<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-10T09:35:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/711033 / HA ZA 25-1039</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-10T09:34:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:2938 Rechtbank Rotterdam , 18-03-2026 / C/10/711033 / HA ZA 25-1039</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:2938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Voeging van zaken. Toewijzing. Artikel 222 Rv. De rechtbank is van oordeel dat beide zaken feitelijk en juridisch verknocht zijn, althans dat beide zaken een zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:2938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/711033 / HA ZA 25-1039</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 18 maart 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>LYONDELL CHEMIE NEDERLAND B.V., </title>
    <parablock>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Rotterdam,<?linebreak?><emphasis role="bold">2.	XL INSURANCE COMPANY SE</emphasis>, </para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Dublin (Ierland),<?linebreak?><emphasis role="bold">3.	AIG EUROPE S.A.</emphasis>, </para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Luxemburg (Luxemburg),</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.	MSIG SPECIALTY MARINE NV ACTING AS AUTHORIZED UNDERWRITING AGENT OF MSIG EUROPE SE (VOORHEEN MS AMLIN MARINE N.V. ACTING AS AN AUTHORIZED UNDERWRITING AGENT OF MS AMLIN INSURANCE SE)</emphasis>, </para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Schaarbeek (België),</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. V.R. Pool,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>STOLT-NIELSEN INLAND TANKER SERVICE B.V., </title>
    <parablock>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat: mr. R.C.A. van ‘t Zelfde,<?linebreak?><emphasis role="bold">2.	REEDEREI DEYMANN GMBH &amp; CO. KG TMS OTTO DEYMANN</emphasis>, </para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Haren (Duitsland),</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. H.W. ten Katen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Lyondell c.s., Stolt-Nielsen Inland en Deymann genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 8 oktober 2025, met bijlagen 00 tot en met 16;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie in incident tot voeging van verknochte zaken (ex art. 222 Rv) van Deymann, met bijlage 1;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident tot voeging van verknochte zaken ex art. 222 Rv, houdende referte van Lyondell c.s.;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van Stolt-Nielsen Inland, met bijlagen 01 tot en met 04.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deymann vordert in het incident om de hoofdzaak vanwege verknochtheid te voegen met de zaak met zaaknummer C/10/714748 / HA ZA 26-139. Lyondell c.s. refereren zich in het incident aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 222 Rv kan onder meer voeging worden gevorderd als voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake wanneer feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere zaak, dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat Lyondell c.s. in de hoofdzaak Stolt-Nielsen Inland (als vervoerder) en Deymann (als geregistreerde scheepseigenaar) hebben gedagvaard ter zake van de vergoeding van schade die het gevolg is van contaminatie van een lading ‘Glycol ether PM Solvent in bulk’ tijdens vervoer over de binnenwateren van Rotterdam naar Kallo (België) aan boord van het schip “Mayflower”. In de zaak met zaaknummer C/10/714748 / HA ZA 26-139 heeft Stolt-Nielsen Switzerland A.G. Mayflower, Binnenschiffahrt UG Haftungsbeschränkt (de rompbevrachter van de Mayflower) gedagvaard ter zake van (vrijwaring tegen) dezelfde schade. </para>
        <para>In beide zaken gaat het over hetzelfde vervoer van een lading ‘Glycol ether PM Solvent in bulk’ aan boord van het schip “Mayflower” en de aansprakelijkheid voor schade voortvloeiende uit ladingcontaminatie aan boord van dit schip. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat beide zaken feitelijk en juridisch verknocht zijn, althans dat beide zaken een zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Aangezien Lyondell c.s. zich bovendien aan het oordeel van de rechtbank hebben gerefereerd, wijst de rechtbank de incidentele vordering tot voeging van de zaken toe.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Geen van partijen heeft in het incident te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Daarom worden de proceskosten in het incident gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten in het incident moet betalen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>voegt de zaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer C/10/714748 / HA ZA 26-139;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van <emphasis role="bold">29 april 2026</emphasis> voor conclusie van antwoord van Deymann;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.<?linebreak?>3349 / 2459</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>