<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-06T09:32:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBSGR:2012:1661</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV2789</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 12/1094</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:35:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789 Rechtbank 's-Gravenhage , 02-02-2012 / AWB 12/1094</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring, eerste beroep, Irak, uitzetting met EU-staat, zicht op uitzetting</para>
      <para />
      <para>De rechtbank stelt vast dat verwijdering met de zogenoemde sterke arm naar Irak enkel gerealiseerd kan worden door uitzetting met een EU-staat, maar dat door de gewijzigde houding van de Iraakse autoriteiten van deze mogelijkheid sinds 14 november 2011 geen gebruik kan worden gemaakt. In de omstandigheid dat eiser thans niet met een EU-staat zal kunnen vertrekken, ziet de rechtbank echter geen aanleiding om aan te nemen dat zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank acht hierbij van belang dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard dat op 5 december 2011 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verweerder (in de persoon van de minister) en de Iraakse ambassadeur en dat laatstgenoemde heeft toegezegd actie te zullen ondernemen om helderheid te krijgen over de oorzaak van de gewijzigde houding van de autoriteiten van Irak. Daarnaast zal ook de Nederlandse ambassadeur te Bagdad trachten om voornoemde helderheid te krijgen bij de Iraakse autoriteiten aldaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Nevenzittingsplaats Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector Bestuursrecht</para>
    <para />
    <para>Zaaknummer: AWB 12/1094 VRONTN S4</para>
    <para />
    <para>Uitspraak van 2 februari 2012 op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[...],</para>
      <para>geboren 1991,</para>
      <para>van Iraakse nationaliteit,</para>
      <para>IND-dossiernummer: [...],</para>
      <para>V-nummer: [...],</para>
      <para>thans verblijvende in Detentiecentrum Zeist,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.J. Meijer, advocaat te Sint Annaparochie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: D.A. Riezebos, </para>
      <para>ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Procesverloop</para>
      <para>Bij besluit van 4 oktober 2011 is eiser op de voet van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 15 december 2011 heeft de rechtbank laatstelijk geoordeeld dat de voortduring en tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig zijn. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft op 11 januari 2012 beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, waarbij is verzocht om toekenning van schadevergoeding.</para>
    <para />
    <para>Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 26 januari 2012. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegingen</para>
      <para>Thans is aan de orde de vraag of zich sedert de sluiting van het onderzoek ter zake van het eerdere beroep feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die (het voortduren van) de bewaring onrechtmatig maken. Hierbij is mede van belang of nog voldoende zicht bestaat op uitzetting van eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens eiser is aangevoerd dat na de presentatie van eiser op 30 november 2011 in het geheel geen sprake is van zicht op uitzetting. De autoriteiten van Irak hebben de nationaliteit van eiser niet bevestigd, hetgeen betekent dat hij niet kan worden uitgezet. Eiser weet niet hoe hij aan een geldig document kan komen welke zijn identiteit bevestigt en is daarnaast ook niet bereid om vrijwillig terug te keren naar Irak. Mocht het resultaat van de op </para>
      <para>16 december 2011 gehouden taalanalyse zijn dat eiser inderdaad afkomstig is uit Irak, maakt dat nog niet dat hierdoor wel zicht op uitzetting bestaat, nu eiser namelijk niet vrijwillig wenst terug te keren, hetgeen wel een door de Iraakse autoriteiten gestelde voorwaarde is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat - anders dan namens eiser is betoogd - thans nog voldoende zicht op uitzetting van eiser bestaat. Hierbij acht de rechtbank het volgende van belang. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het door verweerder bij fax van 24 januari 2012 aan de rechtbank toegezonden rapport taalanalyse van 19 januari 2012 houdt als conclusie in dat eiser eenduidig is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Irak. Mede gelet hierop is het voornemen van verweerder er nog immer op gericht eiser uit te zetten naar Irak. Met betrekking tot het zicht op uitzetting naar Irak heeft de rechtbank in de uitspraak van 15 december 2011 (AWB 11/37480) op het vorige beroep van eiser overwogen dat de gemachtigde van verweerder ter zitting van </para>
      <para>8 december 2011 heeft toegelicht dat er twee mogelijkheden zijn om naar Irak te worden uitgezet. De eerste mogelijkheid is vertrek op basis van een laissez passer (lp), waarbij van eiser in het kader van de op hem rustende rechtsplicht Nederland te verlaten, wordt gevergd dat hij ten overstaan van de Irakese vertegenwoordiging verklaart dat hij vrijwillig wil terugkeren. De tweede mogelijkheid is terugkeer met een EU-staat, maar deze mogelijkheid is sinds 14 november 2011 opgeschort. </para>
      <para>Ter zitting van 26 januari 2012 heeft de gemachtigde van verweerder echter ten aanzien van de hiervoor als eerste genoemde wijze van vertrek verklaard dat het niet mogelijk lijkt te zijn dat een lp wordt afgegeven door de Irakese autoriteiten zonder dat de IOM daarbij betrokken is. Het gaat dan om vrijwillig vertrek, aldus de gemachtigde van verweerder. De rechtbank begrijpt daaruit dat deze situatie verschilt van de situatie waarin van een vreemdeling wordt gevergd dat hij ten overstaan van de autoriteiten van zijn land van herkomst verklaart vrijwillig te willen terugkeren, hetgeen door de autoriteiten van het land van herkomst als voorwaarde voor afgifte van een lp wordt gesteld. Voor zover verweerder zich op het standpunt heeft gesteld dat ook in geval een vreemdeling met behulp van de IOM vrijwillig vertrekt sprake is van uitzetting, volgt de rechtbank dat standpunt niet. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 augustus 2007 (LJN: BB2452) in dit verband, dat door de IOM verrichte handelingen niet als handelingen ter voorbereiding van uitzetting kunnen worden aangemerkt, omdat de IOM het zelfstandig vertrek van de vreemdeling begeleidt en deze activiteiten niet zijn gericht op uitzetting, dat wil zeggen een verwijdering met de sterke arm uit Nederland. De omstandigheid dat de bewaring de vreemdeling niet ontslaat van de verplichting al het mogelijke te doen om vrijwillig al dan niet met hulp van de IOM te kunnen vertrekken, maakt dat niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat verwijdering met de zogenoemde sterke arm naar Irak derhalve enkel gerealiseerd kan worden door uitzetting met een EU-staat, maar dat door de gewijzigde houding van de Iraakse autoriteiten van deze mogelijkheid sinds 14 november 2011 geen gebruik kan worden gemaakt. In de omstandigheid dat eiser thans niet met een EU-staat zal kunnen vertrekken, ziet de rechtbank echter geen aanleiding om aan te nemen dat zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank acht hierbij van belang dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard dat op 5 december 2011 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verweerder (in de persoon van de minister) en de Iraakse ambassadeur en dat laatstgenoemde heeft toegezegd actie te zullen ondernemen om helderheid te krijgen over de oorzaak van de gewijzigde houding van de autoriteiten van Irak. Daarnaast zal ook de Nederlandse ambassadeur te Bagdad trachten om voornoemde helderheid te krijgen bij de Iraakse autoriteiten aldaar. Gelet hierop bestaat naar het oordeel van de rechtbank thans geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting ontbreekt. </para>
    <para />
    <para>Voorts stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. </para>
    <para />
    <para>De gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangevoerd dat de belangenafweging in het voordeel van eiser dient uit te vallen, nu eiser reeds eerder in bewaring heeft verbleven. De rechtbank is van oordeel dat de eerdere inbewaringstelling van eiser niet een omstandigheid is die zich eerst na sluiting van het onderzoek ter zake van het eerdere beroep heeft voorgedaan en dat niet valt in te zien dat deze omstandigheid niet eerder had kunnen worden aangevoerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat eiser zijn standpunt dat de belangenafweging thans in zijn voordeel dient uit te vallen overigens niet heeft onderbouwd, is er ook in zoverre geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de bewaring niet langer rechtmatig is.  </para>
    <para />
    <para>Het beroep dient derhalve ongegrond te worden verklaard. Daarom dient het verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>-	verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para />
    <para>-	wijst het verzoek om schadevergoeding af. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.A. Vlietstra, rechter, bijgestaan door R. de Boer, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>R. de Boer	mr. N.A. Vlietstra</para>
    <para />
    <para>In het openbaar uitgesproken op 2 februari 2012</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Afschrift verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>