieder geval is duidelijk dat in de stellingen van [eiser] het standpunt wordt betrokken dat het bepalende moment zich op 29 juni 2007 heeft afgespeeld, het moment waarop – aldus [eiser] – het door hem gestelde arbeidsconflict is ontstaan door de opstelling van de heer [Van E.] , – aldus [eiser] – door [eiser] met stemverheffing aan te spreken, [eiser] onder druk te zetten, hem ‘een ontslagdocument’ in de Nederlandse taal voor te houden en te weigeren voor een vertaling te zorgen. Volgens [eiser] was sprake van een uit de hand gelopen ruzie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [Internationaal Transportbedrijf] heeft – wederom – ontkend dat op 29 juni 2007 sprake is geweest van ruzie, gesteld dat sprake was van een redelijk kalm gesprek, waarbij niet aan [eiser] een ontslagdocument is voorgehouden en waarna [eiser] niet in zwaar overspannen toestand het gebouw heeft verlaten.</para>
        <para>
          [Internationaal Transportbedrijf] heeft wederom bewijs aangeboden van haar standpunt dat [eiser] zelf ontslag heeft genomen, en de in dat kader te horen getuigen nader genoemd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In het licht van de nader betrokken stellingen en de centrale rol die door [eiser] aan de gang van zaken op 29 juni 2007 wordt toegedicht, ligt het in de rede dat de kantonrechter eerst [Internationaal Transportbedrijf] in de gelegenheid zal stellen te bewijzen dat [eiser] zelf ontslag heeft genomen op 29 juni 2007, een en ander om de redenen als in onderdeel 4.7.3. van het tussenvonnis reeds aangegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Eerst zodra duidelijk is geworden of [eiser] daadwerkelijk zelf ontslag heeft genomen, kan vervolgens verder worden geoordeeld over de stellingen van [eiser] . Voorshands ligt thans, indien eigen ontslagname niet blijkt, nader getuigenbewijs niet in de rede maar veeleer een deskundigenonderzoek naar de arbeids(on)geschiktheid van [eiser] in de relevante periode. De kantonrechter stelt zich hierbij voor dat alsdan een onafhankelijke deskundige, voorshands op kosten van [eiser] als eiser, hierover zal rapporteren na onder meer consultatie van de huisarts van [eiser] . De kantonrechter verwacht dat alsdan meer informatie beschikbaar zal komen dan de enigszins summiere verklaring van de huisarts als thans overgelegd, met bijvoorbeeld een duidelijke indicatie van consultmomenten, medicatie etc.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Overigens zal dan wel eerst duidelijk moeten worden of, gezien het door [Internationaal Transportbedrijf] alsnog gedane beroep op niet-ontvankelijkheid van [eiser] vanwege het ontbreken van een verklaring ex artikel 7:629a BW en het vervolgens door [eiser] gedane beroep op de tweede uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW, [Internationaal Transportbedrijf] vóór de procedure op enig moment de ziekte respectievelijk arbeidsongeschiktheid van [eiser] heeft betwist, zoals het geval werd geacht in de reeds in het tussenvonnis genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 15 juni 2007. </para>
        <para>Dit klemt temeer nu de kantonrechter uit het gewijzigde standpunt van [eiser] begrijpt dat [eiser] zich voorshands voor de hele relevante periode beroept op artikel 7:629 BW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Het lijkt praktisch dat [Internationaal Transportbedrijf] zich ter onderbouwing van haar niet-ontvankelijkheidberoep hierover eerst zal uitlaten, zo nodig onder overlegging van reeds genoemde confraternele correspondentie, bij nadere akte. [eiser] zal vervolgens mogen reageren bij nadere antwoordakte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Ter bespoediging van het eventuele vervolg van de procedure lijkt het wel praktisch dat  [Internationaal Transportbedrijf] volledigheidshalve in haar akte ook alvast haar verhinderdata noemt voor de maanden juli en september 2009, en dat [eiser] in zijn antwoordakte hetzelfde doet, zulks voor een eventueel getuigenverhoor aan de zijde van [Internationaal Transportbedrijf] als hierboven genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Nu het met name gaat over het overleggen van stukken waarover partijen reeds beschikken, zal een korte termijn worden gehanteerd voor zowel [Internationaal Transportbedrijf] als [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De zaak zal worden verwezen naar de rol voor de in onderdeel 2.10. bedoelde akte zijdens [Internationaal Transportbedrijf] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">donderdag 28 mei 2009</emphasis> voor nadere akte overlegging producties en opgave verhinderdata zijdens [Internationaal Transportbedrijf] als bedoeld in onderdeel 2.10.;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat vervolgens [eiser] twee weken later zal mogen reageren bij nadere antwoordakte;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>