<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:398</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T09:27:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/711936 / KG ZA 25-1251</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:398">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:398</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T09:26:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:398 Rechtbank Rotterdam , 20-01-2026 / C/10/711936 / KG ZA 25-1251</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:398:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Vorderingen tot het verlenen van medewerking aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar, het verlenen van medewerking aan alle handelingen die de makelaar noodzakelijk acht en indeplaatstreding van het vonnis. Toewijzing. Verstek. Onder 1. en 3. gevorderde termijnen aangepast. Onder 1. gevorderde dwangsom afgewezen vanwege geen voldoende belang. Onder 3. gevorderde dwangsom gematigd en op een lager bedrag  gemaximeerd. Proceskosten gecompenseerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:398:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/711936 / KG ZA 25-1251</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 20 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vrouw]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>advocaat: mr. S.J. Nijssen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam man]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 8 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende bijlage 9;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 16 januari 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vorderingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de man te veroordelen om, binnen vierentwintig (24) uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar in de regio, betreffende de woning staande en gelegen te [postcode] Vlaardingen, gemeente Vlaardingen, aan de [adres] , voor een door de makelaar te adviseren vraagprijs met bodemprijs gelijk aan een bedrag minimaal ter hoogte van het restant van de hypothecaire geldlening, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte daarvan waarop de man in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen met een maximum van € 25.000,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bepalen dat indien de man binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis, weigerachtig blijft zijn medewerking te verlenen aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar in de regio, betreffende de verkoop van de woning staande en gelegen te [postcode] Vlaardingen, gemeente Vlaardingen, aan de [adres] , het in deze te wijzen vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemmende wilsverklaring c.q. toestemming van de man voor het geven van verkoopopdracht aan de makelaar;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de man te veroordelen om, binnen vierentwintig (24) uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar noodzakelijk acht om het verkooptraject op te starten, het maken van foto's en het faciliteren en toestaan van bezichtigingen en (meewerken) aan de uitvoering van de aanwijzingen van de makelaar, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte daarvan waarop de man in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen met een maximum van € 25.000,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de man te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De in vorderingen 1. en 3. genoemde termijnen van 24 uur worden gesteld op één week na betekening van dit vonnis. Verder wordt de in vordering 1. gevorderde dwangsom afgewezen. Door toewijzing van vordering 2. treedt dit vonnis namelijk in de plaats van de benodigde instemmende wilsverklaring c.q. toestemming van de man voor het geven van verkoopopdracht aan de makelaar als de man binnen één week na betekening van dit vonnis weigerachtig blijft zijn medewerking te verlenen aan het geven van die verkoopopdracht. De vrouw heeft dan ook geen voldoende belang bij toewijzing van de in vordering 1. gevorderde dwangsom. De in vordering 3. gevorderde dwangsom wordt gematigd tot € 250,00 per dag en gemaximeerd op € 10.000,00. Voor het overige komen de vorderingen 1. tot en met 3. de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom worden die vorderingen voor het overige toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het uitgangspunt in zaken tussen ex-echtgenoten is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak, in het bijzonder de omstandigheid dat dit de eerste gerechtelijke procedure tussen partijen is, geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De proceskosten worden dus gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt de man om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar in de regio betreffende de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Vlaardingen, voor een door de makelaar te adviseren vraagprijs met bodemprijs gelijk aan het bedrag minimaal ter hoogte van het restant van de hypothecaire geldlening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat, indien de man binnen één week na betekening van dit vonnis weigerachtig blijft zijn medewerking te verlenen aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar in de regio betreffende de verkoop van de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Vlaardingen, dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemmende wilsverklaring c.q. toestemming van de man voor het geven van verkoopopdracht aan de makelaar;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt de man om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar noodzakelijk acht om het verkooptraject op te starten, het maken van foto's en het faciliteren en toestaan van bezichtigingen en (meewerken) aan de uitvoering van de aanwijzingen van de makelaar;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt de man om aan de vrouw te betalen een dwangsom van € 250,00 voor elke dag of gedeelte daarvan waarop de man in gebreke blijft aan de veroordeling in 4.3. te voldoen, met dien verstande dat de man maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.<?linebreak?>3349 / 1980</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>