<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:19:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ9470</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/647733-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2011/210</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:25:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470 Rechtbank 's-Gravenhage , 23-06-2011 / 09/647733-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats. Voor bewezenverklaring van schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats is vereist dat de ander daarbij "zijns ondanks tegenwoordig is". Dat is hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE</para>
    <para />
    <para>Sector Strafrecht</para>
    <para />
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <para>Parketnummer 09/647733-10</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 23 juni 2011</para>
    <para />
    <para>Verstek</para>
    <para />
    <para>(Promis)</para>
    <para />
    <para>De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	[verdachte],</para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,</para>
      <para>	adres: [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.	Het onderzoek ter terechtzitting</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 juni 2011.</para>
    <para />
    <para>De verdachte is niet verschenen. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft bevolen dat tegen de niet verschenen verdachte verstek kan worden verleend en dat de behandeling van de zaak buiten zijn aanwezigheid kan worden voortgezet.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.F. Baas.</para>
    <para />
    <para>2.	De tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 29 april 2010 te [woonplaats], zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in een woning, gelegen op of aan de [adres] en/of een daarbij behorende, althans nabijgelegen, tuin/grasveld/dijk, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] zijns en/of haars ondanks tegenwoordig was/waren;</para>
      <para>art 239 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3.	Het bewijs</para>
    <para />
    <para>3.1	Het standpunt van de officier van justitie</para>
    <para />
    <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 29 april 2010 te [woonplaats] zich met ontbloot geslachtsdeel rondom zijn woning heeft bevonden, terwijl dit zichtbaar was voor een aantal minderjarigen. </para>
    <para />
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte dit feit heeft begaan en hem partieel vrij te spreken van het bestanddeel 'in een daarbij behorende, althans nabijgelegen, tuin/grasveld/dijk'.</para>
    <para />
    <para>3.2	De beoordeling van de tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende afgeleid:</para>
    <para />
    <para>Op 29 april 2010 was een aantal jongeren in het kanaal [kanaal] ter hoogte van de gemeente [woonplaats] aan het zwemmen met een surfplank en aan het varen in een bootje langs de woning van verdachte. Zij zagen hem toen met ontbloot geslachtsdeel voor het raam - in zijn woning - staan. </para>
    <para />
    <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van de - uiteenlopende - verklaringen niet bewezen kan worden dat verdachte ook met ontbloot geslachtsdeel in de tuin heeft gestaan. </para>
    <para />
    <para>Met de officier van justitie is de rechtbank eveneens van oordeel dat verdachte in zijn woning in een niet openbare plaats was als bedoeld in art 239, aanhef en onder 3 Sr: uit de stukken blijkt dat verdachtes woning niet zonder meer zichtbaar is vanaf [kanaal] en de jongeren moesten volgens de verklaring van getuige [C] op hun knieën op de surfplank gaan zitten om verdachtes woning - en het raam waar verdachte achter stond - te kunnen zien.</para>
    <para />
    <para>Voor bewezenverklaring van schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats is vereist dat de ander daarbij "zijns ondanks tegenwoordig is". Dat is hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde. Uit de stukken blijkt namelijk dat de jongeren, nadat zij van anderen hadden gehoord dat verdachte een zogenaamde potloodventer was, terug zijn gegaan naar verdachtes woning, om te kijken of hij daar (nog) was en vervolgens daar de - daarvoor nodige - moeite hebben gedaan om verdachte te (kunnen) zien terwijl hij in zijn woning met ontbloot geslachtsdeel achter het raam stond. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het ten laste gelegde feit niet bewezen kan worden en dat verdachte moet worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mrs. L. Alwin, voorzitter,</para>
      <para>S.M. Christiaan en J.J. Peters, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.A.I. Hendricks, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juni 2011.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>