<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T12:31:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.230117.24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:690">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T12:29:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:690 Rechtbank Rotterdam , 21-01-2026 / 10.230117.24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:690:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor aanranding van een op dat moment twee jarig meisje. De verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaar. Vordering benadeelde partij (immateriële schadevergoeding) deels toegewezen. De andere benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat van shockschade geen sprake is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:690:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>Meervoudige kamer strafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10.230117.24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 21 januari 2026</para>
      <para>Datum zitting: 7 januari 2026 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1948 in [geboorteplaats], </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres], [postcode] in [plaatsnaam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. G.H. Kroon </para>
      <para>Officier van justitie: mr. E. Blanken </para>
      <para>Benadeelde partij: [benadeelde partij 1] </para>
      <para>Advocaat van de benadeelde partij: mr. S. Vermeulen </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging  </title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte - samengevat - van verkrachting en subsidiair van aanranding van een kind onder de 12 jaar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Capelle aan den IJssel met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis in en/of tegen de mond van [slachtoffer] te brengen en/of houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Capelle aan den IJssel met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis tegen de mond van [slachtoffer] te brengen en/of houden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Bewijs  </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van verkrachting en moet worden veroordeeld voor aanranding van een kind onder de 12 jaar.   </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>De primaire beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para>Bewezen is dat:</para>
      <para>hij op 2 juli 2024 te Capelle aan den IJssel met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) seksuele handelingen heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis tegen de mond van [slachtoffer] te brengen en houden.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen </emphasis>
      </para>
      <para>De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">Verklaring van de verdachte</emphasis></para>
    <para>Op 2 juli 2024 was ik in de speeltuin in Capelle aan den IJssel.</para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">Proces-verbaal van de politie, [naam]</emphasis><footnote-ref linkend="_474d8af8-2941-490c-a0e2-8af1103cb5de" /></para>
    <para>Ik doe aangifte van seksueel misbruik van mijn dochter [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2021. Op 2 juli 2024 was ik samen met mijn dochter in de speeltuin in Capelle aan den IJssel. Een medewerker van de speeltuin nam mijn dochter mee naar binnen. Ik ging naar binnen. Ik zag de man, staand voor mijn dochter. Zijn rug was naar mij toe. Mijn dochter keek met haar gezicht naar de man. Mijn dochter kwam met haar gezicht precies ter hoogte van het kruis van de man. Ik zag dat de man niet normaal stond. Hij stond wijdbeens. Zijn handen waren bij de rug of schouders van mijn dochter.    </para>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="italic">Proces-verbaal van de politie </emphasis><footnote-ref linkend="_89156bcc-ba25-48fd-b1b8-2b67d6f72ecb" /></para>
    <para>Bij een forensisch medisch onderzoek aan het lichaam van [verdachte] zijn de sporen gewaarmerkt met SIN: [SIN-nummer 1].</para>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="italic">Proces-verbaal van de politie </emphasis><footnote-ref linkend="_49c6bcfb-2c48-4913-b425-64ae20c19273" /></para>
    <para>Bij [slachtoffer] zijn sporen veiliggesteld met het SIN nummer [SIN-nummer 2].</para>
    <para />
    <para>5. <emphasis role="italic">Deskundigenverslag</emphasis><footnote-ref linkend="_13d5f1c3-7860-4184-a449-11f98e08039b" /></para>
    <parablock>
      <para>
        [SIN-nummer 2] (rondom mond nat) bevat een relatief grote hoeveelheid DNA van </para>
      <para>het [slachtoffer] en een relatief kleine hoeveelheid DNA van minimaal één mannelijk persoon. Na Y-chromosomaal DNA-onderzoek is gebleken dat het mannelijk DNA afkomstig kan zijn van minimaal één man: de verdachte [verdachte] of een in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante man met een bewijskracht van ‘zeer veel waarschijnlijker’. Concluderend wil dat zeggen dat het zeer veel waarschijnlijker is dat het DNA afkomstig is van de verdachte [verdachte] dan dat het van een willekeurig gekozen man die niet in de mannelijke lijn verwant is aan verdachte [verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [SIN-nummer 1] (onderzijde rand eikel nat) bevat een relatief grote hoeveelheid DNA van verdachte [verdachte] en een relatief kleine hoeveelheid DNA van [slachtoffer] met een bewijskracht ongeveer 10 miljoen en minimaal één andere persoon.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadere bewijsmotivering</emphasis>
      </para>
      <para>Het DNA van verdachte is rondom de mond van het slachtoffer aangetroffen. Daarnaast is DNA van het slachtoffer aangetroffen op de onderzijde van de rand van de eikel van verdachte. De verklaring van de verdachte dat haar DNA op zijn geslachtsdeel kan zijn gekomen omdat hij tijdens een later toiletbezoek met zijn hand in aanraking is gekomen met zijn geslachtsdeel, wordt niet geloofwaardig geacht. Gelet op de plek waar het DNA is aangetroffen beschouwd tegen de overige bewijsmiddelen kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat er een fysieke aanraking is geweest tussen het slachtoffer en het geslachtsdeel van verdachte. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie </emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het feit </emphasis>
      </para>
      <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Straf</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie  </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen contact mag hebben met minderjarigen.   </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van de op dat moment twee jarige [slachtoffer]. Verdachte heeft met het plegen van dit feit grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en psychische integriteit. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn overwicht als volwassen man én medewerker van de speeltuin. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen seksuele lusten. De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn handelen, maar is blijven volharden in zijn ontkenning.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis></para>
    <para>Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. </para>
    <para>- <emphasis role="italic">Rapport reclassering </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsrapport van 23 oktober 2025. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf  </emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd. De gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd vanwege de leeftijd van de verdachte en de consequenties van de op te leggen bijzondere voorwaarden. De rechtbank acht deze bijzondere voorwaarden noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn een contactverbod met minderjarigen en een verbod om (vrijwilligers)werk met minderjarigen te verrichten. Dit beide onder toezicht van de reclassering. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering van de benadeelde partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering [benadeelde partij 1]</emphasis>
      </para>
      <para> heeft als benadeelde partij voor het feit € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering [benadeelde partij 2]</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder van het slachtoffer, [benadeelde partij 2], heeft als benadeelde partij € 2.500,- als vergoeding voor immateriële schade (shockschade) gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De vorderingen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank wordt verzocht de vorderingen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] af te wijzen dan wel de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde partij 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 2.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 2.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 2 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de [benadeelde partij 1] heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [benadeelde partij 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para> heeft een vergoeding voor shockschade gevorderd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat shockschade alleen kan worden vergoed als door het waarnemen van het strafbare feit of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan een hevige emotionele shock bij de benadeelde partij is teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan niet vaststellen dat bij [benadeelde partij 2] een hevige emotionele schok is teweeggebracht, gelet op wat zij heeft verklaard over wat zij op die bewuste dag heeft gezien. De benadeelde partij is niet rechtstreeks geconfronteerd met de strafbare handelingen van verdachte. De benadeelde partij kan daarom geen aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade bestaande uit shockschade. De rechtbank is daarom van oordeel dat de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Wettelijke voorschriften</title>
    <para>De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 249 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissingen</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie en strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Straf  </emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 10 maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorwaardelijk strafdeel</emphasis>
      </para>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">deze gevangenisstraf</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde dat:</para>
    </parablock>
    <para>- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als bijzondere voorwaarden dat:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat gezaghebbende ouders of verzorgers hierbij aanwezig zijn. Hij is dan verplicht om dit voorafgaand met de reclassering te bespreken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte gedurende de proeftijd geen (vrijwilligers)werk met minderjarigen verricht;</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 en 2 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vorderingen benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [benadeelde partij 1] </emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] te betalen een bedrag van </para>
      <para>€ 2.000,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte voor het feit <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat <emphasis role="bold">€ 2.000,00 </emphasis>te betalen, en de wettelijke rente vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van maximaal <emphasis role="bold">20 dagen</emphasis>. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [benadeelde partij 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening </title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A. Boer en N. Stolk, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 januari 2026.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_474d8af8-2941-490c-a0e2-8af1103cb5de" label="1">
    <para>Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1], pagina 42 e.v. van het zaaksdossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_89156bcc-ba25-48fd-b1b8-2b67d6f72ecb" label="2">
    <para>Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2], pagina 27 e.v. van het zaaksdossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_49c6bcfb-2c48-4913-b425-64ae20c19273" label="3">
    <para>Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2], pagina 29 e.v. van het zaaksdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_13d5f1c3-7860-4184-a449-11f98e08039b" label="4">
    <para>Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 5 november 2024, pagina 56 e.v. van het zaaksdossier.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>