<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T08:23:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBSGR:2010:BW2851</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBSGR:2010:13491</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN3377</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 09/6441 WOZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2010/55.2.1</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2010-1901</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2010080603</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:46:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377 Rechtbank 's-Gravenhage , 30-03-2010 / AWB 09/6441 WOZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ 2009, proceskostenvergoeding. De gemachtigde van eiseres heeft in de bezwaarprocedure rechtsbijstand verleend op basis van een ‘no cure no pay’-overeenkomst. In het geval van een verloren procedure is eiseres niets verschuldigd en in het geval van een gewonnen procedure is eiseres niet meer verschuldigd dan de proceskostenvergoeding. Dit is voor verweerder reden geweest om bij de uitspraak op bezwaar, waarin het bezwaar gegrond werd verklaard, het verzoek van eiseres om een proceskostenvergoeding af te wijzen: zij heeft volgens verweerder geen kosten gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het bestaan van een ‘no cure no pay’-overeenkomst mee dat indien de procedure wordt gewonnen, er proceskosten zullen worden gemaakt. De gemachtigde heeft ook verklaard dat aan eiseres een vergoeding in rekening zal worden gebracht. Derhalve diende verweerder aan eiseres een proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedure toe te kennen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE</para>
    <para />
    <para>Sector bestuursrecht</para>
    <para />
    <para>Afdeling 4, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>Procedurenummer: AWB 09/6441 WOZ</para>
    <para />
    <para>Uitspraakdatum: 30 maart 2010</para>
    <para />
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
    <para />
    <para>in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>[eiseres], wonende te [plaats], </para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de heffingsambtenaar van de gemeente [...], verweerder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bestreden uitspraak op bezwaar </para>
      <para>De uitspraak van verweerder van 31 juli 2009 op het bezwaar van eiseres tegen de na te noemen beschikking en aanslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I ZITTING </para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2010. Namens eiseres is daar verschenen [A]. Namens verweerder is verschenen mr. [B]. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>II BESLISSING</para>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar voorzover deze betrekking heeft op de proceskostenvergoeding;</para>
      <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voorzover dit betrekking heeft op de proceskostenvergoeding;</para>
      <para>- veroordeelt verweerder in de kosten van het bezwaar ten bedrage van € 161 en in de kosten van het beroep ten bedrage van € 644; </para>
      <para>- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 41 aan haar vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>III OVERWEGINGEN</para>
      <para>3.1 Verweerder heeft bij beschikking van 28 februari 2009 (hierna: de beschikking) de waarde van de woning aan de [a-straat 1] te [plaats], op de voet van artikel 17 van de Wet waardering onroerende zaken op waardepeildatum 1 januari 2008 voor het kalenderjaar 2009 vastgesteld op € 267.000. In hetzelfde geschrift heeft verweerder aan eiser de aanslag onroerende-zaakbelasting voor het jaar 2009 opgelegd (hierna: de aanslag).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Eiser heeft bij brief van 8 april 2009 bezwaar gemaakt tegen de beschikking. Hierbij heeft hij gebruik gemaakt van de diensten van Previcus Vastgoed (hierna: de gemachtigde) die in de bezwaarprocedure als gemachtigde van eiser is opgetreden. In zijn aanvulling op het bezwaarschrift van 11 mei 2009 heeft eiser terzake van de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand verzocht om een proceskostenvergoeding.</para>
    <para />
    <para>3.3 Bij uitspraak op bezwaar van 31 juli 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de waarde van de woning nader vastgesteld op € 212.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. Het verzoek van eiser om een proceskosten¬vergoeding heeft verweerder in deze uitspraak afgewezen.</para>
    <para />
    <para>3.4 In geschil is de proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedure. Met name is in geschil of eiser voor het inschakelen van de gemachtigde kosten heeft moeten maken.</para>
    <para />
    <para>3.5 Ingevolge artikel 7:15 van de Awb  worden de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende en voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.</para>
    <para />
    <para>3.6 Tussen partijen is niet in geschil dat het bestreden besluit is herroepen en dat dit is gedaan wegens een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid. Nu dit geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, sluit de rechtbank zich hierbij aan.</para>
    <para />
    <para>3.7 Verweerder stelt dat eiseres voor de bezwaarprocedure geen kosten heeft hoeven maken aangezien de rechtsbijstand is verleend op grond van een ‘no cure no pay’-overeenkomst. Eiseres en de gemachtigde zijn overeengekomen dat in het geval van een verloren procedure niets is verschuldigd en dat in het geval van een gewonnen procedure niet meer is verschuldigd dan de proceskostenvergoeding.</para>
    <para> </para>
    <para>3.8 De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen. Het bestaan van een ‘no cure no pay’-overeenkomst brengt mee dat indien de procedure wordt gewonnen, er proceskosten zullen worden gemaakt voor het inschakelen van de rechtshulpverlener (zie CRvB 25 april 2000, nr. 97/10734 AAW, LJN ZB8757). De gemachtigde heeft ter zitting onweersproken gesteld dat bij het sluiten van het dossier aan eiseres een vergoeding in rekening zal worden gebracht. Hieruit volgt dat eiseres kosten maakt voor rechtsbijstand in de bezwaarprocedure. </para>
    <para />
    <para>3.9 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval is voldaan aan de voorwaarden die artikel 7:15 van de Awb stelt. Derhalve diende verweerder aan eiseres een proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedure toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>3.10 De rechtbank zal, doende hetgeen verweerder behoorde te doen, aan eiseres een vergoeding toekennen voor de kosten van rechtsbijstand die zij in verband met het bezwaar heeft moeten maken en verweerder opdragen deze aan eiseres te voldoen. Deze kosten heeft de rechtbank op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) vastgesteld op € 161 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 161). De rechtbank vindt voorts aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiseres in verband met het beroep heeft moeten maken. Deze kosten zijn op grond van het Besluit voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 644 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. R.C.H.M. Lips, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J.M. Reniers.</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2010.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
      <para>1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      <para>2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>b. een dagtekening;</para>
      <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>