<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T14:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 25-484</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T14:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9938 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2025 / FT RK 25-484</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot faillietverklaring toegewezen. Summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van een steunvordering. Verweerster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de vordering van verzoekster en andere vorderingen kan voldoen. Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat verweerster is opgehouden te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>Uitspraak: 29 april 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het op 27 maart 2025 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. M.H. de Lange,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [vestigingsadres]
      </para>
      <para>
        [postcode] [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat mr. R.G.E. de Vries. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het ingekomen verzoekschrift bepaald op </para>
      <para>22 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailbericht van 18 april 2025 heeft mr. R.G.E. de Vries een aantal stukken toegezonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van 22 april 2025 zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mevrouw [verzoekster] , verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. M.H. de Lange, advocaat van verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. R.G.E. de Vries, advocaat van verweerster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de heer [persoon A] , (indirect) bestuurder van verweerster.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de zitting zijn door mr. De Vries pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunt van partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verzoekster</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster heeft in haar verzoekschrift en ter zitting – kort gezegd – gesteld dat zij uit hoofde van een met verweerster gesloten arbeidsovereenkomst een opeisbare loonvordering heeft. Daarnaast laat verweerster ook vorderingen van vier andere werknemers onbetaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat verweerster betalingen van Zorgverzekeraar DSW (hierna: DSW) verwacht acht verzoekster onaannemelijk, te meer nu haar bekend is geworden dat DSW een fraudeonderzoek heeft ingesteld naar verweerster. Verzoekster stemt niet in met een aanhouding van de behandeling van het faillissementsverzoek zoals ter zitting door verweerster is verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verweerster</emphasis>
      </para>
      <para>Verweerster heeft het vorderingsrecht van verzoekster erkend en is bereid deze vordering op termijn te voldoen. Verweerster is hiertoe in afwachting van betalingen door DSW. In een laatste aanmaning aan DSW van 18 april 2025 is aan DSW tot 26 april 2025 de gelegenheid geboden om tot betaling (van € 86.651,14) over te gaan. Na ontvangst van deze betaling zal verweerster overgaan tot betaling van de vordering van verzoekster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster heeft ter zitting de door verzoekster in het verzoekschrift genoemde steunvorderingen betwist nu niet is gebleken dat de desbetreffende werknemers het verzoek tot faillietverklaring ondersteunen. Verder heeft verweerster erkend dat naast verzoekster nog andere werknemers op hun loon wachten en dat ook zij na ontvangst van de betaling door DSW als eerste alsnog betaald zullen krijgen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster heeft verzocht de behandeling van het faillissementsverzoek aan te houden in afwachting van de betaling door DSW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
      </para>
      <para>Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bestaan vorderingsrecht en pluraliteit van schuldeisers	</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verweerster het bestaan van het opeisbare vorderingsrecht van verzoekster niet heeft betwist. Hoewel verweerster de door verzoekster genoemde steunvorderingen heeft betwist, heeft verweerster erkend dat er andere werknemers zijn die op hun loon wachten. Overigens acht de rechtbank de door verzoekster genoemde steunvorderingen, maar in elk geval de steunvordering van mevrouw [persoon B] , voldoende onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat van de vorderingsrechten van verzoekster en een aantal andere werknemers summierlijk is gebleken en daarmee ook van de pluraliteit van schuldeisers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Faillissementstoestand</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank voorts vast dat voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster deze vorderingen onbetaald laat. Verweerster heeft ter zitting verklaard dat zij niet in staat is om de vordering van verzoekster te voldoen. Dat verweerster op korte termijn betalingen van DSW verwacht is onvoldoende onderbouwd. Dat DSW gevolg zal geven aan de laatste aanmaning van 18 april 2025 blijkt nergens uit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoekster niet aangetoond dat de betaling door DSW (en daarmee van de vorderingen van verzoekster en andere werknemers) daadwerkelijk op korte termijn zal plaatsvinden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de (verdere) behandeling van het faillissementsverzoek aan te houden. </para>
      <para>Verder heeft verweerster ter zitting desgevraagd verklaard dat er geen activiteiten meer worden verricht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een en ander leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [verweerster] voornoemd in staat van faillissement;</para>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen, lid van de rechtbank Den Haag;</para>
    <para />
    <para>- stelt aan tot curator mr. K.S.L. van Vliet, advocaat te Naaldwijk;</para>
    <para />
    <para>- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- dat de taken die de wet in een faillissement aan de rechtbank opdraagt, met uitzondering van de tegen de faillietverklaring in te stellen rechtsmiddelen, na deze beslissing en de publicatie daarvan, door de rechtbank Den Haag worden uitgevoerd;</para>
    <para />
    <para>- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de rechtbank Den Haag worden gezonden;</para>
    <para />
    <para>- dat de griffier van de rechtbank Den Haag wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- dat de zaak nadat door de rechtbank Den Haag daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;</para>
    <para />
    <para>- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de benoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de rechtbank Den Haag dan wel de benoemde rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag;</para>
    <para />
    <para>- dat de rechtbank Rotterdam dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de rechtbank te Den Haag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025 te 10:00 uur.  <footnote-ref linkend="_bc891f16-f05e-4546-8825-0ebc03283549" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_bc891f16-f05e-4546-8825-0ebc03283549" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>