<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2012:29515</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T10:45:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">426153/ KG ZA 2012-929</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:29515">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2012:29515</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-06T15:39:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2012:29515 Rechtbank 's-Gravenhage , 11-09-2012 / 426153/ KG ZA 2012-929</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2012:29515:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wraking afgewezen. De beslissing van de voorzieningenrechter om geen aanhouding te verlenen voor de behandeling van het kort geding, is een processuele beslissing. Een dergelijke beslissing levert in beginsel geen grond voor wraking op, tenzij er feiten of omstandigheden zijn gesteld of aannemelijk zijn geworden die grond geven te vrezen dat het de voorzieningenrechter aan onpartijdigheid ontbreekt of dat door aldus te beslissen de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid jegens verzoeker is gewekt. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn gesteld noch aannemelijk geworden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2012:29515:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">’s</emphasis>
      <emphasis role="bold caps">-Gravenhage </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2012/61</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: 426954/ HA RK 12-531</para>
      <para>zaaksnummer: 426153/ KG ZA 2012-929 (nummer hoofdzaak) 	</para>
      <para>datum beschikking: 11 september 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ABDELHAKIM [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>tevens handelende onder de naam <emphasis role="bold">[verzoeker] PRODUCTIES,</emphasis></para>
      <para>(hierna te noemen ‘[verzoeker]’),</para>
      <para>wonende te [plaats 1],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat mr. M.F.A. Enait te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXPORTSLACHTERIJ [belanghebbende] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 2], gemeente [gemeente],</para>
      <para>(hierna te noemen ‘[belanghebbende] BV’),</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak, </para>
      <para>advocaat mr. M.H.L. Hemmer te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. R.J. PARIS,</emphasis>
      </para>
      <para>voorzieningenrechter in de rechtbank te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>(hierna te noemen ‘de voorzieningenrechter’).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is op 3 september 2012 door [belanghebbende] BV gedagvaard in kort geding om op 11 september 2012 te verschijnen ter terechtzitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. [belanghebbende] BV vordert - kort samengevat - [verzoeker] te bevelen twee artikelen van internet te verwijderen en die artikelen te rectificeren door het plaatsen van een rectificatie tekst, met nevenvorderingen, waaronder het opleggen van een dwangsom en een veroordeling tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de terechtzitting van 11 september 2012 heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter gewraakt. De behandeling van het kort geding is vervolgens door de voorzieningenrechter geschorst in afwachting van de beslissing op het verzoek tot wraking.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 september 2012 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [verzoeker], vergezeld van mr. M.F.A. Enait;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de heren [A] en [B] namens [belanghebbende] BV, vergezeld van mrs. M.H.L. Hemmer en[C];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de voorzieningenrechter en zijn griffier mr. T.A.E. Scheers.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van [verzoeker]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - door [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Door tijdgebrek is mr. Enait, die pas vanaf donderdag 6 september 2012 bij de zaak is betrokken, er niet in geslaagd alle documenten en producties te bestuderen. Hij wil de vordering onderbouwd weerspreken, maar heeft nog tijd nodig om daarvoor producties te verzamelen en over te leggen. De weigering van de voorzieningenrechter om de behandeling van het kort geding met één week aan te houden is voor [verzoeker] aanleiding om het onderhavige wrakingsverzoek in te dienen. Uit de weigering valt volgens hem af te leiden dat de voorzieningenrechter bevooroordeeld is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft ter zitting van de wrakingskamer te kennen gegeven dat hij niet in de wraking berust. Zijn beslissing om geen aanhouding te verlenen is een processuele beslissing waaruit niet valt af te leiden dat hij bevooroordeeld zou zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De beslissing van de voorzieningenrechter om geen aanhouding te verlenen voor de behandeling van het kort geding, is een processuele beslissing. Een dergelijke beslissing levert in beginsel geen grond voor wraking op, tenzij er feiten of omstandigheden zijn gesteld of aannemelijk zijn geworden die grond geven te vrezen dat het de voorzieningenrechter aan onpartijdigheid ontbreekt of dat door aldus te beslissen de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid jegens [verzoeker] is gewekt. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn gesteld noch aannemelijk geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Nu de door [verzoeker] aangevoerde grond het wrakingsverzoek niet kan dragen en zich naar het oordeel van de wrakingskamer ook overigens geen omstandigheden hebben voorgedaan die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid van de voorzieningenrechter dan wel voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij [verzoeker], dient het verzoek te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking af;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat een afschrift van deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, lid 3, Rv wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	[verzoeker] p/a zijn advocaat mr. M.F.A. Enait;</para>
      <para>•	[belanghebbende] BV p/a haar advocaat mr. M.H.L. Hemmer;</para>
      <para>•	de voorzieningenrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs E. Rabbie, G.P. van Ham en J.Th. van Walderveen, rechters, in tegenwoordigheid van J. Kriense Lokker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>