<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T16:04:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/708105 / HA ZA 25-893</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:231">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T16:03:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:231 Rechtbank Rotterdam , 07-01-2026 / C/10/708105 / HA ZA 25-893</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:231:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Vrijwaring. Toewijzing. Artikel 210 lid 1 Rv. Uit de stellingen van eiseres in het incident is voldoende af te leiden dat voor de in vrijwaring op te roepen partijen mogelijk een verplichting bestaat om (een deel van) de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling van eiseres in het incident in de hoofdzaak te dragen. Proceskosten in het incident gecompenseerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:231:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/708105 / HA ZA 25-893</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 7 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1], <?linebreak?>2.	[eiser 2], </title>
    <parablock>
      <para>woonplaats: Noordwijk,</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. R. Vane,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, voorheen handelende onder de naam [naam kantoor],</para>
      <para>woonplaats: Capelle aan den IJssel,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. M.P. Vink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde] genoemd. [eiser 1] en [eiser 2] worden samen [eisers] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 23 september 2025, met bijlagen 1 tot en met 90;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring ex art. 210 Rv, met bijlagen 1 tot en met 5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het geschil in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak hebben [eisers] verschillende vorderingen ingesteld in verband met gesteld tekortschieten van [gedaagde] in de nakoming van een overeenkomst van opdracht op grond waarvan [gedaagde] [eiser 1] als advocaat heeft bijgestaan en in verband met gesteld onrechtmatig handelen van [gedaagde] tegenover [eiser 2] (als gevolg van het tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst met [eiser 1]).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft nog niet op de dagvaarding gereageerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het geschil in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het incident vordert [gedaagde] dat het haar wordt toegestaan om (i) Zurich Insurance Europe AG (de Verzekeraar) en (ii) [naam] in vrijwaring op te roepen, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten (met rente). Daaraan legt [gedaagde] – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] trad als advocaat op voor [eiser 1] onder de vlag van [naam kantoor]. Dat kantoor was op dat moment overgenomen door [naam] op grond van een met [gedaagde] gesloten overeenkomst. [naam] heeft bij de Verzekeraar een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Onder die verzekering is ook de “<emphasis role="italic">aan verzekeringnemer verbonden advocaat</emphasis>” ([gedaagde]) verzekerd. De Verzekeraar is dan ook op grond van deze verzekering gehouden om de [gedaagde] te vrijwaren voor de eventuele schadevergoeding die [gedaagde] aan [eisers] moet betalen en de kosten te vergoeden die [gedaagde] in het kader van deze procedure heeft moeten maken. De verplichting tot vrijwaring door [naam] tegenover [gedaagde] vloeit voort uit wanprestatie c.q. onrechtmatige daad. [gedaagde] en [naam] zijn (onder meer) overeengekomen dat wanneer [gedaagde] onder de vlag van [naam kantoor] zaken zou behandelen, [naam] voor een afdoende dekkende beroeps-aansprakelijkheidsverzekering zou zorgen. Ook los daarvan was [naam] gehouden zorg te dragen voor een beroepsaansprakelijk-heidsverzekering die dekking zou bieden indien [gedaagde] namens [naam kantoor] (nog) zaken zou behandelen. Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] grond voor en belang bij het in vrijwaring oproepen van de Verzekeraar en [naam].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eisers] concluderen tot toewijzing van de vordering in het incident, maar zij verzetten zich tegen de gevorderde proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vordering in het incident wordt toegewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is op tijd en vóór alle weren genomen. Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde een derde partij in vrijwaring oproepen als hij meent hiertoe gronden te hebben. Hiervoor is voldoende dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde partij een rechtsverhouding bestaat op grond waarvan de derde partij verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Uit de stellingen van [gedaagde] is voldoende af te leiden dat voor de Verzekeraar en [naam] mogelijk een verplichting bestaat om (een deel van) de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling van [gedaagde] in de hoofdzaak te dragen. De conclusie is dan ook dat de vordering tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De proceskosten in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Aangezien [eisers] tot toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring hebben geconcludeerd, is in het incident geen van partijen in het ongelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten in het incident betaalt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat [gedaagde] toe om Zurich Insurance Europe AG en [naam] in vrijwaring te dagvaarden tegen de rolzitting van <emphasis role="bold">18 februari 2026</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van <emphasis role="bold">18 februari 2026</emphasis> voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.<?linebreak?>3349 / 3669</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>