<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T09:40:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-651041-18 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9848">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T09:36:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9848 Rechtbank Rotterdam , 27-06-2025 / 10-651041-18 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9848:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. Procesafspraken. De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vanwege het ontbreken van strafrechtelijk belang. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:9847</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9848:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-651041-18 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 27 juni 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam veroordeelde] , de veroordeelde, </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,</para>
      <para>raadsman mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para>De officier van justitie heeft bij vordering van 25 januari 2019 ontneming van het wederrechtelijk voordeel gevorderd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorafgaande aan het onderzoek ter terechtzitting hebben het Openbaar Ministerie en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, procesafspraken gemaakt met betrekking tot de afdoening van de inhoudelijke strafzaak en de ontnemingsprocedure. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De (procesafspraak over de) ontnemingsvordering is gelijktijdig met de samenhangende strafzaak aan de orde gekomen op de terechtzitting van 27 juni 2025. De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. R.P.L. van Loon, de veroordeelde en zijn raadsman hierover gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de veroordeelde in de inhoudelijke strafzaak overeenkomstig de procesafspraken veroordeeld voor – kort gezegd – het dealen van harddrugs, het voorhanden hebben van harddrugs en het deelnemen aan een criminele organisatie.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering Openbaar Ministerie en standpunt verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>Zowel de officier van justitie als de verdediging bepleiten primair dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot ontneming en subsidiair dat de vordering moet worden afgewezen gelet op de procesafspraak over de ontnemingsprocedure en de procesafspraak dat de veroordeelde in de strafzaak afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan. De officier van justitie wijst erop dat met de procesafspraak dat het Openbaar Ministerie geen ontnemingsprocedure start, bedoeld is af te spreken dat de lopende ontnemingsprocedure wordt gestaakt. Met het uitbrengen van de ontnemingsvordering was de ontnemingsprocedure immers formeel al gestart. Deze procedure zal daarom moeten eindigen met een niet-ontvankelijkverklaring, zodat het Openbaar Ministerie voldoet aan de procesafspraak op dit punt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank ziet onvoldoende strafrechtelijk belang meer bij de ontnemingsvordering, ook omdat de officier van justitie er van uitgaat dat het voordeel al in voldoende mate is ontnomen doordat de veroordeelde afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan. De rechtbank zal daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,</para>
      <para>en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>