<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3718</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Awb 98/4180 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=24&amp;g=1999-06-21">Werkloosheidswet 24</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=24&amp;g=1999-06-21">Werkloosheidswet 24</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=27&amp;g=1999-06-21">Werkloosheidswet 27</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 21-06-1999 / Awb 98/4180 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3718:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak</para>
      <para>490</para>
      <para>AWB 98/4180 WW</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:70 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, wonende te B, eiser,</para>
      <para>gemachtigde W.N.C.P. Verlegh,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te</para>
      <para>Amsterdam, verweerder,</para>
      <para>in dezen vertegenwoordigd door GAK Nederland BV,</para>
      <para>gemachtigde mr. E. van der Palen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is vanaf 15 augustus 1997 op oproepbasis werkzaam geweest bij</para>
      <para>"X" (hierna X) te B. Vanaf 17</para>
      <para>december 1997 heeft eiser niet meer gewerkt vanwege een teruglopend</para>
      <para>werkaanbod. Eiser heeft zich op 18 december 1997 tot verweerder</para>
      <para>gewend met het verzoek om toekenning van een uitkering ingevolge de</para>
      <para>Werkloosheidswet (WW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 januari 1998 heeft verweerder vervolgens geweigerd</para>
      <para>eiser met ingang van 17 december 1997 in aanmerking te brengen voor</para>
      <para>een WW-uitkering, omdat hij verwijtbaar werkloos geworden is.</para>
      <para>Het hiertegen door eiser ingediende bezwaar is bij besluit van 15 april</para>
      <para>1998 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de daartoe in het beroepschrift uiteengezette gronden is namens eiser</para>
      <para>tegen dit besluit beroep ingesteld. Gevorderd is het bestreden besluit te</para>
      <para>vernietigen en te bepalen dat aan eiser een WW-uitkering wordt</para>
      <para>toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 11 mei 1999, waar eiser is</para>
      <para>verschenen in persoon. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen</para>
      <para>door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat het onderhavige geschil zal worden</para>
      <para>beoordeeld aan de hand van de wettelijke bepalingen zoals deze luidden</para>
      <para>ten tijde hier van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden</para>
      <para>besluit in rechte kan worden gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken ligt aan het bestreden besluit het standpunt ten</para>
      <para>grondslag dat eiser ontslag heeft genomen uit een vaste dienstbetrekking</para>
      <para>om te gaan werken als oproepkracht. Naar het oordeel van verweerder</para>
      <para>heeft eiser hiermee een voorzienbaar werkloosheidsrisico genomen,</para>
      <para>waardoor hij verwijtbaar werkloos wordt geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van eiser is hiertegen aangevoerd dat zijn werksituatie bij</para>
      <para>X niet verschilde van de werksituatie bij zijn vorige werkgever,</para>
      <para>omdat hij bij beide werkgevers als fulltime stratenmaker heeft gewerkt.</para>
      <para>Als gevolg van een teruglopend werkaanbod is het gebruikelijk in de</para>
      <para>bouwwereld werknemers te ontslaan in de maanden december tot en met</para>
      <para>februari als gevolg van niet werkbare weersomstandigheden. Voorts zou</para>
      <para>het oproepcontract een vergissing zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a van de WW, voorkomt</para>
      <para>de werknemer dat hij verwijtbaar werkloos wordt.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder b van artikel 24 van de WW is</para>
      <para>de werknemer verwijtbaar werkloos geworden indien de dienstbetrekking</para>
      <para>eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige</para>
      <para>bezwaren zijn verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van</para>
      <para>hem zou kunnen worden gevergd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 27, eerste lid van de WW weigert de bedrijfsvereniging</para>
      <para>de uitkering blijvend geheel, indien de werknemer de verplichting om te</para>
      <para>voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt, niet nakomt, tenzij het niet</para>
      <para>nakomen van die verplichting de werknemer niet in overwegende mate</para>
      <para>kan worden verweten. In dat geval weigert de bedrijfsvereniging de</para>
      <para>uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het</para>
      <para>uitkeringspercentage te verlagen van 70 naar 35.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van het recht op</para>
      <para>uitkering, de ontslagname uit de voorlaatste dienstbetrekking in</para>
      <para>beschouwing mag worden genomen, omdat eiser uit hoofde van zijn</para>
      <para>laatste dienstbetrekking vanaf 25 augustus 1997 geen zelfstandig recht</para>
      <para>op uitkering heeft opgebouwd, nu hij daar circa 16 weken arbeid heeft</para>
      <para>verricht. De rechtbank verwijst in dit verband naar onder meer de</para>
      <para>uitspraak van de CRvB gepubliceerd in RSV</para>
      <para>1993, 245.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank moet vervolgens vaststellen dat de door eiser ondertekende</para>
      <para>overeenkomst met X, waarvan zich een afschrift onder</para>
      <para>gedingstukken bevindt, gelet op de tekst en inhoud als een overeenkomst</para>
      <para>op oproepbasis moet worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is echter van oordeel dat de vraag of eiser verwijtbaar</para>
      <para>werkloos is geworden, omdat hij een voorzienbaar werkloosheidsrisico</para>
      <para>heeft genomen door van baan te wisselen, ontkennend moet worden</para>
      <para>beantwoord. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat,</para>
      <para>blijkens de gedingstukken, eiser bij zijn voorlaatste werkgever ook in de</para>
      <para>voorgaande jaren gedurende de wintermaanden werkloos was als gevolg</para>
      <para>van een verminderd werkaanbod. Alle stratenmakers worden bij deze</para>
      <para>werkgever ontslagen en kunnen in maart weer terugkeren. Eiser zou in</para>
      <para>december 1997 ook werkloos zijn geworden, indien hij geen ontslag had</para>
      <para>genomen. Daarbij komt dat eiser jaaropgaven heeft ingebracht, waaruit</para>
      <para>blijkt dat hij in de winterperiode WW-uitkering heeft genoten in de jaren</para>
      <para>1993, 1994, 1995 en 1996.</para>
      <para>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat bij de</para>
      <para>voorlaatste werkgever en bij X sprake was van een vergelijkbare</para>
      <para>situatie.</para>
      <para>De rechtbank kan verweerder niet volgen in de stelling dat bij de</para>
      <para>voorlaatste werkgever sprake zou zijn van een andere situatie, als gevolg</para>
      <para>waarvan WW-uitkering is verstrekt.</para>
      <para>De rechtbank wil hieraan nog toevoegen dat het vanuit een oogpunt van</para>
      <para>toepassing van de WW ook alleszins toelaatbaar is te achten, dat eiser</para>
      <para>(na ruim negen jaar) bij X is gaan werken, omdat hij daar f 75,-</para>
      <para>netto per week meer kon gaan verdienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit geen stand kan</para>
      <para>houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het beroep van eiser zal gegrond worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder zal een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van 31</para>
      <para>januari 1998 dienen te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht termen aanwezig verweerder onder toepassing van</para>
      <para>artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eiser gemaakte</para>
      <para>proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit</para>
      <para>proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in</para>
      <para>totaal  f 10,-- voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende</para>
      <para>rechtsbijstand:</para>
      <para>* 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;</para>
      <para>* waarde per punt  f 10,--;</para>
      <para>* wegingsfactor 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens zal de rechtbank bepalen dat door het Landelijk instituut sociale</para>
      <para>verzekeringen aan eiser het door hem gestorte griffierecht dient te</para>
      <para>worden vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Mitsdien wordt beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-       verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>-       vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>-       bepaalt dat verweerder een nieuwe besluit dient te nemen naar</para>
      <para>aanleiding eisers bezwaar gericht tegen het besluit van 23 januari 1998</para>
      <para>met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;</para>
      <para>-       gelast het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan eiser te</para>
      <para>vergoeden het door hem gestorte griffierecht;</para>
      <para>-       veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten</para>
      <para>vastgesteld op  f 10,--, te vergoeden door het Landelijk instituut sociale</para>
      <para>verzekeringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries als rechter in</para>
      <para>tegenwoordigheid van R.C. de Cuba als griffier en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na</para>
      <para>de datum van toezending hoger beroep instellen bij de</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden:</para>
      <para>HS</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>