<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2011:23020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-10T11:16:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">382221 - FA RK 10-9870</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2011:23020">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2011:23020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-10T11:16:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2011:23020 Rechtbank 's-Gravenhage , 03-10-2011 / 382221 - FA RK 10-9870</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2011:23020:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>echtscheiding: Nederlandse rechter geen rechtsmacht om van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen kennis te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2011:23020:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank ’s-Gravenhage				</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Sector familie- en jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige Kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>7x </para>
    <para>Rekestnummer: FA RK 10-9870</para>
    <para>Zaaknummer: 382221</para>
    <para>Datum beschikking: 3 oktober 2011</para>
    <para />
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="italic">Aantal fotokopieën per beschikking</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>Scheiding</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 7 december 2010 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X]
    </title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende te [woonplaats X] , Polen,</para>
      <para>advocaat: mr. I.M.G. Maste te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Y] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats Y] , Frankrijk,</para>
      <para>advocaat: mr. F.M.P. Brisdet te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief met bijlagen d.d. 17 mei 2011 van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief met bijlagen d.d. 29 april 2011 van de zijde van de man.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 augustus 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat alsmede de advocaat van de man. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verzoek en verweer</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vaststelling van de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind bij de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vaststelling van kinderalimentatie van € 227,-- per maand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>afwikkeling van de bestaande gemeenschap van goederen conform het voorstel van de vrouw, subsidiair te verdelen als rechtens juist, waaronder tevens de vervangende gerechtelijke toestemming te verlenen ten behoeve van de eigendomsoverdracht van de echtelijke woning;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de man zelfstandig verzocht de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Uit de vrouw is het volgende thans nog minderjarige kind geboren:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>  geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , Frankrijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Partijen zijn gehuwd op [huwelijksplaats 1] 2005 te [huwelijksplaats 2] , Frankrijk.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De minderjarige verblijft thans bij de vrouw. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De man heeft de Franse nationaliteit en de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De man heeft een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend bij het Tribunal de Grande Instance de [plaatsnaam] (hierna: TGI [plaatsnaam] ). Bij beschikking d.d. 28 april 2011 heeft het TGI [plaatsnaam] zich territoriaal onbevoegd verklaard.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>In geschil tussen partijen is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen. De vrouw heeft gesteld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, hetgeen de man heeft betwist. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat in de onderhavige zaak voor het bepalen van de rechtsmacht artikel 3 lid 1 sub a van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000 (hierna: Brussel IIbis) van toepassing is. Zowel Nederland als Frankrijk als Polen zijn gebonden aan de bepalingen van deze verordening. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de vrouw dat partijen de meeste aanknopingspunten hebben met Nederland en dat reeds daarom de Nederlandse rechter bevoegd is, aangezien dit niet relevant is ingevolge deze verordening. Met haar stelling dat de rechtbank rechtsmacht heeft op grond van artikel 263 Rechtsvordering, miskent de vrouw dat dit geen bepaling is die ziet op de rechtsmacht bij echtscheiding, maar een regel bevat omtrent de relatieve bevoegdheid in zaken die uitsluitend de aanvulling van de registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van daarin in te schrijven of ingeschreven akten betreffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3 lid 1 sub a Brussel IIbis bepaalt – voor zover hier van belang – dat ter zake van echtscheiding bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben; of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten bevindt, indien een van </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> hen daar nog verblijft; of</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft; of (….)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para> minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek </para>
      <para> verblijft; of</para>
    </parablock>
    <para>- zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten </para>
    <parablock>
      <para>minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek   </para>
      <para>verblijft en hetzij onderdaan van de betrokken lidstaat is (…).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen staat vast dat de man en de vrouw in 2008 van Nederland naar Polen zijn verhuisd, dat de man Polen in juli 2010 heeft verlaten en dat de vrouw nog steeds in Polen verblijft waar zij werkzaam is voor de Nederlandse ambassade. De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat zij geen aanleiding ziet om aan te nemen dat de gewone verblijfplaats van de vrouw in Nederland is gelegen, zoals de vrouw heeft bepleit. Het feit dat de vrouw niet is ingeschreven in Polen, maakt dit niet anders evenmin als de omstandigheid dat de vrouw stelt in Nederland nog een eigen woning te bezitten. De rechtbank oordeelt derhalve dat de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Polen is gelegen en dat de vrouw daar nog steeds verblijft, zodat de Poolse rechter bevoegd is kennis te nemen van een door de vrouw in te dienen verzoek tot echtscheiding. </para>
      <para>De vrouw heeft in dit kader bepleit dat zij in Polen diplomatieke immuniteit geniet op grond van de Weense conventie diplomatieke relaties 1961, dat het daardoor voor de vrouw niet mogelijk is bij de Poolse rechter een verzoek tot echtscheiding in te dienen en dat om die reden toch de Nederlandse rechter bevoegd is. Ongeacht of de vrouw diplomatieke immuniteit geniet en de vraag wat dat zou betekenen voor ontvankelijkheid van haar verzoek bij de Poolse rechter, volgt de rechtbank de vrouw niet in haar standpunt aangezien de vrouw ook bij de Franse rechter een verzoek tot echtscheiding kan indienen. Vast staat immers dat de man (die in een door de vrouw aan te spannen procedure moet worden aangemerkt als verweerder) in Frankrijk verblijft en dat derhalve op grond van artikel 3 Brussel IIbis de Franse rechter bevoegd is. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de Franse rechter zich bij voormelde beschikking van 28 april 2011 onbevoegd heeft verklaard omdat de man in die procedure de verzoekende partij was en de man ten tijde van het indienen van het verzoek slechts voor een periode korter dan zes maanden daaraan voorafgaand in Frankrijk zijn gewone verblijfplaats had gehad. Op het vorengaande strandt evenzeer de stelling van de vrouw dat de man met indiening van het verzoek tot echtscheiding bij de Franse rechter erkent dat de Poolse rechter onbevoegd is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is derhalve van oordeel dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft om van het verzoek van de vrouw tot echtscheiding met nevenvoorzieningen kennis te nemen en komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke beoordeling hiervan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft om van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen kennis te nemen;</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, bijgestaan door mr. C.K. Soeters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>