<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T11:25:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AS3567</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 04/40548</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:5">Algemene wet bestuursrecht 6:5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=59">Vreemdelingenwet 2000 59</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2005/34 met annotatie van mr. P.J.A.M. Baudoin</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567 Rechtbank 's-Gravenhage , 22-09-2004 / AWB 04/40548</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bewaring / vereisten beroepsprocedure.</para>
        <para>Ingevolge de wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 stelt verweerder uiterlijk op de achtentwintigste dag na een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel de rechtbank van dat besluit in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder 2, Awb bepaalt dat het beroepschrift gronden bevat. Het beroepschrift bevat geen gronden in de zin van de Awb. Ter zitting is eiser in de gelegenheid geweest het verzuim te herstellen. Eiser heeft ter zitting geen gronden aangevoerd. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK te ‘s-GRAVENHAGE</para>
      <para>nevenzittingsplaats Zwolle</para>
      <para>sector vreemdelingenrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>regnr.:	Awb  04/40548</para>
    <para />
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>op het beroep tegen de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A,</para>
      <para>geboren op [...] 1983 te B,</para>
      <para>nationaliteit Chinese,	</para>
      <para>IND dossiernummer 9901.02.8001,</para>
      <para>thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Ter Apel,</para>
      <para>raadsman mr. M. Noot, advocaat te Deventer,</para>
      <para>eiser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE,</para>
      <para>vertegenwoordigd door D.A. Riezebos,</para>
      <para>ambtenaar bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND),</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1 Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Op 7 september 2004 is eiser, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, met het oog op de uitzetting in bewaring gesteld omdat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert (artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, Vw 2000).</para>
    <para />
    <para>Eiser heeft op 8 september 2004 tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 20 september 2004. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouwe. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.</para>
    <para>	</para>
    <para>2 Overwegingen</para>
    <para />
    <para>Op 1 september 2004 is de wet van 24 juni 2004, Stb. 2004, 298, tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de wijziging van het stelsel van de rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen in werking getreden. Ingevolge deze wetswijziging stelt verweerder uiterlijk op de achtentwintigste dag na een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel de rechtbank van dat besluit in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepschrift gronden bevat. </para>
    <para />
    <para>Het beroepschrift bevat geen gronden in de zin van de Awb. Ter zitting is eiser in de gelegenheid geweest het verzuim te herstellen. Eiser heeft ter zitting geen gronden aangevoerd. </para>
    <para />
    <para>Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Er bestaat geen grond voor het oordeel dat eiser misbruik heeft gemaakt van procesrecht nu eiser ter zitting heeft verklaard dat de reden voor het ingestelde beroep is gelegen in het verkrijgen van duidelijkheid over de voortvarendheid die verweerder bij de (voorbereiding van de) uitzetting betracht. Voor veroordeling van eiser in de kosten die verweerder in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat daarom geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3 BESLISSING </para>
    <para />
    <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier op 22 september 2004</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen een week na verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.</para>
      <para>Artikel 85 Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Algemene wet bestuursrecht (herstel verzuim) is niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Afschrift verzonden: 22 september 2004</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>