<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:2008:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T09:01:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">083559 vv</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2008:376">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:2008:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T09:00:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:2008:376 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 30-11-2008 / 083559 vv</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:2008:376:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Besluit tot vrijstelling ingevolge artikel 19, derde lid, WRO van het geldende bestemmingsplan voor het vestigen van een kringloopwinkel op een industrieterrein.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:2008:376:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 08/3559 VV</para>
      <para>                       AWB 08/2714</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 december 2008</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde mr. I.L. van Geel, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigden, mr. A.A.H.M. van Hout en mr. M. Jovic.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het geding heeft als partij deelgenomen de<emphasis role="bold"> [vergunninghoudster] </emphasis>te [vestigingsplaats] , (vergunninghoudster).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Bij besluit van 27 juni 2008 heeft verweerder aan de [vergunninghoudster] (vergunninghoudster) vrijstelling ingevolge artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend van het op grond van de geldende bestemmings-plannen toegestane gebruik op het perceel, kadastraal bekend gemeente Helmond, [locatie] , gelegen aan de [locatie] ten behoeve van het vestigen van een kringloopwinkel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 4 augustus 2008 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. AWB 08/2714.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 7 oktober 2008 heeft verzoekster tevens de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen  (reg.nr. AWB 08/3559).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 20 november 2008, waar verzoekster is verschenen bij [naam] (voorzitter) en de gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigden.  Verder is de belanghebbende partij verschenen bij [naam] en [naam] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, onder meer indien tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien de voorzieningenrechter in een dergelijk geval van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak kan worden gedaan in de hoofdzaak. In de uitnodiging voor de zitting zijn partijen op deze bevoegdheid van de voorzieningenrechter gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bedoelde situatie zich hier voordoet en zal derhalve onmiddellijk uitspraak doen in de aanhangige hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>In geschil is of verweerder in redelijkheid vrijstelling heeft kunnen verlenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft aan het bestreden besluit de overweging ten grondslag gelegd dat het beoogde gebruik in strijd is met de bestemming “Industrie, klasse A” van artikel 11 van het geldende bestemmingsplan “Uitbreidingsplan in onderdelen Zuid Herziening 1960” en met artikel 2 van het geldende bestemmingsplan “Administratieve Herziening Zuid”, omdat detailhandel niet is toegestaan. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt bestaan er geen bezwaren. </para>
        <para>Artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) biedt de bevoegdheid om medewerking te verlenen voor vrijstelling van de voorschriften van het bestem-mingsplan. De aanvraag tot wijziging van het gebruik voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 20 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro 1985). </para>
        <para>Het voornemen om middels genoemde procedure vrijstelling te verlenen conform afdeling 3.4 van de Awb is op 23 april 2008 gepubliceerd in het weekblad De Trompetter.</para>
        <para>Gedurende de termijn voor terinzage heeft verzoekster een zienswijze ingediend. De brief van de reactie op deze zienswijze maakt onderdeel uit van dit besluit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster kan zich niet verenigen met de komst van een kringloopwinkel op deze locatie.</para>
        <para>Op grond van de vigerende bestemmingsplannen is detailhandel op deze locatie uitgesloten.</para>
        <para>Ingevolge artikel 3 van het ontwerp-bestemmingsplan zijn slechts de bedrijven toegestaan die vallen onder de milieucategorie 3 en 4. Het exploiteren van een kringloopwinkel met detailhandel aan de [locatie] is niet mogelijk. In de toelichting op dit bestemmingsplan wordt benadrukt dat detailhandel buiten de aangegeven locaties niet wenselijk is. Ook het detailhandelsbeleid van de gemeente Helmond maakt detailhandel niet mogelijk op de [locatie] .</para>
        <para>Verweerder heeft onvoldoende benadrukt waarom de kringloopwinkel en het toestaan van detailhandel ter plaatse noodzakelijk is. Verzoekster erkent de maatschappelijke rol van de kringloopwinkel maar het is haar onduidelijk waarom de kringloopwinkel ter plaatse wordt gerealiseerd. Verweerder heeft ten onrechte niet onderzocht waarom de kringloopwinkel niet elders zou kunnen bestaan. Indien verweerder de komst van een kringloopwinkel op [locatie] wenselijk acht dan had zij dit positief dienen te bestemmen in het nieuwe bestemmingsplan.</para>
        <para>Verzoekster vreest dat met de komst van detailhandel op deze locatie meerdere bedrijven zich wensen te vestigen op [locatie] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <parablock>
        <para>Het wettelijk kader is als volgt.</para>
        <para>Artikel 1:2 van de Awb luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:<?linebreak?>1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.<?linebreak?>2. (..).<?linebreak?>3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 19, derde lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders eveneens vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>Artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e. van het Bro 1985 (oud) luidt als volgt: <?linebreak?><?linebreak?>Voor de toepassing van artikel 19, derde lid, van de wet komt in aanmerking:<?linebreak?>een wijziging in het gebruik van opstallen in de bebouwde kom, mits het aantal woningen gelijk blijft en het gebruik niet meer omvat dan een bruto-vloeroppervlak van 1500 m².</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <parablock>
        <para>Allereerst staat ter toetsing of verzoekster als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.</para>
        <para>Gelet op het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan (alleen) een belanghebbende in beroep komen en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 2, eerste lid, van de statuten van verzoekster is onder meer aangegeven dat de stichting (verzoekster) ten doel heeft het behartigen van de algemene en collectieve belangen van de deelnemers gevestigd op het industrieterrein [locatie] en omgeving, richting overheid en derden.</para>
        <para>Verzoekster heeft ter zitting aangegeven dat haar feitelijke werkzaamheden erop gericht zijn om de gezamenlijke belangen van de aangesloten ondernemers te behartigen. Daartoe wordt overleg met de gemeente gevoerd over o.m. de op het industrieterrein aanwezige groenvoor-ziening, gemeentelijk beleid en parkeeroverlast.</para>
        <para>Ten aanzien van de kringloopwinkel heeft verzoekster aangegeven dat met name wordt gevreesd voor parkeeroverlast door particulieren die ter plaatse voor de panden van de andere ondernemers zullen parkeren, in plaats van op het eigen terrein van de kringloop-winkel.</para>
        <para>Gelet op de statutaire doelstelling én voormelde feitelijke werkzaamheden kan verzoekster aldus naar het oordeel van de voorzieningenrechter als belanghebbende worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.</nr>
      <parablock>
        <para>Vergunninghoudster gebruikte voorheen de voormalige Ehad-loodsen aan de [locatie] ten behoeve van de exploitatie van een kringloopwinkel. De huurovereenkomsten voor deze locatie zijn reeds geruime tijd verlopen.</para>
        <para>Het bestreden besluit ziet op het sedert 27 oktober 2008 in gebruik zijn van (een deel van) het pand aan de [locatie] voor kringloopwinkel-activiteiten (1337 m2).</para>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat het pand aan de [locatie] is gelegen op een industrieterrein. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.</nr>
      <parablock>
        <para>Op het perceel is van toepassing het bestemmingsplan “Administratieve Herziening Zuid”.</para>
        <para>Artikel 2 van dit bestemmingsplan betreft een nadere gebruiksregeling en luidt, voor zover van belang, als volgt:</para>
        <para>B. Gebruik van grond en opstallen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>het is verboden grond en/of opstallen te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de van toepassing zijnde bestemmingen, zoals deze (..) zijn weergegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik voor detailhandel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op het perceel is eveneens van toepassing het Uitbreidingsplan “In onderdelen Zuid Herziening 1960”. </para>
        <para>Ingevolge dit plan rust op het perceel de bestemming “Industrie in de klasse A”.</para>
        <para>Artikel 11 luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:</para>
        <para>Op de gronden in het plan bestemd voor industrie in de klasse A: is uitsluitend toegestaan bebouwing met bedrijfsgebouwen onder de navolgende voorwaarden: a. t/m f. (..).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat het gebruik van het pand voor kringloopwinkel in strijd is met voormelde bestemmingsplannen.</para>
        <para>Aldus is het gebruik alleen toegestaan indien verweerder vrijstelling van de planvoor-schriften verleent.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat is voldaan aan de vereisten van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bro 1985. Het in geschil zijnde gebruik van het pand ten behoeve van de (kringloop)winkel omvat een oppervlakte van 1337 m2, hetgeen onder het toegestane maximum bruto-vloeroppervlak van 1500 m2 ligt.</para>
        <para>Aldus is de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling ontstaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.</nr>
      <para>Deze vrijstellingsbevoegdheid is discretionair van aard. Bij de toetsing van het gebruik van een dergelijke bevoegdheid dient de voorzieningenrechter zich te beperken tot de vraag of het bestuursorgaan onder afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot verlening van die vrijstelling heeft kunnen komen. In het onderhavige geval dient de beoordeling dan ook beperkt te blijven tot het antwoord op de vraag of sprake is van een zodanige onevenwichtigheid van de afweging van de betrokken belangen, dat moet worden geoordeeld dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot verlening van de gevraagde vrijstelling heeft kunnen besluiten. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat het gebruik als kringloopwinkel in strijd is met het ontwerp-bestemmingsplan “[locatie]” zoals dat luidde ten tijde van het bestreden besluit.</para>
        <para>In het bestemmingsplan -zoals dat op 7 oktober 2008 door de raad is vastgesteld- is de kringloopwinkel wel positief bestemd. Verzoekster heeft ter zitting aangegeven tegen dit onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan rechtsmiddelen te zullen gaan aanwenden.</para>
        <para>Verweerder heeft aangegeven dat ten tijde van de eerste terinzagelegging de kringloopwinkel nog niet was opgenomen in het bestemmingsplan omdat men wilde voorkomen dat het pand -indien de bestemming vóór het nemen van het besluit bekend zou worden- object van speculatie zou worden. Vergunninghoudster was reeds geruime tijd op zoek naar een ander (betaalbaar) pand en verweerder heeft willen voorkomen dat de vestiging op deze locatie geen doorgang zou kunnen vinden. Gelet hierop heeft hierover vooraf geen communicatie met verzoekster plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft als motivering van de vrijstelling gegeven dat het vestigen van winkels/detailhandel in principe beperkt moet blijven tot het gebied langs de Engelseweg, dat daartoe in het nieuwe bestemmingsplan “[locatie]” is aangewezen. </para>
        <para>Er bestaat echter -aldus verweerder- een wezenlijk verschil tussen detailhandel met een commerciële grondslag en detailhandel met een maatschappelijke grondslag, zoals het kringloopbedrijf. Naast de verkoop van gebruikte goederen ter plaatse vinden activiteiten plaats waaronder demontage, reparatiewerkzaamheden, scholing en re-integratie. Door deze verschillende activiteiten en doelstelling past een kringloopwinkel niet in een winkel-concentratiegebied (zoals de [locatie] ). Naar haar aard ligt de vestiging van de kringloopwinkel op een bedrijventerrein meer in de rede.</para>
        <para>De maatschappelijke grondslag maakt dat de kringloopwinkel niet kan bestaan in een zuiver commerciële omgeving maar tegelijkertijd wel als enige kringloopwinkel in de gemeente een belangrijke rol vervult voor de Helmondse gemeenschap.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat de activiteiten van het (totale) kringloopbedrijf niet alleen zien op de exploitatie van de winkel maar tevens op de exploitatie van een magazijn voor opslag van opgehaalde goederen met een reparatie en demontagehal (circa 1223 m2) waarin recyclingactiviteiten plaatsvinden. Voorts is sprake van een kantoorruimte en algemene ruimten ten behoeve van kantine, instructielokaal en vergaderruimte (totaal 702 m2).</para>
        <para>De voorzieningenrechter is aldus van oordeel dat de kern van het bedrijf is aan te merken als een recyclingbedrijf, hetgeen naar zijn aard thuis hoort op een industrieterrein en dat de detailhandelsgrondslag van een kringloopbedrijf geacht kan worden niet commercieel van aard te zijn. Gelet hierop heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat de vestiging van een dergelijk bedrijf, ondanks het gegeven dat ten aanzien van het deelaspect kringsloopwinkel sprake is van strijd met het -ten tijde van het nemen van het besluit- van toepassing zijnde ontwerp-bestemmingsplan, op een industrieterrein (meer) aangewezen is.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.</nr>
      <para>Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mede gelet op het vorenoverwogene, aannemelijk gemaakt dat de onderhavige kringloopwinkel niet onder de reikwijdte van de gemeentelijke detailhandelsnota valt, nu de kringloopwinkel niet valt onder de in het beleid omschreven perifere (commerciële) detailhandel die wordt beoogd op de Engelseweg. Derhalve is de vestiging op de [locatie] niet in strijd met de nota.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de belangenafweging wordt als volgt overwogen.</para>
        <para>Op het buitenterrein van het bedrijf is sprake van 53 parkeerplaatsen zodat de parkeer-overlast, met verwijzingsborden op het industrieterrein naar de kringsloopwinkel, kan worden geacht beperkt te blijven.</para>
        <para>Van belang is tevens dat de maatschappelijke functie van de kringloopwinkel juridisch zal worden verankerd in het nieuwe bestemmingsplan “[locatie]” zodat detailhandel met een commerciële grondslag op basis hiervan geen vestigingsrecht heeft.  </para>
        <para>Ten aanzien van de grief dat onlangs aan een bedrijf op [locatie] toestemming is verleend voor detailhandelsactiviteiten ten behoeve van de verkoop van vuurwerk heeft verweerder ter zitting genoegzaam weerlegd dat het op grond van de beleidsnota voor detailhandel, gelet op de categorie, mogelijk is om hieraan medewerking te verlenen.</para>
        <para>De grief omtrent gevaar voor precedentwerking dient derhalve te worden verworpen.</para>
        <para>Ook anderszins is de voorzieningenrechter niet gebleken dat verzoekster ernstig in haar belangen is geschaad.</para>
        <para>Gelet op het vorenoverwogene heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningen-rechter bij de afweging van de belangen in redelijkheid kunnen besluiten om vrijstelling te verlenen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>21.</nr>
      <para>Nu het beroep ongegrond zal worden verklaard is er geen reden tot het treffen van een voorlopige voorziening, zodat dit verzoek zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>22.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig één van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>23.</nr>
      <para>Beslist wordt als volgt.    </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter,</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen als voorzieningenrechter in tegenwoordigheid van mr. J.F.M. Emons als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2008.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>