<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T11:01:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">83/033729-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9645">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T10:54:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9645 Rechtbank Rotterdam , 22-07-2025 / 83/033729-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9645:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Mega Carnaliet. Veroordeling van de verdachte rechtspersoon voor het medeplegen van witwassen tot een geldboete ter hoogte van € 10.000. Overschrijding redelijke termijn gecompenseerd in de strafmaat. Beslissing op beslag.</para>
        <para>De verdachte rechtspersoon heeft geld dat is verkregen uit het overtreden van de EVOA-wetgeving via een kasrondje over en weer geboekt met een aan haar gelieerde rechtspersoon en de bestuurder, die met de verdachte rechtspersoon is te vereenzelvigen, heeft van die criminele gelden ook geprofiteerd middels privé aankopen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9645:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 83/033729-22</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 juli 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte rechtspersoon]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd op het adres:</para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. J.S. de Gram, advocaat te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 2 juli 2025, 4 juli 2025 en 22 juli 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. S.M. van der Kallen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte rechtspersoon tot een geldboete ter hoogte van € 10.000.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Geldigheid dagvaarding</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat de dagvaarding partieel nietig verklaard dient te worden, omdat niet is voldaan aan het bepaaldheidsvereiste als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De onderdelen ‘waaronder’ en ‘althans een of meer geldbedrag(en)’ zijn te algemeen en onbepaald, waardoor sprake is van onvoldoende feitelijk omschreven en gespecificeerde onderdelen van de tenlastelegging, ook bezien tegen de achtergrond van het dossier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para> Op grond van artikel 261 Sv moet de tenlastelegging, op straffe van nietigheid, een opgave behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, alsmede de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan, zodat duidelijk is waartegen de verdachte zich moet verdedigen. De begrijpelijkheid van de tenlastelegging moet verder worden bezien tegen de achtergrond van het dossier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mede tegen de achtergrond van het dossier zal de rechtbank haar oordeel beperken tot de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen. Dat betekent dat het verweer voor zover het ziet op eventuele overige geldbedragen geen bespreking behoeft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De dagvaarding is (geheel) geldig.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>5.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Betwist wordt dat de verdachte rechtspersoon, alsmede de [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]), de strafbare feiten hebben gepleegd die behoren bij de zaaksdossiers Malawi en Thailand; wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Gelet hierop ontbreekt het gronddelict, zodat de verdachte rechtspersoon dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat het ten laste gelegde voorwerp, in dit geval meerdere geldbedragen, afkomstig is uit enig misdrijf (het zogenoemde gronddelict). Voor die beoordeling is het volgende van belang.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte rechtspersoon is bestuurder en enig aandeelhouder van [medeverdachte rechtspersoon] (hierna: [medeverdachte rechtspersoon]). [medeverdachte] is op zijn beurt bestuurder en enig aandeelhouder van de verdachte rechtspersoon. [medeverdachte] en [medeverdachte rechtspersoon] hebben zich in de periode van 28 mei 2018 tot en met 15 augustus 2019 beziggehouden met het transporteren van containers met afval in strijd met de EVOA-wetgeving, waarvoor zij bij vonnis van heden zijn veroordeeld. De opbrengsten hiervan zijn aan te merken als voorwerpen afkomstig uit misdrijf. Als gevolg van vermenging is vervolgens het gehele banksaldo van [medeverdachte rechtspersoon] op dat moment aan te merken als van misdrijf afkomstig.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vast staat dat gedurende de periode van 30 juli tot en met 18 december 2018 onder meer in totaal € 31.500,- is overgeschreven van de bankrekening van [medeverdachte rechtspersoon] naar de verdachte rechtspersoon. Ook dit gehele banktegoed is als gevolg van vermenging dus van misdrijf afkomstig, mede gelet op het relatief geringe banksaldo voorafgaand aan de overboekingen. Voor een deel is het geld weer teruggeboekt (in feite dus een kasrondje) naar de bankrekening van [medeverdachte rechtspersoon]. Daarnaast is het geld besteed aan een bed en aan goederen van het merk Louis Vuitton.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte rechtspersoon de ten laste gelegde geldbedragen heeft overgedragen en omgezet en terwijl zij wetenschap had van de criminele herkomst ervan. [medeverdachte], [medeverdachte rechtspersoon] en de verdachte rechtspersoon zijn immers te vereenzelvigen. Wel zal zij worden vrijgesproken van het ten laste geldbedrag van € 3.867,- ten gunste van Cartier,  omdat deze betaling blijkens het dossier buiten Nederland heeft plaatsgevonden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Toerekening aan de rechtspersoon</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Voor de beantwoording van de vraag of een gedraging redelijkerwijs aan een rechtspersoon kan worden toegerekend, is het van belang vast te stellen of die gedraging is verricht in de sfeer van de rechtspersoon.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de in de ten laste gelegde opgenomen en bewezen gedragingen zonder meer aan de verdachte rechtspersoon kunnen worden toegerekend, omdat de hiervoor omschreven bewezen gedragingen niet zonder medewerking van de verdachte rechtspersoon konden worden gepleegd. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Bewezen is het ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 24 juni 2018 tot en 20 augustus 2019 te Uithoorn en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> elders in Nederland, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal,</emphasis> voorwerpen, te weten een of meer geldbedragen, heeft overgedragen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> omgezet en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> van deze voorwerpen gebruik heeft gemaakt,</para>
        <para>immers <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben zij, verdachte, en<emphasis role="strike-through">/of haar mededader(s) </emphasis></para>
        <para>-geldbedragen ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens) geldbedragen overgemaakt naar [medeverdachte rechtspersoon] (waaronder </para>
        <para>op 30 juli 2018 een geldbedrag van 3000 euro ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens) </para>
        <para>in de periode van 1 tot en met 5 augustus 2018 geldbedragen van in totaal 2900 euro overgeboekt naar [medeverdachte rechtspersoon] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
        <para>in de periode van 10 december 2018 tot en met 18 december 2018 geldbedragen van 2000 euro en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 10.000 euro en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 1000 euro en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 2500 euro en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 15.000 euro ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens) </para>
        <para>op 23 december 2018 een geldbedrag van 30.000 euro</para>
        <para>overgeboekt naar [medeverdachte rechtspersoon]) </para>
        <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
        <para>-betalingen verricht ten behoeve van de aankoop van <emphasis role="strike-through">luxe </emphasis>goederen (waaronder </para>
        <para>op 16 december 2018 een geldbedrag van 1.000 euro ten gunste van Goossens Slapen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> op 23 december 2018 een geldbedrag van 1.930 euro ten gunste van Louis Vuitton B.V. en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
        <para>op 19 januari 2019 een geldbedrag van 2410 euro ten gunste van Louis Vuitton B.V.<emphasis role="strike-through"> en/of op 1 juli 2019 een geldbedrag van 3867 euro ten gunste van Cartier), </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">althans een of meer geldbedrag(en), overgedragen en/of omgezet en/of van bovenomschreven geldbedrag(en) gebruik gemaakt</emphasis>, zulks terwijl verdachte <emphasis role="strike-through">en/of haar mededader(s)</emphasis> wist<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden</emphasis> dat <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> - onmiddellijk of middellijk - afkomstig <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren uit <emphasis role="strike-through">enig(e) misdrijf/</emphasis>misdrijven;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte rechtspersoon moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid verdachte rechtspersoon</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte rechtspersoon is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering straf</title>
    <para>De verdachte rechtspersoon heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen door geld dat is verkregen uit het overtreden van de EVOA-wetgeving over te maken naar de bankrekening van [medeverdachte rechtspersoon] en aan te wenden voor het aankopen van onder meer goederen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat is een kwalijk feit. Het schaadt de integriteit van het financiële en economische verkeer, omdat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst wordt verschaft. Dat heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. De verdachte rechtspersoon heeft via een kasrondje criminele gelden over en weer geboekt met een aan haar gelieerde rechtspersoon en de bestuurder, die met de verdachte rechtspersoon is te vereenzelvigen, heeft van die criminele gelden ook geprofiteerd middels privé aankopen. De verdachte rechtspersoon heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte rechtspersoon is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Passende straf</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de ernst en omvang van de feiten is een hoge geldboete voor de verdachte rechtspersoon op zijn plaats. De rechtbank houdt echter ook rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de verdachte rechtspersoon zou moeten zijn berecht. Alles tezamen acht de rechtbank de door de officier geëiste geldboete van € 10.000,- een passende straf. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag verbeurd te verklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen verweer gevoerd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte rechtspersoon. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, is niet voldoende aannemelijk dat het in beslag genomen geldbedrag, zijnde een banksaldo van € 27.064,41 op een bankrekening van de verdachte rechtspersoon, geheel of gedeeltelijk grotendeels door middel van of uit baten van het strafbare feit is verkregen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 23, 47, 51 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte rechtspersoon meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte rechtspersoon daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte rechtspersoon tot <emphasis role="bold">een geldboete van € 10.000 (zegge:</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">tienduizend euro)</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?>- gelast de teruggave aan verdachte rechtspersoon van: </para>
      <para>1	[nummer]	27.064,41	(Omschrijving: Bunq bank).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. Daum, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J.J. Klomp en J.C. Tijink, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij in of omstreeks de periode van 24 juni 2018 tot en 20 augustus 2019 te Uithoorn</para>
      <para>en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,</para>
      <para>althans alleen, meermalen, althans eenmaal, voorwerpen, te weten een of meer</para>
      <para>geldbedragen, heeft overgedragen en/of omgezet en/of van deze voorwerpen</para>
      <para>gebruik heeft gemaakt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) -geldbedragen</para>
      <para>ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] en/of (vervolgens) geldbedragen</para>
      <para>overgemaakt naar [medeverdachte rechtspersoon] (waaronder op 30 juli 2018 een geldbedrag</para>
      <para>van 3000 euro ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] en/of (vervolgens) in de</para>
      <para>periode van 1 tot en met 5 augustus 2018 geldbedragen van in totaal 2900 euro</para>
      <para>overgeboekt naar [medeverdachte rechtspersoon] en/of in de periode van 10 december 2018</para>
      <para>tot en met 18 december 2018 geldbedragen van 2000 euro en/of 10.000 euro en/of</para>
      <para>1000 euro en/of 2500 euro en/of 15.000 euro ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon]</para>
      <para>en/of (vervolgens) op 23 december 2018 een geldbedrag van 30.000 euro</para>
      <para>overgeboekt naar [medeverdachte rechtspersoon]) en/of -betalingen verricht ten behoeve</para>
      <para>van de aankoop van luxe goederen (waaronder op 16 december 2018 een</para>
      <para>geldbedrag van 1.000 euro ten gunste van Goossens Slapen en/of op 23 december</para>
      <para>2018 een geldbedrag van 1.930 euro ten gunste van Louis Vuitton B.V. en/of op 19</para>
      <para>januari 2019 een geldbedrag van 2410 euro ten gunste van Louis Vuitton B.V. en/of</para>
      <para>op 1 juli 2019 een geldbedrag van 3867 euro ten gunste van Cartier), althans een of</para>
      <para>meer geldbedrag(en), overgedragen en/of omgezet en/of van bovenomschreven</para>
      <para>geldbedrag(en) gebruik gemaakt, zulks terwijl verdachte en/of haar mededader(s)</para>
      <para>wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -</para>
      <para>onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>