<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T10:35:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 25/9057 en ROT 25/9058</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:637">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T10:32:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:637 Rechtbank Rotterdam , 23-01-2026 / ROT 25/9057 en ROT 25/9058</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:637:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep en voorlopige voorziening. Aanvraag inzage dossier. Er is geen schriftelijke beslissing genomen in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Rechtbank onbevoegd; voorzieningenrechter onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:637:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: ROT 25/9057 en ROT 25/9058</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2026 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster], uit Rotterdam, verzoekster,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.J.J. Straver).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 4 september 2025 een aanvraag ingediend om inzage in haar dossier. Het college heeft op 7 november 2025 een kopie van (een deel van) het dossier van verzoekster aan haar overhandigd. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en de gemachtigde van het college. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling </title>
    <para />
    <para>2. Omdat nader onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zal in deze uitspraak ook op het beroep worden beslist.<footnote-ref linkend="_f316970c-cc6d-4981-92a6-383480c37f83" /></para>
    <para />
    <para>3. Verzoekster is het niet eens met de manier waarop het college haar inzageverzoek heeft afgehandeld.</para>
    <para />
    <para>4. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank onbevoegd is. Het verzoek van verzoekster van 4 september 2025 om inzage in haar dossier kan namelijk niet worden gezien als een inzageverzoek op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en dus ook niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De beslissing op het verzoek om inzage is volgens het college ook geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. </para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de rechtbank onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Er is namelijk geen schriftelijke beslissing genomen in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:1 van de Awb staat beroep slechts open tegen besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het feitelijk ter beschikking stellen van (een deel van) het dossier kan niet met een schriftelijke beslissing in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden gelijkgesteld. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is dus onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Als gevolg daarvan is de voorzieningenrechter onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart de rechtbank onbevoegd om van het beroep kennis te nemen;</para>
    <para>- verklaart zich onbevoegd om van het verzoek om een voorlopige voorziening kennis te nemen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f316970c-cc6d-4981-92a6-383480c37f83" label="1">
    <para> Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>