<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T11:10:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3703</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 98/4221 ALGEM/CSV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008844&amp;artikel=4&amp;g=1999-07-05">Besluit premiedifferentiatie WAO 4</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007634&amp;g=1999-07-05">Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=78&amp;g=1999-07-05">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 78</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 1999/264 met annotatie van M. Driessen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703 Rechtbank 's-Hertogenbosch , 05-07-1999 / AWB 98/4221 ALGEM/CSV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3703:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>469 / Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak</para>
    <para />
    <para>AWB 98/4221 ALGEM/CSV</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht</para>
      <para>(Awb) in het geschil tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Watermolen Textielveredelingsbedrijf B.V., gevestigd te Helmond, eiseres,</para>
      <para>gemachtigde mr. A.C.J.M. Schröder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, verweerder,</para>
      <para>in dezen vertegenwoordigd door GAK Nederland BV,</para>
      <para>gemachtigde mr. T.E.D.M. Zijlmans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 december 1997 heeft verweerder besloten eiseres voor het premiejaar</para>
      <para>1998 aan te merken als grote werkgever in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en</para>
      <para>onder f, van het Besluit premiedifferentiatie WAO. Tevens heeft verweerder bij dit besluit</para>
      <para>besloten dat eiseres over 1998, naast de ingevolge de Wet op de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor elke werkgever geldende basispremie,</para>
      <para>een gedifferentieerde premie verschuldigd is van 0,58%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend bij verweerder.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 april 1998 heeft verweerder dat bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het besluit van 23 april 1998 heeft eiseres vervolgens beroep doen instellen bij de</para>
      <para>rechtbank. Gevorderd is het bestreden besluit te vernietigen en te bepalen dat de door</para>
      <para>eiseres verschuldigde gedifferentieerde premie dient te worden vastgesteld op 0,09%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend, waarna beide partijen nog schriftelijk</para>
      <para>hebben gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is vervolgens behandeld ter zitting van 17 juni 1999, waar partijen zich hebben</para>
      <para>laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geding is de vraag aan de orde of verweerders besluit van 23 april 1998, waarbij het</para>
      <para>bezwaar van eiseres tegen de ten aanzien van haar vastgestelde gedifferentieerde</para>
      <para>premie van 0,58% ongegrond is verklaard, in rechte stand kan houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen dat besluit aangevoerd dat de gedifferentieerde premie is vastgesteld</para>
      <para>op grond van de WAO-uitkering die in 1996 is betaald aan een voormalige werknemer</para>
      <para>van eiseres die in 1993 in de WAO terecht is gekomen. Eiseres is van oordeel dat de aan</para>
      <para>deze werknemer betaalde WAO-uitkering buiten beschouwing moet blijven bij de</para>
      <para>vaststelling van de verschuldigde gedifferentieerde premie, omdat eiseres vanwege de</para>
      <para>instroom van deze voormalige werknemer in de WAO reeds een zogenoemde malus</para>
      <para>heeft betaald op grond van artikel 59i van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet</para>
      <para>(AAW), zoals die bepaling destijds luidde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij de vaststelling van de</para>
      <para>gedifferentieerde premie in acht te nemen regels geen ruimte bieden voor het buiten</para>
      <para>beschouwing laten van uitkeringsbedragen die zijn betaald aan werknemers voor wie</para>
      <para>reeds een malus is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich derhalve geplaatst voor de vraag of WAO-uitkeringen die zijn</para>
      <para>betaald aan een werknemer voor wiens instroom in de WAO reeds een malus is betaald,</para>
      <para>buiten beschouwing moeten worden gelaten bij de vaststelling van de door de werkgever</para>
      <para>verschuldigde gedifferentieerde premie. Bij de beantwoording van deze vraag zijn zowel</para>
      <para>de malusregeling als de premiedifferentiatie-regeling van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Malusregeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1992 is artikel 59i van de AAW in werking getreden. Deze</para>
      <para>zogenoemde malusregeling hield kort gezegd in dat de werkgever een geldelijke bijdrage</para>
      <para>(een malus) verschuldigd was voor elke persoon die op de eerste dag van zijn</para>
      <para>ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tot hem in dienstbetrekking stond en recht kreeg</para>
      <para>op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De malusregeling is vervallen door de inwerkingtreding van de Wet afschaffing malus en</para>
      <para>bevordering reïntegratie (wet van 2 november 1995, Staatsblad 1995, 560, hierna: Wet</para>
      <para>amber). Deze afschaffing is blijkens de memorie van toelichting bij de Wet amber onder</para>
      <para>meer ingegeven door uitvoeringstechnische problemen bij de malusregeling, en door het</para>
      <para>feit dat andere wetgeving werd voorbereid (de na te melden Wet pemba), waardoor</para>
      <para>eveneens prikkels zouden ontstaan voor werkgevers om een beleid te voeren gericht op</para>
      <para>beperking van een beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (MvT TK 1994-1995,</para>
      <para>24 221, nr. 3, blz. 2, 3 en 4).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel XI van de Wet amber is als overgangsregeling echter bepaald dat de</para>
      <para>malusregeling van toepassing blijft op malussen die verschuldigd zijn voor personen wier</para>
      <para>eerste dag van ongeschiktheid tot werken gelegen is vóór 1 juli 1993.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze overgangsregeling is gemotiveerd met de stelling dat zonder deze</para>
      <para>overgangsregeling een niet te rechtvaardigen onderscheid zou ontstaan tussen enerzijds</para>
      <para>werkgevers die zijn aangesloten bij bedrijfsverenigingen die geen prioriteit hebben</para>
      <para>gegeven aan het vaststellen van malussen, die nog geen vaststellingsbeschikking hebben</para>
      <para>ontvangen of de malus nog niet hebben betaald en anderzijds werkgevers, aangesloten</para>
      <para>bij bedrijfsverenigingen die daaraan wel prioriteit hebben gegeven, die al wel een</para>
      <para>vaststellingsbeschikking hebben ontvangen en de malus al hebben betaald (MvT TK</para>
      <para>1994-1995, 24 221, nr. 3, blz. 5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de inwerkingtreding van de Wet amber is verweerder echter niet in staat gebleken om</para>
      <para>op voldoende consistente wijze uitvoering te geven aan de verplichting om de</para>
      <para>malusregeling nog uit te voeren ten aanzien van de gevallen waarin de eerste dag van</para>
      <para>ongeschiktheid tot werken gelegen is vóór 1 juli 1993. Om deze reden heeft de Centrale</para>
      <para>Raad van Beroep (CRvB) bij uitspraak van 28 mei 1998 (onder meer gepubliceerd in</para>
      <para>Uitspraken Sociale Zekerheid 1998/183 en Rechtspraak Sociale Verzekering 1998/173)</para>
      <para>een groot aantal opgelegde malussen vernietigd. Hierna heeft verweerder bij besluit van</para>
      <para>24 juni 1998 (Staatscourant van 3 juli 1998, nummer 123, bladzijde 18) besloten de</para>
      <para>besluiten tot oplegging van een malus die nog in bezwaar of beroep in behandeling zijn,</para>
      <para>niet langer te handhaven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Premiedifferentiatie WAO</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 januari 1998 is vervolgens de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (hierna: de Wet pemba) in werking getreden. Net</para>
      <para>zoals met de malusregeling is ook met deze wet onder meer beoogd de werkgever te</para>
      <para>stimuleren om ten aanzien van arbeidsongeschiktheid een adequaat preventie- en</para>
      <para>reïntegratiebeleid te voeren. Bij wijze van financiële prikkel is de door de werkgever te</para>
      <para>betalen WAO-premie gedeeltelijk afhankelijk gemaakt van de aan (voormalige)</para>
      <para>werknemers uitgekeerde WAO-uitkeringen in een bepaald jaar. Daartoe is in artikel 76a</para>
      <para>van de WAO bepaald dat de werkgever een basispremie en een gedifferentieerde premie</para>
      <para>verschuldigd is, welke ingevolge artikel 76b van de WAO door de werkgever aan</para>
      <para>verweerder dient te worden betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoe de gedifferentieerde premie dient te worden berekend is geregeld in artikel 78 van de</para>
      <para>WAO en in het op het zesde lid van dat artikel gebaseerde Besluit premiedifferentiatie</para>
      <para>WAO (hierna: het Besluit). Uit artikel 4, eerste en tweede lid, van dit Besluit blijkt dat deze</para>
      <para>premie is gebaseerd op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bedoeld in artikel 76f van</para>
      <para>de WAO, die in het tweede kalenderjaar voor het premiejaar zijn betaald aan werknemers</para>
      <para>die bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid in dienstbetrekking stonden tot de</para>
      <para>betreffende werkgever. Uit artikel 76f, eerste lid, van de WAO volgt dat het hier gaat om</para>
      <para>de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die betaald worden over een periode van vijf jaar te</para>
      <para>rekenen vanaf de dag waarop de betreffende arbeidsongeschiktheidsuitkering is</para>
      <para>ingegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de berekening van de voor eiseres geldende gedifferentieerde premie over het</para>
      <para>premiejaar 1998 zijn derhalve de WAO-uitkeringen van belang die in 1996 zijn uitbetaald</para>
      <para>aan werknemers die bij het intreden van hun arbeidsongeschiktheid in dienst van eiseres</para>
      <para>waren, voorzover die uitkeringen in 1996 nog geen vijf jaar hebben geduurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Samenloop malus en gedifferentieerde premie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de hiervoor weergegeven regelingen volgt dat er zich situaties kunnen voordoen</para>
      <para>waarin een aan een werknemer toegekende WAO-uitkering kan doorwerken in de hoogte</para>
      <para>van de door de werkgever te betalen gedifferentieerde premie, terwijl die werkgever</para>
      <para>terzake van de toekenning van die arbeidsongeschiktheidsuitkering ook reeds een malus</para>
      <para>heeft betaald.</para>
      <para>Deze samenloop kan zich kort gezegd voordoen terzake van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn ingegaan of verhoogd in de periode van 1</para>
      <para>januari 1993 (pas vanaf die datum tellen uitkeringen mee voor de premiedifferentiatie) tot</para>
      <para>1 juli 1994 (terzake werknemers van wie de ongeschiktheid tot werken na 1 juli 1993 is</para>
      <para>ingetreden en van wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering derhalve na 1 juli 1994 is</para>
      <para>ingegaan geldt de Wet amber). Ook in het onderhavige geval doet deze samenloop zich</para>
      <para>voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank moet vaststellen dat de hierboven kort geschetste regeling over de</para>
      <para>vaststelling van de gedifferentieerde premie geen ruimte biedt om WAO-uitkeringen die</para>
      <para>zijn betaald aan een werknemer voor wiens instroom in de WAO reeds een malus is</para>
      <para>betaald buiten beschouwing te laten bij de vaststelling van de gedifferentieerde premie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens eiseres is aangevoerd dat het feit dat zij thans zowel met een malus als met een</para>
      <para>hogere gedifferentieerde premie wordt geconfronteerd terzake de instroom van één</para>
      <para>werknemer in de WAO strijdig is met het in het strafrecht geldende ne bis in idem</para>
      <para>beginsel, ertoe strekkende dat iemand niet tweemaal gestraft kan worden voor hetzelfde</para>
      <para>feit. De rechtbank kan deze stelling van eiseres echter niet honoreren. Zowel de malus als</para>
      <para>de gedifferentieerde premie moeten worden gekarakteriseerd als bijdragen van een</para>
      <para>werkgever in de kosten van de voortdurende arbeidsongeschiktheid van zijn werknemers.</para>
      <para>Hierbij heeft de wetgever getracht meerdere doelstellingen te dienen, waaronder het</para>
      <para>prikkelen van werkgevers tot het voeren van een adequaat preventie- en</para>
      <para>reïntegratiebeleid. Dit laat onverlet dat de werkgever in een groot aantal gevallen part</para>
      <para>noch deel heeft aan het ontstaan van arbeidsongeschiktheid, bijvoorbeeld indien de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid in de privésfeer van een werknemer is ontstaan. De rechtbank is</para>
      <para>op deze grond in navolging van de CRvB (zie de uitspraak van 15 februari 1995 over de</para>
      <para>malusproblematiek, gepubliceerd in Rechtspraak Sociale Verzekering 1996, 214) van</para>
      <para>oordeel dat de vaststelling van een gedifferentieerde premie evenmin als de oplegging</para>
      <para>van een malus gezien kan worden als een bestraffing van een overtreding van enige</para>
      <para>norm die een punitief karakter zou hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wel volgt uit de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van</para>
      <para>9 december 1994 (gepubliceerd in Jurisprudentie Bestuursrecht 1995, 49, inzake</para>
      <para>Schouten en Meldrum) dat premieheffing in het kader van de sociale</para>
      <para>werknemersverzekeringswetten ("contributions under social-security schemes") dient te</para>
      <para>worden beschouwd als betrekking hebbend op "the determination of civil rights and</para>
      <para>obligations" zoals vermeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de</para>
      <para>Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Voor een analoge</para>
      <para>toepassing van het in het artikel 68 van het Wetboek van strafrecht neergelegde ne bis in</para>
      <para>idem beginsel ziet de rechtbank echter geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is door eiseres gesteld dat de vaststelling van de onderhavige gedifferentieerde</para>
      <para>premie gegeven het feit dat ook reeds een malus is betaald zo onevenredig uitpakt dat</para>
      <para>om die reden de aan de betreffende werknemer betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering</para>
      <para>buiten beschouwing zou moeten worden gelaten bij de vaststelling van de</para>
      <para>gedifferentieerde premie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt dienaangaande voorop dat ingevolge artikel 3:4, tweede lid, van de</para>
      <para>Awb de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet</para>
      <para>onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Ook stelt</para>
      <para>de rechtbank vast dat aan eiseres kan worden toegegeven dat zij in het verleden door de</para>
      <para>malusoplegging een groter financieel nadeel heeft ondervonden dan werkgevers ten</para>
      <para>aanzien van wie nimmer malusoplegging heeft plaatsgevonden en werkgevers die</para>
      <para>destijds de hen opgelegde malusbeslissingen in rechte hebben aangevochten en ten</para>
      <para>aanzien van wie uiteindelijk van uitvoering van de malusregeling is afgezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat feit brengt echter niet met zich mee dat de thans overeenkomstig de terzake</para>
      <para>geldende bepalingen vastgestelde gedifferentieerde premie in strijd zou moeten worden</para>
      <para>geacht met het in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb neergelegde</para>
      <para>evenredigheidsbeginsel. Het door de oplegging van de malus veroorzaakte financiële</para>
      <para>nadeel zou eiseres immers eveneens hebben gehad indien de wet Pemba niet zou zijn</para>
      <para>ingevoerd. De oplegging van de malus was neergelegd in een afzonderlijk besluit, was</para>
      <para>gebaseerd op een afzonderlijke regeling en maakt dan ook geen onderdeel uit van het</para>
      <para>thans door eiseres aangevochten premiedifferentiatiebesluit. Dit</para>
      <para>premiedifferentiatiebesluit bevat niet meer dan de vaststelling van een gedifferentieerde</para>
      <para>premie op basis van een berekend arbeidsongeschiktheidsrisicocijfer van een individuele</para>
      <para>werkgever. Het feit dat eiseres daarnaast ook reeds een malus heeft voldaan en dat nu</para>
      <para>sprake is van een samenloop tussen malus en gedifferentieerde premie kan dan ook niet</para>
      <para>worden gezien als een gevolg van het thans bestreden besluit. Om deze reden kan niet</para>
      <para>worden gezegd dat de voor eiseres nadelige gevolgen van het onderhavige besluit, welke</para>
      <para>gevolgen zich beperken tot de verschuldigdheid van een gedifferentieerde premie van</para>
      <para>0,58%, onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande laat onverlet dat het feit dat eiseres reeds een malus heeft voldaan wel</para>
      <para>behoort tot de relevante feiten en de af te wegen belangen, waaromtrent verweerder</para>
      <para>ingevolge het bepaalde in artikel 3:2 van de Awb de nodige kennis heeft moeten vergaren</para>
      <para>bij de beoordeling van het besluit. Er is echter niet gebleken dat verweerder in die</para>
      <para>verplichting tekort is geschoten in deze. Gegeven de dwingendrechtelijk geformuleerde</para>
      <para>voorschriften ten aanzien van de berekening van de verschuldigde gedifferentieerde</para>
      <para>premie had verweerder eenvoudigweg niet de mogelijkheid om de aan de onderhavige</para>
      <para>werknemer betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen buiten beschouwing te laten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook het feit dat de wetgever bij gelegenheid van de totstandkoming van de Wet Pemba</para>
      <para>kennelijk niet heeft stilgestaan bij de mogelijkheid dat terzake een</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkering die tot een hogere gedifferentieerde premie leidt ook</para>
      <para>reeds een malus kon zijn betaald kan op zichzelf niet tot de conclusie leiden dat het thans</para>
      <para>bestreden besluit wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel zou moeten worden</para>
      <para>vernietigd. Wel is gebleken dat verweerder de staatssecretaris van Sociale Zaken en</para>
      <para>Werkgelegenheid inmiddels heeft verzocht een wettelijk kader te scheppen waarbinnen</para>
      <para>samenloop van premie-opslag en malus zou kunnen worden voorkomen.</para>
      <para>Het zou de rechtsvormende taak van de rechtbank echter te buiten gaan indien de</para>
      <para>rechtbank zou vooruitlopen op dergelijke eventueel te nemen wettelijke maatregelen door</para>
      <para>thans reeds het bestreden besluit te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen van de zijde van eiseres naar voren is gebracht heeft de rechtbank niet tot een</para>
      <para>ander oordeel kunnen brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande vloeit voort dat het onderhavige beroep voor ongegrond moet worden</para>
      <para>gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht geen termen aanwezig om een proceskostenveroordeling uit te</para>
      <para>spreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Mitsdien wordt beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mrs. A.B.M. Hent, I.B.N. Keizer en J.R. van Es-de Vries als rechters in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr. M.G.P.A. Burghoorn als griffier en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar d.d.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na</para>
      <para>de datum van toezending hoger beroep instellen bij de</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden:</para>
      <para>JvdS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>$$N UITSPRAAK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>