<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:09:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX2331</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">411007 HA RK 12-15  Wrakingnummer 2012/2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:32:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331 Rechtbank 's-Gravenhage , 13-02-2012 / 411007 HA RK 12-15  Wrakingnummer 2012/2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schriftelijk verzoek tot wraking kantonrechter. Verzoeker is van mening dat de rechtbank een vooringenomen positie inneemt en hem onvoldoende gelegenheid geeft om zijn zaak te verdedigen. Bovendien geeft het zittingsverslag niet alles weer wat de rechter heeft besproken. Aan de orde is in de eerste plaats de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. De rechtbank (wrakingskamer) is van oordeel dat verzoeker het wrakingsverzoek niet tijdig heeft ingediend. Bovendien heeft verzoeker eerst ter zitting de aan het wrakingsverzoek ten grondslag liggende gronden aangevoerd. Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Dit betekent dat de rechtbank niet meer aan een inhoudelijke beoordeling toekomt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>beslissing</para>
      <para>WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Meervoudige wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingnummer 2012/2</para>
      <para>rekestnummer: 411007 HA RK 12-15</para>
      <para>zaaknummer: 1093878 / 11-6251	</para>
      <para>datum beschikking: 13 februari 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.P. Mulder,</para>
      <para>rechter in de rechtbank te 's-Gravenhage, locatie Leiden, sector kanton,</para>
      <para>hierna te noemen: de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.	De voorgeschiedenis en het procesverloop</para>
    <para>	</para>
    <para>Verzoeker is op 11 augustus 2011 gedagvaard door Renault Trucks Commercial Nederland B.V., tevens handelend onder de naam Renault Trucks Amsterdam (hierna: Renault) die heeft gevorderd verzoeker te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.688,82 met rente en kosten in verband met een door Renault aan verzoeker verkochte auto. Verzoeker heeft vervolgens een reconventionele vordering ingesteld. Op 15 december 2011 heeft ten overstaan van de kantonrechter de comparitie van partijen plaats gevonden. Na de zitting heeft verzoeker bij brief, ter griffie ingekomen op 20 december 2011, verzocht om toezending van het zittingsverslag en heeft hij zijn voornemen kenbaar gemaakt om verdere stappen te ondernemen omdat vooringenomen feiten naar voren waren gekomen. Bij brief van 29 december 2011 zijn de zittingsaantekeningen aan verzoeker toegezonden. Verzoeker heeft vervolgens bij brief van 4 januari 2012 voornoemde rechter gewraakt. Het wrakingsverzoek is voorgelegd aan de wrakingskamer. </para>
    <para />
    <para>2. 	De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</para>
    <para />
    <para>Op 30 januari 2012 is ter openbare terechtzitting het wrakingsverzoek behandeld. Verzoeker is in persoon ter zitting verschenen. Het wrakingsverzoek is door hem aan de hand van door hem overgelegde pleitaantekeningen toegelicht. De kantonrechter heeft bij brief van 23 januari 2012, ter griffie ingekomen op 24 januari 2012, zijn standpunt met betrekking tot het wrakingsverzoek kenbaar gemaakt en tevens meegedeeld niet op de zitting te zullen verschijnen. Namens Renault is mr. D. Greve ter zitting verschenen.  </para>
    <para>	</para>
    <para>3. 	Het standpunt van verzoeker</para>
    <para />
    <para>Het wrakingsverzoek komt, kort en zakelijk weergegeven, op het volgende neer. Verzoeker is van mening dat de rechtbank een vooringenomen positie inneemt en hem onvoldoende gelegenheid geeft om zijn zaak te verdedigen. Bovendien geeft het zittingsverslag niet alles weer wat de rechter heeft besproken. </para>
    <para />
    <para>4.	Het standpunt van mr. Mulder</para>
    <para>	</para>
    <para>	Het standpunt van mr. Mulder komt, kort en zakelijk weergegeven, op het volgende neer. Het is hem niet duidelijk wat de omvang is van het wrakingsverzoek. In de onderhavige zaak tegen Renault heeft verzoeker voldoende gelegenheid gehad om zijn standpunt naar voren te brengen en zijn zaak te verdedigen. Door verzoeker zijn bovendien geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit vooringenomenheid of partijdigheid zou blijken. Het zittingsverslag geeft een goed beeld van wat ter zitting aan de orde is geweest. Hij ziet dan ook geen gronden voor toewijzing van het verzoek. </para>
    <para />
    <para>5.	De beoordeling</para>
    <para />
    <para>5.1. Aan de orde is in de eerste plaats de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Artikel 37 eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ingevolge artikel 37 derde lid Rv dient de partij die wraking verzoekt bovendien alle feiten en omstandigheden tegelijk voor te dragen. Verzoeker heeft hieromtrent ter zitting verklaard dat hij over het indienen van een wrakingsverzoek wilde nadenken en dat hij niet wist dat hij reeds bij het indienen van het verzoek alle gronden moest aanvoeren. De wrakingskamer is van oordeel dat dit omstandigheden zijn die voor risico van verzoeker dienen te blijven en niet het tijdsverloop tussen de zitting en het wrakingsverzoek rechtvaardigen. Nu verzoeker pas op 4 januari 2012 een ongemotiveerd wrakingsverzoek heeft ingediend, terwijl de comparitie op 15 december 2011 heeft plaatsgevonden en hij op 29 december 2011 over het zittingsverslag beschikte, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker het wrakingsverzoek niet tijdig heeft ingediend. Bovendien heeft verzoeker eerst ter zitting de aan het wrakingsverzoek ten grondslag liggende gronden aangevoerd. Het vorenstaande leidt er toe dat verzoeker niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.  </para>
    <para />
    <para>5.2. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet meer aan een inhoudelijke beoordeling toekomt. </para>
    <para />
    <para>6.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <para>verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: </para>
      <para>•	verzoeker;</para>
      <para>•	verweerder in de hoofdzaak;</para>
      <para>•	de kantonrechter mr. J.P. Mulder;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2012 door mr. G.P. Verbeek, voorzitter, en mrs. K.M. Braun en H.M.D. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Schreuder als griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>