<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T10:13:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV7635</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 11-24089</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635 Rechtbank 's-Gravenhage , 27-02-2012 / AWB 11-24089</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rva 2005. Verzoek om vergoeding kosten contra-expert taalanalyse. Beoordeling noodzakelijke kosten.</para>
      <para />
      <para> Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat hij zich bij de beoordeling of de kosten noodzakelijk zijn een oordeel moet vormen over de deskundigheid en onafhankelijkheid van de opsteller van het contra-expertiserapport van de taalanalyse en dat daarbij van belang is door wie en onder welke omstandigheden het onderzoek is verricht. Het enkele feit dat de contra-expertise wordt opgesteld onder begeleiding van de Taalstudio betekent niet zonder meer dat de ingeschakelde expert deskundig en onafhankelijk is. Het voorgaande in aanmerking genomen en gelet op het bepaalde in artikel 17, derde lid, van de Rva, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder niet voorafgaand aan een besluit op een aanvraag om vergoeding voor de kosten van het verrichten van een contra-expertise de identiteitsgegevens van de betreffende contra-expert mag vragen. De eis van verweerder als zodanig dat de Taalstudio en dus de vreemdeling inzichtelijk moet maken wie en op welke wijze de contra-expertise heeft verricht wordt niet als onredelijk aangemerkt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7635:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE </para>
    <para />
    <para>Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch</para>
    <para />
    <para>Sector bestuursrecht</para>
    <para />
    <para>Zaaknummer:	AWB 11/24089</para>
    <para>		  </para>
    <para>Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2012</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser]</para>
      <para>geboren op 1 januari 1979,</para>
      <para>nationaliteit Somalische,</para>
      <para>verblijvende te Velp,</para>
      <para>[eiser],</para>
      <para>gemachtigde mr. J.A.A. Vos, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA),</para>
      <para>te Den Haag,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Procesverloop</para>
      <para>Bij besluit van 4 juli 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiser om een vergoeding voor de kosten van het verrichten van een contra-expertise taalanalyse, afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2011, waar eiser noch verweerder zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegingen </para>
      <para>1.	Aan de orde is of het bestreden besluit in rechte kan standhouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	Bij brief van 30 maart 2011 heeft eiser aan verweerder verzocht de kosten van een contra-expertise taalanalyse derde fase die door De Taalstudio zal worden verzorgd, tot een bedrag van € 399,00 (exl. BTW) te vergoeden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Bij brieven van 12 mei 2011 en 30 mei 2011 heeft verweerder om aanvullende informatie gevraagd, waaronder de identiteitsgegevens van de contra-expert die de </para>
      <para>contra-expertise in opdracht van eiser zal gaan verrichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	Bij brief van 7 juni 2011 heeft eiser bericht dat de in te schakelen deskundige via de Taalstudio alleen bereid is om zijn identiteit aan de rechtbank in de asielprocedure bekend te maken. </para>
    <para />
    <para>5.	Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat – kort gezegd – hij zich als gevolg van de weigering om identiteitsgegevens van de contra-expert te overleggen er niet van heeft kunnen vergewissen dat de contra-expert voldoende onafhankelijk en deskundig is en dat de aan het te verrichten onderzoek verbonden kosten redelijkerwijs niet voor vergoeding als buitengewone kosten in aanmerking komen.</para>
    <para />
    <para>6.	De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>7.	Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder g, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) omvat de opvang in een opvangvoorziening in elk geval betaling van buitengewone kosten.</para>
    <para />
    <para>8.	Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Rva 2005 kan een asielzoeker een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder g, die hij heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>9.	Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Rva 2005 zijn buitengewone kosten noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht kunnen worden door de asielzoeker zelf te worden betaald.</para>
    <para />
    <para>10.	In de toelichting op artikel 17, eerste en tweede lid, van de Rva 2005 (Stcrt. 2005, 24, p. 15) is, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:</para>
    <para />
    <para>"Het gaat om kosten waarvan in redelijkheid geoordeeld kan worden dat zij noodzakelijk zijn. Het orgaan zal deze kosten in alle redelijkheid als buitengewoon moeten kunnen aanmerken. Voorwaarde hierbij is dat de kosten in enige mate (direct of indirect) gerelateerd zijn aan het verblijf in de voorziening of aan de (medische en mentale) situatie van betrokkene. Dat betekent dat het mogelijk is dat ook kosten vergoed kunnen worden die niet opgehangen zijn aan, of verbonden zijn met de asielprocedure."</para>
    <para />
    <para>11.	Ingevolge artikel 17, derde lid, van de Rva worden buitengewone kosten slechts betaald voor zover vooraf door het COA aan de asielzoeker toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>12.	 Gezien de tekst van artikel 17, eerste lid en tweede lid, van de Rva 2005 en de toelichting daarop, komt verweerder bij de toepassing van deze bepaling beoordelingsvrijheid toe, waarvan de invulling tot zijn verantwoordelijkheid behoort. Het is aan verweerder om te beoordelen of de kosten noodzakelijk zijn en naar aard en omvang in redelijkheid niet kunnen worden geacht door de asielzoeker zelf te worden betaald. Het staat verweerder vrij, gezien zijn beperkte financiële middelen, rekening te houden met de aard en omvang van de kosten waarvoor vergoeding wordt gevraagd. De rechter dient die beoordeling terughoudend te toetsen (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 19 maart 2010, LJN: BL9320). </para>
      <para>13.	Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat hij zich bij de beoordeling of de kosten noodzakelijk zijn een oordeel moet vormen over de deskundigheid en onafhankelijkheid van de opsteller van het </para>
      <para>contra-expertiserapport van de taalanalyse en dat daarbij van belang is door wie en onder welke omstandigheden het onderzoek is verricht (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van </para>
      <para>1 september 2010, 201002786, www.raadvanstate.nl). Het enkele feit dat de contra-expertise wordt opgesteld onder begeleiding van de Taalstudio betekent niet zonder meer dat de ingeschakelde expert deskundig en onafhankelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>14.	Het voorgaande in aanmerking genomen en gelet op het bepaalde in artikel 17, derde lid, van de Rva, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder niet voorafgaand aan een besluit op een aanvraag om vergoeding voor de kosten van het verrichten van een contra-expertise de identiteitsgegevens van de betreffende contra-expert mag vragen. Uit evenbedoelde uitspraak van de Afdeling volgt ook dat de eis van verweerder als zodanig dat de Taalstudio en dus de vreemdeling inzichtelijk moet maken wie en op welke wijze de </para>
      <para>contra-expertise heeft verricht niet als onredelijk wordt aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>15.	Vaststaat dat eiser voorafgaand aan het bestreden besluit geen identiteitsgegevens van de contra-expert aan verweerder heeft verstrekt. Verweerder heeft om die reden niet kunnen beoordelen of de contra-expert voldoende onafhankelijk en deskundig is en bijgevolg evenmin kunnen beoordelen of sprake is van noodzakelijke kosten. Verweerder heeft de aanvraag om vergoeding voor de kosten van het verrichten van een contra-expertise taalanalyse dus terecht afgewezen.</para>
    <para />
    <para>16.	Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>17.	De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>18.	Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>De rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus gedaan door mr. A. Venenkamp in tegenwoordigheid van drs. W. Smeding als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2012.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze uitspraak </para>
      <para>mede te onderteken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raad van State</para>
      <para>Afdeling bestuursrechtspraak</para>
      <para>Hoger beroep vreemdelingenzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Artikel 85 van de Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt onder meer dat bij het beroepschrift een afschrift moet worden overgelegd van de uitspraak. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing.</para>
    <para />
    <para>Afschriften verzonden:</para>
    <para />
    <para />
    <para>?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>