<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T10:05:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/000952-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2025/238</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9956">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T16:00:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9956 Rechtbank Rotterdam , 19-05-2025 / 10/000952-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9956:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het op beledigende en intimiderende wijze vragen en verkrijgen van dienstnummers van opsporingsambtenaren en het maken van filmpjes met de bedoeling die op het internet te plaatsen waardoor die ambtenaren ernstige overlast kunnen ondervinden is strafbaar als doxing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9956:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/000952-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal</emphasis> van de openbare terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 19 mei 2025. 			</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig als:</para>
      <para>politierechter			mr. J.L.M. Boek,</para>
      <para>officier van justitie		mr. M.R.S. Jairam,  </para>
      <para>griffier				A. van Duijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak tegen verdachte wordt uitgeroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte, genaamd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter</emphasis> verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als slachtoffers zijn aanwezig [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] waren niet aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] hebben door middel van een voegingsformulier te kennen geven zich als benadeelde partij in het strafproces te voegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De officier van justitie</emphasis> draagt de zaak voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter</emphasis> ziet af van het melding maken van de stukken in het dossier, nu verstek tegen de verdachte is verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter</emphasis> vraagt de benadeelde partijen of zij behoefte hebben om hun vordering toe te lichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] verklaart: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb gesproken met mensen die meer ervaring hebben met dit fenomeen. In mijn privétijd heb ik er last van. Het filmpje gaat op allemaal sociale media kanalen rond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De officier van justitie</emphasis> houdt het requisitoir. Zij acht de ten laste gelegde feiten bewezen en vordert dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert toewijzing van de drie vorderingen tot schadevergoeding met daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De officier van justitie</emphasis> merkt ter toelichting op:</para>
      <para>Er zijn twee feiten ten laste gelegd. De belediging kan wettig en overtuigend bewezen worden voor de buitengewone opsporingsambtenaren die in de tenlastelegging staan vermeld. Dan kom ik bij de doxing. Ik begin bij de vraag, was sprake van een persoonsgegeven? Wat mij betreft is dat wel zo geweest. De verdachte vroeg enkel om de dienstnummers, maar via het filmen in combinatie met een naam worden identificerende gegevens gecreëerd. Ik zie persoonsgegevens zoals genoemd in de tenlastelegging als identificerende gegevens. Verdachte vroeg daar op door en heeft dat gefilmd, de vraag is of verdachte op dat moment oogmerk had om vrees aan te jagen. Ik lees in Tekst &amp; Commentaar Strafrecht dat het oogmerk gaat om het beoogde effect van de gedraging. Wat ook in de Tekst &amp; Commentaar staat is dat aan het oogmerk is voldaan in het geval van noodzakelijkheidsbewustzijn. En dat zie ik terugkomen in het dossier. Het is toegestaan om naar een dienstnummer te vragen, maar de vraag is gesteld om de ambtenaren in functie te hinderen. Dat maakt dat ik voldoende bewijs zie voor het opzet op de doxing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar en de verdachte is strafbaar. Het is jammer dat de verdachte er niet is. Ik zie dat het gebeuren impact heeft gehad op het leven van de handhavers. Eén van de buitengewone opsporingsambtenaren verklaart specifiek dat hij de naam en het gezicht van de verdachte als de dag van gisteren herinnert, dat laat de impact zien. De verdachte heeft een strafblad, maar dat dateert van langer geleden en het zijn andere feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn tot slot nog drie vorderingen van de benadeelde partijen aan de orde. Ik zie een grond voor immateriële schadevergoeding. Er is sprake van aantasting van de eer en de goede naam. Ik vind de vorderingen redelijk en passend. De benadeelde partij [slachtoffer 2] vraagt een hoger bedrag, dat vind ik ook wel passend. [slachtoffer 2] gaf zijn naam, dat is niet verplicht en daardoor ondervindt hij een hogere impact. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter</emphasis> sluit het onderzoek en zegt meteen mondeling uitspraak te zullen doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter </emphasis>spreekt het vonnis uit<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold caps">Aantekening van het mondeling vonnis</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inhoud van de tenlastelegging<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>Bij de dagvaarding is aan de verdachte ten laste gelegd dat</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Dordrecht opzettelijk<?linebreak?>een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]<?linebreak?>en/of [slachtoffer 1] , allen werkzaam als Buitengewoon Opsporingsambtenaar van de<?linebreak?>Gemeente Dordrecht, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van<?linebreak?>zijn/hun bediening,<?linebreak?>in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,<?linebreak?>door hem/hun de woorden toe te voegen:<?linebreak?>- "je kankermoeder",<?linebreak?>- "kankerflikkers",<?linebreak?>- "kankerlijers",<?linebreak?>- "klootzak",<?linebreak?>- "hoerenzonen",<?linebreak?>- "kankerhondhaving" en/of<?linebreak?>- "kankerchinoe"<?linebreak?>, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Dordrecht een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten<?linebreak?>- het dienstnummer van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]<?linebreak?>en/of [slachtoffer 1] en/of<?linebreak?>- de voornaam van [slachtoffer 2]<?linebreak?>zich heeft verschaft,<?linebreak?>met het oogmerk om die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of<?linebreak?>die [slachtoffer 1] ,<?linebreak?>- vrees aan te (laten) jagen,<?linebreak?>- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of<?linebreak?>- in de uitoefening van zijn/hun ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Bewijsmiddelen </title>
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina’s 8 t/m 12 bij het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende als <emphasis role="underline">verklaring van aangever [slachtoffer 1] : </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik doe aangifte van belediging tegen een ambtenaar in functie en van doxing. Ik was</para>
      <para>werkzaam als Buitengewoon Opsporing Ambtenaar voor de Gemeente Dordrecht. Tijdens de</para>
      <para>uitvoering van mijn werk ben ik beledigd. De verdachte heeft mij gefilmd en heeft</para>
      <para>deze beelden online geplaatst. Op deze beelden is mijn dienstnummer te horen.</para>
      <para>Op 6 oktober 2024, omstreeks 13.00 uur, was ik aan het werk als buitengewoon opsporing ambtenaar voor de gemeente Dordrecht. Ik was bezig met een controle op betaald parkeren in de binnenstad van Dordrecht. Ik reed samen met mijn collega met de fiets op de Vest in Dordrecht en zag ter hoogte van de Vriesebrug een grijze Mercedes-Benz B160 voorzien van Nederlands kenteken [kentekennummer] , staan. Ik zag dat de auto geparkeerd stond op de invalidenparkeerplaats aan de Vest. Ik zag dat er niemand in auto zat.</para>
      <para>Ik zag dat er geen gehandicaptenkaart in de auto lag. Hiervoor wilde ik een bekeuring uitschrijven. Ik was de bekeuring aan het uitschrijven en op dat moment zag mijn collega dat de bestuurder van de auto uit de coffeeshop kwam lopen. De bestuurder is degene die mij heeft beledigd en beelden van mij online heeft gezet, ik noem hem in de aangifte, verdachte.</para>
      <para>Ik zag dat de verdachte het bestuurdersportier van de auto opende. Ik zag dat de verdachte in de auto stapte en dat hij het portier wilde sluiten. Ik ging tussen het vroeg naar het identiteitsbewijs van de verdachte omdat ik hem een bekeuring wilde uitschrijven. Ik hoorde dat de verdachte tegen mij zei dat hij geen identiteitsbewijs had. Hierna vorderde ik de verdachte zijn identiteitsbewijs en ik hoorde dat hij zei dat ik hem gewoon moest laten gaan. Hij probeerde het een beetje weg te praten. Ik vorderde nogmaals zijn identiteitsbewijs. Ik zei tegen de verdachte dat hij een bekeuring kreeg voor het parkeren op een invalidenparkeerplaats. De verdachte stapte uit en toen begon hij mij te beledigen. Ik hoorde dat hij tegen mij zei dat ik hem gewoon moest laten gaan en dat we kankerlijers waren. Omdat ik een identiteitsfouillering wilde doen bij de verdachte, riep ik toen een koppel met collega's via mijn portofoon op, omdat de verdachte nogal moeilijk deed. Nadat ik mijn collega's opriep gaf de verdachte uiteindelijk toch zijn identiteitsbewijs. Hier zag ik dat de verdachte opgaf te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] .</para>
      <para>De verdachte hoorde dat ik collega's opriep en reageerde hierop door te zeggen dat ik het niet alleen kon. Hierna heeft hij mij meerdere keren beledigd. Ik weet niet de exacte zinnen meer die de verdachte zei, maar ik weet nog wel de scheldwoorden die hij allemaal gebruikte. Hij zei op een boze toon onder andere: je kankermoeder, kankerlijer, kankerflikkers, hoerenzonen, kankerhondhaving en kankerchinoe. Vooral de opmerking: je kankermoeder, raakte mij erg. Dit omdat ik voor uit huis ben geplaatst en omdat het over mijn moeder ging. Ook ken ik iemand die dichtbij me staat, die overleden is aan kanker. Hierdoor raakten de beledigingen mij waarin het woord 'kanker' genoemd werd. Ik voelde me enorm beledigd door de scheldwoorden die de verdachte allemaal tegen me zei. Ik stond op het moment dat het gebeurde echt te trillen. Op het moment dat de verdachte mij beledigde was het best wel druk in de stad. Er liepen zelfs mensen langs ons heen op het moment van het gesprek. Er zijn</para>
      <para>meerdere mensen die de beledigingen hoorden. Ik hoorde ook dat sommige mensen moesten</para>
      <para>lachen en ik zag dat iedereen naar mij aan het kijken was.</para>
      <para>Ik zag dat mijn collega's die ik opriep ter plaatse kwamen. Omdat de verdachte in eerste instantie niet op eerste vordering een identiteitsbewijs wilde geven, zei ik heb hiervoor ook een bekeuring aan. Ik zag even later dat de verdachte zijn telefoon pakte en dat hij ons ging filmen. Ik vond het enorm hinderlijk en intimiderend dat hij mij en mijn collega's stond te filmen. Tijdens het filmen was de verdachte mij en mijn collega's aan het uitdagen door allerlei vragen te stellen. Zo vroeg hij bijvoorbeeld mijn verbalisantnummer en mijn naam. Ik heb mijn naam niet genoemd maar wel mijn verbalisantnummer gegeven. Ik vroeg de verdachte om een verklaring voor het niet tonen van zijn identiteitsbewijs. Ik hoorde dat de verdachte als verklaring opgaf: je kankermoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na ongeveer 3 tot 5 minuten stopte de verdachte met het filmen. Ik waarschuwde dat de</para>
      <para>verdachte moest stoppen met beledigen omdat ik hem anders zou aanhouden. Ik hoorde</para>
      <para>dat de verdachte zei, dat als hij overal 'ik vind', ervoor zet, dat het dan geen belediging was. Hierna hoorde ik dat hij zei, dat hij mocht zeggen: Ik vind jou een kankerlijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 oktober 2024, omstreeks 15.00 uur, kreeg ik allemaal berichten op mijn</para>
      <para>telefoon van vrienden. Ik keek op mijn telefoon en zag dat ze filmpjes naar mij door</para>
      <para>hadden gestuurd. Ik zag dat dit filmpjes waren die op TikTok geplaatst waren door een</para>
      <para>account met de naam: [accountnaam] . Ook stonden de filmpjes op Instagram onder de</para>
      <para>naam: [gebruikersnaam] . Ik opende de filmpjes en zag dat het filmpjes waren die de</para>
      <para>verdachte van mij gemaakt had op het moment dat ik de bekeuring aan het uitschrijven</para>
      <para>was. Op de filmpjes is mijn dienstnummer te horen. In de reacties onder de filmpjes</para>
      <para>is ook mijn naam genoemd. Dit voelt intimiderend omdat mijn gezicht zo op internet</para>
      <para>wordt gezet en mijn naam hierdoor nu ook bekend is. De filmpjes zijn veel bekeken dus</para>
      <para>ik hoop niet dat ik hierdoor straks herkend ga worden op straat. Het voelt alsof ik in de filmpjes enorm voor lul wordt gezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam nummer [nummer proces-verbaal 2] -5, pagina’s 13 t/m 16 bij het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende als <emphasis role="underline">verklaring van aangever [slachtoffer 3] : </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 oktober 2024 was ik werkzaam als Buitengewoon Opsporing Ambtenaar voor de Gemeente Dordrecht. Tijdens de uitvoering van mijn werk ben ik beledigd. De verdachte heeft mij gefilmd en heeft deze beelden online geplaatst. Op deze beelden is mijn dienstnummer te horen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op zondag 6 oktober 2024 omstreeks 13:00 uur kreeg ik en mijn collega [slachtoffer 4] een</para>
      <para>melding van mijn collega's over de portofoon dat er een persoon was die weigerde zijn identiteitskaart te tonen op de eerste vordering. Er werd om assistentie gevraagd. Wij reden richting de Vest te Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderweg naar de melding kregen we te horen dat assistentie niet meer nodig was</para>
      <para>aangezien de betreffende persoon zijn identiteitskaart had getoond. Voor de zekerheid</para>
      <para>bleven we wel in de buurt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ongeveer een minuut later kregen we toch de melding van de collega's om ter plaatste te komen voor ondersteuning. De persoon was verbaal agressief tegen mijn collega's. Eenmaal ter plaatse zag ik mijn collega's [slachtoffer 1] en collega [slachtoffer 2] . Collega [slachtoffer 1] nam ik even apart. Ik vroeg wat er gebeurd was. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat hij tot drie keer toe geprobeerd had om de identiteitskaart van de persoon te vorderen. Pas na de derde keer vorderen toonde de persoon zijn identiteitsbewijs. Ook hoorde ik [slachtoffer 1] zeggen dat hij was uitgescholden door de persoon. Ik zal de persoon de verdachte noemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik ben toen samen met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] naar de verdachte toegelopen.  Ik zag dat de persoon zich vervolgens tot mijn richtte. Ik hoorde de verdachte zeggen: "Je voelt je nu heel stoer zeker". Ik zag dat hij zijn telefoon pakte. Ik zag dat hij mij aan het filmen was. Hij stond ongeveer 10 á 20 centimeter met zijn telefoon voor mijn gezicht. Ik voelde mij zeer geïntimideerd. Ik hoorde mijn collega [slachtoffer 4] zeggen: "Als u begint te filmen dan gaan wij ook filmen." Hierop heb ik mijn Body Cam aangezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het filmen hoorde ik de verdachte het volgende vragen: "Wat is je naam?”, “Waar</para>
      <para>kom je vandaan?”, “Wat is je dienstnummer?”, “Hoe oud ben je?”, “Ik wil je manager spreken." Ik heb de verdachte alleen mijn dienstnummer gegeven. Op dit moment had mijn collega [slachtoffer 1] zijn identiteitskaart nog in zijn handen. [slachtoffer 1] heeft deze kaart later aan</para>
      <para>mij overhandigd. Ik zag de volgende gegevens op de identiteitskaart van de verdachte</para>
      <para>staan:</para>
      <para>Voornaam: [voornaam verdachte]</para>
      <para>Achternaam: [achternaam verdachte]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zag dat mijn collega [slachtoffer 1] probeerde een verklaring af te nemen bij de</para>
      <para>verdachte. Ik zag dat de verdachte niet meewerkte. Ik zag dat hij probeerde de boel</para>
      <para>te ontregelen door er steeds door heen te praten en te blijven filmen. Hierop zei ik</para>
      <para>tegen de verdachte dat hij moest meewerken om de verklaring op te nemen. Uiteindelijk</para>
      <para>stemde hij hiermee in. Ik hoorde hem verklaren: "Je kankermoeder". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op zondag 6 oktober om 16.43 uur kreeg ik via Whatsapp van mijn collega [slachtoffer 4] het</para>
      <para>volgende bericht:" Gast we staan alle 4 op TikTok, in totaal al 9K bekeken."</para>
      <para>Op dit moment van aangifte kan ik u melden dat het filmpje inmiddels 400K weergave</para>
      <para>heeft bereikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het filmpje is via @ [accountnaam] online geplaatst. Ook is het filmpje op Instagram</para>
      <para>online geplaatst door " [gebruikersnaam] ". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam nummer [nummer proces-verbaal 3] , pagina’s 17 t/m 20 bij het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende als <emphasis role="underline">verklaring van aangever [slachtoffer 4] :</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik doe aangifte van belediging tegen een ambtenaar in functie en van doxing. Ik was</para>
      <para>werkzaam als Buitengewoon Opsporing Ambtenaar voor de Gemeente Dordrecht. Tijdens de</para>
      <para>uitvoering van mijn werk ben ik beledigd. De verdachte heeft mij gefilmd en heeft</para>
      <para>deze beelden online geplaatst. Op deze beelden is mijn dienstnummer te horen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op zondag 6 oktober 2024, omstreeks 13.00 uur, was ik aan het werk. Ik en mijn collega werden via de portofoon verzocht of wij een assistentie konden verlenen aan twee collega's die op dat moment bij een fiscale controle een man hadden staande gehouden voor het parkeren bij een gehandicapten parkeerplaats op adres Vest ter hoogte van huisnummer 167. De collega's ter plaatse gaven aan dat de man verbaal agressief en beledigend was. De collega op de portofoon vroeg ons erbij en verzocht ons de fouillering voor de wet ID te verrichten. Ter plaatse aangekomen was ik samen met mijn collega bij mijn andere collega’s gaan staan die met de man in gesprek waren. Op dat moment zag ik dat mijn collega het identiteitsdocument van de man in zijn handen had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens zag ik dat de man gelijk begon te filmen toen hij mijn collega hoorde zeggen dat hij nog een boete kreeg. Ik zag op dat moment dat er vele omstanders stilstonden en andere omstanders ons voorbij liepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zag dat de man ons nog steeds aan het filmen was. De collega met wie ik samen was gaf de man aan dat hij moest stoppen met zijn taalgebruik en dat anders wij hem zouden aanhouden voor belediging. Ik zag dat de man zijn telefoon in zijn broekzak deed. De collega die de staande houding had verricht vroeg de man naar zijn verklaring voor de boete van de wet ID. Ik hoorde de man tegen mijn collega zeggen: "Mijn verklaring? Je kankermoeder". Ik zag dat de man niet alleen naar de desbetreffende collega keek maar ook naar mij en mijn andere collega's toen hij dit met een verheven stem zei. Ik vroeg de man waarom hij geen normale verklaring kon opgeven. Ik hoorde de man zeggen: "Dit is mijn verklaring toch, of niet dan”, "Als ik dat wil zeggen dan zeg ik dat". Ik zag aan de lichaamshouding van de man dat hij het niet eens was met mijn opmerking. Ik zag namelijk dat de man mijn kant opkeek, vervolgens een stap naar achter deed en schouders ophaalde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna hoorde ik de man zeggen: "Dit kan toch niet". Vervolgens zag ik dat de man</para>
      <para>weer zijn telefoon uit zijn broekzak deed en ons ging staan filmen. Op dat moment zag ik dat de man zijn telefoon op een afstand van 10 centimeter voor mijn collega met wie ik samen was voor zijn gezicht hield. Ik zag dat de man mijn collega aan het provoceren was door de telefoon in zijn gezicht voor te blijven houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna zag ik dat man ons één voor één al filmend langsging. Ik hoorde de man ons vragen wat ons verbalisantnummer was. Wij gaven alle vier onze verbalisantnummers aan de man. Vervolgens zag ik dat man zijn telefoon weer in zijn broekzak deed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik voel mij heel naar als men het kankerwoord gebruiken. Ik voel mij daarom beledigd en voel mij gefrustreerd als men mij of andere mensen uitscheldt met het kanker woord. Als verklaring gaf de man "Je kankermoeder". Ik weet zeker dat de man dit deed om ons te raken. Ik voel mij in mijn eer en naam aangetast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omstreeks 16:45 uur die dag zag ik op TikTok een filmpje voorbijgaan van de casus</para>
      <para>met de man en mijn collega's. Ik zag dat hij een tweede filmpje had geplaats met daarin al onze verbalisantnummers. Ik zag op allebei de filmpjes heel veel opmerkingen van mensen staan. Ik zag ook dat de man de filmpjes op Instagram had geplaatst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op maandag 7 oktober 2024 zijn nog 4 van dit soort filmpjes online geplaats. Deze zijn later weer verwijderd. Ik weet dat per filmpje 400.000 views zijn geweest. Tot op heden word ik nog steeds benaderd door mensen die mij hebben herkend op Tik Tok.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam nummer [nummer proces-verbaal 4] , pagina’s 22 t/m 25 bij het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende als <emphasis role="underline">verklaring van aangever [slachtoffer 2] :</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik doe aangifte van belediging van een ambtenaar in functie en doxing. Ik ben werkzaam als toezichthouder van de gemeente Dordrecht. Ik ben beledigd tijdens mijn werk. Ook heeft iemand mij gefilmd en deze beelden online gezet. Op deze beelden zijn mijn naam en verbalisantennummer te horen. Het is nu een aantal dagen geleden, maar ik voel mij er nog echt wel rot over. Inmiddels zijn de filmpjes verwijderd, maar tot afgelopen week heeft het mij heel erg beziggehouden. Ik heb slecht geslapen en ik merkte de gevolgen hiervan op werk. Ik ben nog steeds bang dat mijn gegevens bekend zullen gaan worden, maar ik heb me er wel bij neergelegd dat dit waarschijnlijk gaat gebeuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 oktober 2024 was ik aan het werk als toezichthouder voor de gemeente Dordrecht. Ik was, samen met mijn collega, bezig met een controle omtrent betaald parkeren in de binnenstad van Dordrecht. Ik fietste samen met mijn collega op de Vest in Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toen ik klaar was met de controle van het voertuig, fietste ik terug naar mijn collega die nog bezig was met de controle van het voertuig. Ik zag dat er iemand uit de coffeeshop liep in de richting van het voertuig, die mijn collega op dat moment controleerde. Ik zag dat de man in het voertuig stapte. Ik weet dat de man [verdachte] heet. Toen mijn collega de bekeuring had aangezegd, zag ik dat de man uitstapte. Ik hoorde dat de man mij en mijn collega uitschold. Ik weet dat de man onder andere zei: "Je kankermoeder, kankerflikkers, hoerenzonen, kanker handhaving". Ik voelde mij direct beledigd door wat de man zei. Ik voelde mij in mijn naam en eer aangetast. Ik hoorde dat de man ons meermaals beledigde met de woorden die ik hierboven heb genoemd. Ik zag dat de man ons aankeek toen hij ons beledigde. Die woorden met kanker raakten mij heel erg, omdat er mensen in mijn familie aan die ziekte zijn overleden. Ik ben</para>
      <para>geraakt door die woorden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zag dat de man toen vrij snel begon met het filmen van mij en mijn collega's. Ik voelde mij geïntimideerd doordat de man ons zo filmde. Ik merkte dat de man ook ons echt aan het uitdagen was. Dit merkte ik, doordat de man mijn collega's echt in het gezicht filmde. Ik hoorde ook dat de man elke keer zei: "Heb ik dat gezegd?" Ik heb het idee dat de man dit zei om ons te intimideren. Ik had het idee dat de man ons terug wilde pakken, vanwege de bekeuringen die wij hadden uitgeschreven. Ik hoorde dat de man aan ons vroeg wat onze</para>
      <para>verbalisantennummers waren. Mijn collega's en ik zeiden ons verbalisantennummer. </para>
      <para>Toen de man om mijn naam vroeg, zei ik dat ik [slachtoffer 2] heette. Ik zag dat de man pas echt stopte met filmen, toen wij de man hadden weggevorderd en hij in de auto stapte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 oktober 2024 hoorde ik van mijn collega dat de filmpjes, die de man had gemaakt, op TikTok stonden. Op 6 oktober 2024 kreeg ik via Snapchat een bericht van een vriend die mij vertelde dat er filmpjes van mij en mijn collega's op TikTok stonden.  Ik zag dat de man daadwerkelijk het filmpje online had gezet waarin ik mijn naam en verbalisantennummer noemde. Ik had direct een naar gevoel, omdat ik gewoon met mijn naam en verbalisantennummer op TikTok sta. Ik denk dat de man dit heeft gedaan om ons bang te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij hebben toen direct gekeken naar de naam van het account op TikTok. Ik zag dat de</para>
      <para>accountnaam [accountnaam] was. Ik zag dat de twee filmpjes die het langst op TikTok</para>
      <para>hadden gestaan wel 600.000 keer waren bekeken. Ik zag ook dat er meerdere mensen</para>
      <para>hadden gereageerd onder de filmpjes.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer [nummer proces-verbaal 5] , pagina’s 59 t/m 62 bij het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende als <emphasis role="underline">relaas van de verbalisant [naam verbalisant] : </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de opname zijn vier Buitengewoon Opsporingsambtenaren te zien die 6 oktober 2024 bezig zijn met hun werkzaamheden voor de gemeente Dordrecht. De verdachte richt zijn telefooncamera op hen en vraagt hen één voor één naar hun verbalisantnummers terwijl hij hun reacties filmt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om 00:00:00 zag ik dat de verdachte eerst de camera op handhaver [slachtoffer 3] had gericht.</para>
      <para>Ik hoorde dat de verdachte vroeg: "Wat is jouw nummer?" Ik hoorde [slachtoffer 3] antwoorden</para>
      <para>met: " [dienstnummer 1] ". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om 00:03:00 zag ik dat de verdachte vervolgens de camera op handhaver [slachtoffer 2] had gericht</para>
      <para>en ik hoorde dat de verdachte vroeg: "Wat is jouw nummer?" Ik hoorde [slachtoffer 2] antwoorden</para>
      <para>met: " [dienstnummer 2] ". Ik hoorde daarna dat de verdachte aan handhaver [slachtoffer 2] vroeg:</para>
      <para>"Wat is jouw naam?”. Ik hoorde [slachtoffer 2] antwoorden: " [slachtoffer 2] ". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om 00:10:00 zag ik dat de verdachte vervolgens de camera op handhaver [slachtoffer 1] had</para>
      <para>gericht. Ik hoorde dat de verdachte vroeg: "Wat is jouw nummer?" Ik hoorde [slachtoffer 1]</para>
      <para>antwoorden met: " [dienstnummer 3] ". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om 00:12:00 zag ik dat de verdachte de camera op handhaver [slachtoffer 4] had gericht. Ik</para>
      <para>hoorde dat de verdachte vroeg: "Wat is jouw nummer?" Ik hoorde [slachtoffer 4] antwoorden met:</para>
      <para>" [dienstnummer 4] ". </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de camerabeelden is de verdachte zijnde [achternaam verdachte] [voornaam verdachte] geboren op [geboortedatum]</para>
      <para>2002 te [geboorteplaats] te zien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoud van de bewijsmiddelen is zakelijk weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Bewijsmotivering</title>
    <para>Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de wettige bewijsmiddelen, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is vermeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadere bewijsmotivering</emphasis>
      </para>
      <para>Voor zover relevant is strafbaar degene die zich persoonsgegevens van een ander of een derde verschaft, met het oogmerk om die ander in de uitoefening van zijn ambt ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft de verbalisantennummers van de opsporingsambtenaren gevraagd en gekregen en daarbij met zijn telefoon afbeeldingen (filmpjes) gemaakt van de opsporingsambtenaren. Die afbeeldingen, zeker in relatie tot de verbalisantennummers, zijn gegevens waarmee de opsporingsambtenaren zijn te identificeren en daarmee persoonsgegevens. Weliswaar wordt in de tenlastelegging niet gesproken over de filmpjes, maar de politierechter kan daarmee bij het bewijs en de kwalificatie van het bestanddeel “persoonsgegevens” wel rekeninghouden. Niet alle voor de kwalificatie relevante omstandigheden behoeven steeds in de tenlastelegging te worden uitgeschreven, zolang de tenlastelegging voldoet aan de eisen van artikel 271 van het Wetboek van Strafvordering (HR 4 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2823 wat betreft de roekeloosheid en HR 5 juli 2016 ECLI:NL:HR:2016:1316 wat betreft de uitvoeringshandelingen bij medeplegen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat de verdachte zich de persoonsgegevens op een beledigende en intimiderende wijze heeft verschaft. Uit de hele context van het gebeuren blijkt dat hij bij het vragen naar de nummers en het maken van de beelden de bedoeling had deze gegevens op het internet te publiceren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het op beledigende en intimiderende wijze verzamelen van persoonsgegevens van opsporingsambtenaren om deze op het internet te plaatsen bewijst ook het oogmerk om de opsporingsambtenaren ernstige overlast te laten ondervinden. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat mensen heel veel last kunnen hebben als hun persoonsgegevens op een negatieve manier rondgaan op het internet. Of de opsporingsambtenaren ook daadwerkelijk ernstige hinder hebben ervaren, is geen voorwerp van de bewijsvraag. Het gaat erom dat de verdachte bij het vragen naar de nummers en het maken van de filmpjes die bedoeling had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit handelen van de verdachte is strafbaar als doxing. Daaraan doet niet af dat de verdachte in beginsel het recht heeft op identificerende gegevens van de opsporingsambtenaren. Hij zal dat op een beleefde en voorkomende manier moeten vragen. Filmen is niet nodig. En als hij scheldt met woorden als “je kankermoeder” of “kankerchinoe” verspeelt hij zijn recht. Hij mag die gegevens hoe dan ook niet verzamelen als hij de bedoeling heeft met die gegevens de opsporingsambtenaren ernstige overlast te (laten) bezorgen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>Bewezen is dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 oktober 2024 te Dordrecht opzettelijk<?linebreak?>een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3]<?linebreak?>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 1] , allen werkzaam als Buitengewoon Opsporingsambtenaar van de<?linebreak?>Gemeente Dordrecht, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van<?linebreak?><emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>hun bediening,<?linebreak?>in <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,<?linebreak?>door <emphasis role="strike-through">hem/</emphasis>hun de woorden toe te voegen:<?linebreak?>- "je kankermoeder",<?linebreak?>- "kankerflikkers",<?linebreak?>- "kankerlijers",<?linebreak?>- "klootzak",<?linebreak?>- "hoerenzonen",<?linebreak?>- "kankerhandhaving" en/of<?linebreak?>- "kankerchinoe",</para>
      <para> althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>2.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 oktober 2024 te Dordrecht een of meer persoonsgegevens van een ander<emphasis role="strike-through">/of een derde</emphasis>, te weten<?linebreak?>- het dienstnummer van [slachtoffer 4] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3]<?linebreak?>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- de voornaam van [slachtoffer 2]<?linebreak?>zich heeft verschaft,<?linebreak?>met het oogmerk om die [slachtoffer 4] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [slachtoffer 3] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [slachtoffer 1] ,<?linebreak?>- vrees aan te (laten) jagen,<?linebreak?>- ernstige overlast aan te (laten) doen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- in de uitoefening van hun ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar</para>
      <para>gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2: het zich verschaffen van persoonsgegevens van een ander of een derde met het</para>
      <para>oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Straf</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Taakstraf </emphasis>voor de duur van 80 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan. Van de taakstraf zal een gedeelte, groot 40 uren niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, waarbij een proeftijd wordt gesteld van 2 jaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van 20 dagen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <para>De straf is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft vier bijzondere opsporingsambtenaren in functie beledigd door hen met kwetsende en beledigende woorden uit te schelden. De verdachte heeft hiermee het respect en het gezag ten aanzien van Buitengewoon Opsporingsambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij hen in hun goede eer en naam aangetast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan doxing. De verdachte heeft de ambtenaren gefilmd en gevraagd naar hun dienstnummers en hun namen. Dit handelen van de verdachte is intimiderend geweest, zowel ten tijde van het maken van de beelden en tijdens het latere verspreiden daarvan. De politierechter rekent het de verdachte zeer aan dat hij heeft gehandeld met de bedoeling om anderen te schaden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 maart 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hiermee wordt rekening gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het voorgaande is het opleggen van een taakstraf passend en geboden. Bij de bepaling van die strafsoort en de duur daarvan is gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vorderingen benadeelde partijen</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 1] :</emphasis> tot een bedrag van € 300,-, bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Motivering toewijzing vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de benadeelde partij is door het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade toegebracht, en de vergoeding van de immateriële schade wordt naar maatstaven van billijkheid vastgesteld op € 300,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeling van de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot vandaag begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, nu de vordering van de benadeelde partij is toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>Oplegging aan de verdachte van de maatregel tot schadevergoeding, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] te betalen € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 6 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betaling aan de benadeelde partij geldt tevens als betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 4] :</emphasis> tot een bedrag van € 250,-, bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Motivering toewijzing vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de benadeelde partij is door het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade toegebracht, en de vergoeding van de immateriële schade wordt naar maatstaven van billijkheid vastgesteld op € 250,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeling van de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot vandaag begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, nu de vordering van de benadeelde partij is toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>Oplegging aan de verdachte van de maatregel tot schadevergoeding, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 4] te betalen € 250,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 5 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betaling aan de benadeelde partij geldt tevens als betaling aan de staat ten behoeve van <?linebreak?>[slachtoffer 4] en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] : </emphasis>tot een bedrag van € 300,-, bestaande uit € 300,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Motivering toewijzing vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de benadeelde partij is door het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade toegebracht, en de vergoeding van de immateriële schade wordt naar maatstaven van billijkheid vastgesteld op € 300,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeling van de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot vandaag begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, nu de vordering van de benadeelde partij is toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>Oplegging aan de verdachte van de maatregel tot schadevergoeding, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] te betalen € 300,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 6 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betaling aan de benadeelde partij geldt tevens als betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] en omgekeerd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 266, 267 en 285d van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De politierechter</emphasis> geeft aan de verdachte kennis dat deze binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt de verdachte opmerkzaam op het recht om op de terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is vastgesteld door de politierechter en de griffier en ondertekend door de politierechter. De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>