<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T10:58:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/705743 / HA ZA 25-715</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T10:58:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:568 Rechtbank Rotterdam , 21-01-2026 / C/10/705743 / HA ZA 25-715</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Oneigenlijk verstek. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/705743 / HA ZA 25-715</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PEOPLE 2.0 BACKOFFICE SERVICES NETHERLANDS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>vestigingsplaats: Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>advocaten: mrs. Y.E. Bijloo en D. Quist,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENVITECH SERVICES B.V.</emphasis>, </para>
      <para>vestigingsplaats: Schiedam,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>advocaat aanvankelijk mr. H.L.A. Ko, maar nu niet meer vertegenwoordigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna People 2.0 en Envitech genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 15 augustus 2025, met bijlagen 1 tot en met 32.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Mr. Ko heeft de rechtbank op 13 november 2025 laten weten dat zij zich als advocaat van Envitech onttrekt. Daarop heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol van 17 december 2025 voor het stellen van een advocaat namens Envitech. Op die rol heeft zich namens Envitech geen advocaat gesteld. De rolrechter heeft vervolgens beslist dat het recht van Envitech om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen en de zaak voor vonnis verwezen naar vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vorderingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>People 2.0 vordert om bij vonnis, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. Envitech te veroordelen tot betaling aan People 2.0 van een (PM – pro memorie) bedrag van € 239.618,82 (of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ander bedrag);</para>
        <para>II. Envitech te veroordelen tot betaling van de deurwaarderskosten als bedoeld in artikel 240 Rv ten bedrage van € 1.432,79 (of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>III. Envitech te veroordelen tot betaling van de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis worden voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis wettelijke rente is verschuldigd;</para>
        <para>IV. Envitech te veroordelen in de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis worden voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis wettelijke rente is verschuldigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De stellingen van People 2.0 kunnen het gevorderde dragen en zijn door Envitech niet weersproken. Het gevorderde wordt daarom toegewezen, met inachtneming van het volgende. In het onder I. gevorderde bedrag van € 239.618,82 is onder andere een bedrag van € 26.927,95 aan advocaatkosten begrepen. Gelet op het overzicht dat People 2.0 als onderbouwing van dat bedrag heeft ingediend (bijlage 31), welk overzicht de door haar advocaten gewerkte uren tot en met 14 augustus 2025 (één dag voor het uitbrengen van de dagvaarding in deze zaak) vermeldt, gaat de rechtbank ervan uit dat in dit bedrag alle tot nu toe door de advocaten van People 2.0 daadwerkelijk gemaakte kosten zijn begrepen. Om die reden wordt hierna bij de proceskosten geen bedrag aan salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief toegewezen, niet voor deze zaak en ook niet voor het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag. Verder begrijpt de rechtbank uit de dagvaarding dat het onder II. gevorderde bedrag aan deurwaarderskosten in feite de door de deurwaarder gemaakte beslagkosten zijn, zodat hierna bij de proceskosten voor wat betreft het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag alleen nog het daarvoor betaalde griffierecht wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Envitech is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van People 2.0 worden, met inachtneming van wat hiervoor in 3.1. is overwogen, begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding		€	   147,42</para>
      <para>- griffierecht		€	6.861,00 (€ 714,00 voor de beslagzaak + € 6.147,00 voor de</para>
      <para>					  hoofdzaak)</para>
      <para>- nakosten		€	   <emphasis role="underline">178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal			€	7.186,42</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt Envitech om aan People 2.0 te betalen € 239.618,82;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Envitech om aan People 2.0 te betalen € 1.432,79 aan door de deurwaarder gemaakte beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt Envitech in de proceskosten van € 7.186,42, te betalen binnen veertien dagen na vandaag. Als Envitech niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Envitech € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt Envitech in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>21 januari 2026.<?linebreak?>3349 / 2819</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>