<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T09:39:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11757317 CV EXPL 25-14012</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9644">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T09:37:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9644 Rechtbank Rotterdam , 07-08-2025 / 11757317 CV EXPL 25-14012</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9644:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenkrediet. Krediet afgesloten in verband met aankoop bij Otto. Ambtshalve toetsing verplichtingen kredietverstrekker.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9644:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11454844 CV EXPL 24-32178</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 7 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de vennootschap naar vreemd recht IFA Finance DAC</emphasis>, </para>
      <para>vestigingsplaats: Dublin (Ierland),</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet in de procedure is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>IFA vordert in deze procedure betaling door [gedaagde] van een bedrag van € 272,01 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tegen [gedaagde] is verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft op 19 juni 2025 een tussenvonnis gewezen, waarna IFA op 22 juli 2025 een akte heeft genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft via de webshop van Otto B.V. een product gekocht. Hij heeft ervoor gekozen om achteraf te betalen. Door hiervoor te kiezen heeft hij bij Otto een doorlopend goederenkrediet afgesloten voor onbepaalde tijd. Hij moest maandelijks minimaal € 7,- betalen. [gedaagde] heeft een achterstand van meer dan twee maanden laten ontstaan. Otto heeft haar vordering op [gedaagde] via cessie overgedragen aan IFA. IFA eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het resterende kredietbedrag van € 272,01 aan haar te betalen, te vermeerderen met rente. De kantonrechter wijst de vordering van IFA toe. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing op oneerlijke bepalingen, informatieverplichtingen en toets kredietwaardigheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn in de overeenkomst of de algemene voorwaarden, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft ook onderzocht of Otto destijds heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen die staan in de wet (boek 7, titel 2A, afdeling 1 van het Burgerlijk Wetboek). Uit de dagvaarding en de nadere toelichting die IFA heeft gegeven in de akte van 22 juli 2025 volgt dat Otto gedaagde in voldoende mate heeft geïnformeerd, althans een eventuele schending van de informatieplicht is niet ernstig genoeg om een deel van de eis af te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Tot slot heeft de kantonrechter onderzocht of Otto de kredietwaardigheid van gedaagde voldoende heeft getoetst. Ook hier blijkt uit de dagvaarding en de nadere toelichting van IFA in de akte van 22 juli 2025 dat dit het geval is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het resterende krediet is opeisbaar</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 19 juni 2025 heeft de kantonrechter overwogen dat uit de overgelegde brieven niet blijkt dat het krediet op een correcte manier is opgezegd. IFA heeft in haar akte nader toegelicht dat zij bevoegd was om de resterende kredietsom op te eisen bij een betalingsachterstand van ten minste twee maanden. Ook heeft zij er (nogmaals) op gewezen dat in de brief van Otto aan [gedaagde] van 16 mei 2022 (met als kop ‘opeisbaarstelling’) vermeld staat dat € 211,43 moet worden betaald. Dat was op dat moment het hele openstaande kredietbedrag. De kantonrechter oordeelt na de nadere toelichting van Otto, in afwijking van het oordeel in het tussenvonnis, dat het gehele restantbedrag opeisbaar is. Dit wordt daarom toegewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan IFA moet betalen op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 82,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 366,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat IFA dat eist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan IFA te betalen € 272,01 met de contractuele rente vanaf 2 december 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van IFA worden begroot op € 366,545;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>51909</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>