<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2010:35373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-13T16:55:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/925486-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2010:35373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2010:35373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-13T16:54:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2010:35373 Rechtbank 's-Gravenhage , 16-03-2010 / 09/925486-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2010:35373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij stalking kunnen zich situaties voordoen waarbij redelijkerwijs aannemelijk is dat DNA-onderzoek een rol kan spelen bij opsporing, vervolging of berechting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2010:35373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Beschikking	</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK 's-GRAVENHAGE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 09/92548609 </para>
      <para>Kenmerk RK:   09/3993</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het bezwaarschrift ex artikel </emphasis>7 <emphasis role="bold">van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van:</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [bezwaarder] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>blijkens een daarvan opgemaakte akte op 7 december 2009 ter griffie van deze rechtbank ingediend, tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel ingevolge het bevel van de officier van justitie gedateerd 25 oktober 2009. Op 25 november 2009 heeft de daadwerkelijke afname van DNA-materiaal bij bezwaarde plaatsgevonden.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier  met  bovengenoemd  parketnummer. De rechtbank  heeft op 2 maart 2009 dit  bezwaarschrift in raadkamer behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bezwaarde, bijgestaan door mr. M.J.G. Schroeder, advocaat te 's-Gravenhage als vervanger voor mr. S. Süzen, advocaat te Rotterdam, is in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bezwaarschrift.</title>
    <parablock>
      <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het bezwaarschrift. Het bezwaarschrift is tijdig ingekomen.</para>
      <para>Bezwaarde is bij uitspraak van 4 september 2009 door de politierechter van deze rechtbank ter zake - kort gezegd - belaging, gepleegd in de periode van 14 maar 2009 tot en met 10 april 2009, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, met aftrek conform artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      <para>Bij bezwaarde is, ingevolge het bevel van de officier van justitie van 25 oktober 2009, op 25 november 2009 op grond  artikel  2,  eerste  lid,  van  de  Wet  DNA-onderzoek  bij veroordeelden, celmateriaal afgenomen.  Het  DNA-profiel  van  bezwaarde  is  nog  niet  bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Door bezwaarde is - kort samengevat - aangevoerd dat</para>
    </parablock>
    <para>1. het afnemen en opslaan van DNA-celmateriaal  in strijd  is met het  Europees  Verdrag  voor de Rechten van de mens (EVRM), </para>
    <para>2. de situatie van bezwaarde valt onder de uitzondering van artikel 2, eerste lid, sub b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden;</para>
    <para>3. het hoger beroep van bezwaarde tegen het vonnis d.d. 4 september 2009 de DNA-afname stuit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met betrekking tot 1.</emphasis>
      </para>
      <para>De afname en opslag van DNA-materiaal bij bezwaarde betreft een schending die bij wet is voorzien  en  mitsdien  voldoet aan de eisen  van art. 8 EVRM.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot 2</para>
      <para>De vraag die voorligt, is of de uitzondering van artikel 2, eerste lid, sub b, van de Wet DNA­ onderzoek bij veroordeelden zich voordoet. Volgens de raadsman, daarin gevolgd door de officier van justitie, is dit het geval nu voor DNA-onderzoek  geen  rol had kunnen  spelen  bij  de opsporing en  vervolging  van  het feit  waarvoor  bezwaarde  veroordeeld is.</para>
      <para>Artikel 2 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bepaalt dat afname van DNA plaatsvindt,  tenzij er sprake  is van  een  van de  uitzonderingen genoemd  in het eerste  lid, sub  a of sub b. In het eerste lid sub b wordt bepaald  dat het DNA-profiel  niet zal worden  bepaald  en verwerkt als "redelijkerwijs aannemelijk is dat DNA niet van betekenis zal zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde" (MvT, p. 11 ). Uit de MvT volgt dat deze zin twee uitzonderingen op de verplichting tot DNA-verwerking  bevat.</para>
      <para>De eerste uitzondering gaat op als bezwaarde is veroordeeld voor een feit waarvoor DNA niet van betekenis kan zijn. DNA-verwerking is echter wel weer mogelijk als aannemelijk is dat bezwaarde zal recidiveren voor een ander misdrijf waarbij DNA oplossing kan bieden,  of wanneer bezwaarde in het verleden andere misdrijven heeft begaan waarbij doorgaans celmateriaal achterblijft.</para>
      <para>De tweede uitzondering richt zich op de bijzonderheid van de omstandigheden: bezwaarde heeft nooit eerder misdrijven gepleegd en zal nimmer meer misdrijven plegen waarvoor DNA van betekenis kan zijn. Gelet op uitspraak van de Hoge Raad d.d. 13 mei 2008 (LJN: BC 823 I en BC 8234) dient deze uitzondering zeer beperkt te worden uitgelegd.</para>
      <para>Bezwaarde is veroordeeld voor stalking. Op zichzelf is het juist dat bij de daadwerkelijke opsporing en berechting van bezwaarde DNA-onderzoek  geen  rol  heeft  gespeeld.  Dat betekent echter nog niet dat er in  zijn  algemeenheid  sprake  is  van  een  strafbaar  feit  waarvoor DNA niet van betekenis zal kunnen zijn. Ook bij stalking kunnen zich  immers situaties voor doen waarbij redelijkerwijs aannemelijk is dat DNA-onderzoek een rol van betekenis kan spelen bij de opsporing, vervolging en berechting  ervan.  Van  een  situatie  waarop de eerste uitzondering van artikel 2 eerste lid sub b ziet, is naar het oordeel van de rechtbank  mitsdien  geen sprake.</para>
      <para>Ook de tweede uitzondering is niet aan de orde, gelet op de zeer beperkte uitleg die hieraan volgens de Hoge Raad moet worden gegeven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>met betrekking tot 3.</title>
    <para>Zoals bepaald in artikel 1, eerste lid, sub c  van  de  Wet  DNA-onderzoek  bij  veroordeelden kan de afname, bepaling en verwerking van DNA kan  plaatsvinden  na een veroordeling, ook  als deze  nog  niet onherroepelijk  is (MvT,  p. 30-31).</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing.</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond.</para>
      <para>Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mr. E.A.G.M. van Rens, vice-president, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>