<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:6014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-15T15:46:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/717170 / KG ZA 26-301</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-15T15:44:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:6014 Rechtbank Rotterdam , 13-05-2026 / C/10/717170 / KG ZA 26-301</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:6014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Machtiging levering woning aan een derde. Toewijzing. Verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:6014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/717170 / KG ZA 26-301</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 13 mei 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.M. van de Sande,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>zonder bekend woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 30 maart 2026, met bijlagen I tot en met V;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 7 mei 2026.<?linebreak?></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, haar te machtigen – met uitsluiting van de man – om het appartementsrecht staande en gelegen aan de [adres] [woonplaats] te gelde te maken en daartoe deze woning te verkopen en te leveren aan een derde en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening af te lossen, met compensatie van de proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering volgt uit haar stellingen in de dagvaarding. De woning is al verkocht en de vrouw moet de woning op een zo kort mogelijke termijn notarieel overdragen aan de kopers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Uit de stukken blijkt dat de vrouw de woning destijds – tijdens het huwelijk van partijen – heeft gekocht en dat het ten tijde van de echtscheiding de bedoeling van partijen is geweest dat de vrouw in haar eentje eigenares van de woning zou worden. Dit blijkt in het bijzonder uit een verklaring van de man.<footnote-ref linkend="_54e97a6f-80b7-4395-9724-33d3615a48b8" /> Gelet hierop komt de vordering de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De vordering wordt om die reden toegewezen.<footnote-ref linkend="_270f5c9d-abda-44cc-8320-6e1c9f20352d" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het uitgangspunt in zaken tussen ex-echtgenoten is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De vrouw heeft dat ook niet gevorderd. De proceskosten worden dus gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>machtigt de vrouw om het appartementsrecht staande en gelegen aan de [adres] [woonplaats] te gelde te maken en daartoe deze woning te verkopen en te leveren aan een derde en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening af te lossen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.<?linebreak?>3349 / 1694</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_54e97a6f-80b7-4395-9724-33d3615a48b8" label="1">
    <para> Bijlage III van de vrouw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_270f5c9d-abda-44cc-8320-6e1c9f20352d" label="2">
    <para> Artikel 139 Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>