<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2026:1581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T11:48:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/685963 / HA ZA 24-797</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1581">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T11:48:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:1581 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2026 / C/10/685963 / HA ZA 24-797</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2026:1581:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis dekkingsgeschil na aktewisseling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2026:1581:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/685963 / HA ZA 24-797</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend te [woonplaats] , [staat] , Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. M.M. van Asch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>AIG EUROPE S.A, </title>
    <parablock>
      <para>tevens handelend onder de naam AIG Europa S.A. (Netherlands Branch), </para>
      <para>kantoorhoudend te Capelle aan den IJssel,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.<emphasis role="bold" /></emphasis>
        <emphasis role="bold"> XL INSURANCE COMPANY SE, </emphasis>
      </para>
      <para>tevens handelend onder de naam AXA XL,</para>
      <para>kantoorhoudend te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat: mr. A.E. Goossens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk Verzekeraars en afzonderlijk AIG en XL genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de akte na tussenvonnis van Verzekeraars van 29 oktober 2025,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 12 november 2025 en de daarin genoemde stukken en het herstelvonnis van 19 november 2025,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte na tussenvonnis tevens akte houdende vermindering van eis van [eiseres] van 26 november 2025.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 1 oktober 2025 (hierna: het tussenvonnis) is geoordeeld dat Verzekeraars de kosten van rechtsbijstand die [eiseres] heeft moeten maken voor het voeren van de beroepsprocedure bij de Court of Appeals op grond van de D&amp;O-verzekering moeten vergoeden. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen zich (nader) uit te laten over de omvang van de door Verzekeraars te vergoeden kosten van rechtsbijstand.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na het tussenvonnis hebben partijen zich uitgelaten over de door [eiseres] gevorderde kosten van rechtsbijstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzekeraars hebben niet betwist dat het te vergoeden bedrag aan kosten van rechtsbijstand het na eiswijziging door [eiseres] gevorderde bedrag van USD 807.284,84 minus USD 14.420,75 (het bedrag waarmee [eiseres] haar eis bij akte na tussenvonnis heeft verminderd) bedraagt. Aldus wordt het door [eiseres] na eisvermindering gevorderde bedrag van USD 792.864,09 toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 20 mei 2025 (de datum van de akte vermeerdering van eis eerder in de procedure). Meer of anders gevorderde rente wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het ongelijk gestelde partijen worden Verzekeraars hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
        <para>    dagvaarding		€      135,97</para>
        <para>    griffierecht		€   2.626,00</para>
        <para>    salaris advocaat 	€ 11.169,00 (3 punten × € 3.723)</para>
        <para>    nakosten		<emphasis role="underline">€      189,00</emphasis> (+ de verhoging zoals vermeld in de beslissing)				€ 14.119,97.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Verzekeraars ieder voor hun aandeel (AIG voor 66,67% en XL voor 33,33%) om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis aan [eiseres] te betalen USD 792.864,09, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 20 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk in de proceskosten van [eiseres] van € 14.119,97, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Verzekeraars niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman, mr. J.E. Molenaar en mr. E.J. van der Poel en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.<?linebreak?>2438/2537/3152/169</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>