<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-10T12:41:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBSGR:2009:23128</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL6936</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 09/3216 MAW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:03:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936 Rechtbank 's-Gravenhage , 03-12-2009 / AWB 09/3216 MAW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Flexibel Personeels Systeem: doorstroming BBT’er naar fase 3. Rechtbank voorziet zelf in de zaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6936:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE</para>
    <para />
    <para>Sector bestuursrecht</para>
    <para />
    <para>Afdeling 3, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>Reg.nr.: AWB 09/3216 MAW</para>
    <para />
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gemachtige mr. W.E. Louwerse,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Commandant Koninklijke Marechaussee, verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>I ZITTING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is op 3 december 2009 ter zitting behandeld.</para>
      <para>Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. W.E. Louwerse, werkzaam bij de Vakbond voor Defensiepersoneel VNM/NOV te Den Haag.</para>
      <para>Namens verweerder zijn verschenen mr. A. Stockmann-Dutkusu en mr. A.M. Rentema-Westerhof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat blijkens het aanvullend verweerschrift van 24 september 2009 de motivering van het besluit op bezwaar van 24 maart 2009, kenmerk DPO/2009/12142 (hierna: het bestreden besluit), niet wordt gehandhaafd. Het beroep is derhalve gegrond.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder zal opnieuw op het bezwaar van eiser moeten beslissen. Van belang daarbij is het toetsingskader van het primaire besluit. Verweerder heeft in het bestreden besluit erkend dat het primaire besluit van 1 september 2008 onjuist is gemotiveerd. Ter zitting is vastgesteld dat bij het nemen van het primaire besluit niet het juiste toetsingskader is gebruikt. Zie daarvoor de door verweerder op verzoek van de rechtbank op 3 december 2009 overgelegde brief van 14 januari 2008 met als onderwerp: overgang BBT naar FPS (hierna: de brief). Nu dat toetsingskader niet is toegepast had dat alsnog in de bezwaarfase moeten gebeuren. Ter zitting is dat verkennenderwijs gebeurd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge de brief zijn drie toetsingscriteria van belang:</para>
      <para>a. de BBT-militair wordt geschikt en bekwaam geacht voor verdere functievervulling; en</para>
      <para>b. er is formatieve ruimte voorhanden; </para>
      <para>en</para>
      <para>c. de personeelsplanning voor 2008 en 2009 laat dit toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan voorwaarde a. is voldaan.</para>
      <para>In de nadere motivering in het aanvullend verweerschrift van 24 september 2009 is opgenomen dat voor militairen in de rang van wachtmeester momenteel (onderstreping rechtbank) geen formatieve ruimte beschikbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Deze nadere motivering van het bestreden besluit kan de rechterlijke toetsing niet doorstaan. Door eiser is onweersproken gesteld dat vele tientallen militairen in de rang van eiser ook na de datum van zijn rekest ingestroomd zijn vanuit een BBT-aanstelling in fase 3.</para>
      <para>Bovendien heeft eiser onweersproken gesteld dat jaarlijks door de commandant van de Koninklijke Marechaussee een behoefteraming wordt gemaakt met betrekking tot het aantal militairen dat vanuit een BBT-aanstelling in fase 3 kan instromen.</para>
      <para>Het verbod op een reformatio in peius moet ertoe leiden dat aan eiser de momenteel ontbrekende instroommogelijkheden niet kunnen worden tegengeworpen.</para>
      <para>Dat betekent dat verweerder in bezwaar het rekest van eiser had dienen te toetsen aan de vulling van de voor 2008 vastgestelde behoefteraming. De rechtbank acht het in hoge mate onwaarschijnlijk dat in deze behoefteraming op de datum van het rekest (8 april 2008) reeds geheel zou zijn voorzien. De rechtbank heeft de gemachtigden van verweerder in de gelegenheid gesteld de relevante behoefteraming van de Koninklijke Marechaussee over te leggen, maar daarvan is na kort beraad tussen beide gemachtigden geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De rechtbank gaat dus uit van de juistheid van hetgeen door eiser daaromtrent is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Dit betekent dat rechtens nog slechts één juiste beslissing mogelijk is. </para>
      <para>Verweerder had in de bezwaarfase, toetsend op basis van de criteria, neergelegd in verweerders brief van 14 januari 2008, tot de conclusie moeten komen dat instroom in fase 3 eiser niet kan worden onthouden. </para>
      <para>Voorts overweegt de rechtbank nog dat eiser door de onjuiste besluitvorming van de zijde van verweerder een willekeurig slachtoffer dreigt te worden van zijn alleszins te billijken behoefte om op een vroeg moment duidelijkheid te verkrijgen over zijn toekomst bij de Koninklijke Marechaussee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat rechtens slechts één juiste beslissing resteert, ziet zij aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb definitief in de zaak te voorzien. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para>III BESLISSING</para>
    <para />
    <para />
    <para>De rechtbank 's-Gravenhage,</para>
    <para />
    <para>RECHT DOENDE:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>vernietigt het bestreden besluit van 24 maart 2009, kenmerk DPO/2009/12142, zoals gewijzigd met de motivering uit het aanvullend verweerschrift;</para>
    <para />
    <para>vernietigt tevens het primaire besluit van 1 september 2008, kenmerk West/2008/20718;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat aan eiser met ingang van 11 maart 2010 instroom in fase 3 FPS wordt toegestaan, zodat hij alsdan een vaste aanstelling bij de krijgsmacht verkrijgt; </para>
    <para />
    <para>bepaalt dat deze uitspraak voor het vernietigde primaire besluit in de plaats treedt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 644,-- </para>
      <para>(voor het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting elk 1 punt; totaal </para>
      <para>2 punten ad € 322,-- per punt);</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht, te weten  € 150,--, vergoedt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. J.W.H.B. Sentrop, in tegenwoordigheid van de griffier </para>
      <para>mr. N. Woldring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>