<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T14:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 25/502</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9591">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T14:18:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9591 Rechtbank Rotterdam , 20-05-2025 / FT RK 25/502</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9591:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillietverklaring. Summierlijk gebleken van het vorderingsrecht en van het bestaan van een steunvordering. Ook is er sprake van een toestand. Tussen verzoekster en verweerster is geen betalingsregeling tot stand gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9591:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>Uitspraak: 20 mei 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het op 28 maart 2025 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>verzoekster sub 1,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>verzoekster sub 2,</para>
      <para>hierna tezamen te noemen: verzoeksters,</para>
      <para>advocaat mr. E.T. van den Hout,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats] ,</para>
      <para>aldaar tevens handelend onder de naam [handelsnaam] , </para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters, bij monde van mr. D.L.A. van Voskuilen, advocaat, en verweerder zijn op </para>
      <para>20 mei 2025 in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van de bij artikel 3 van de Faillissementswet voorgeschreven brief van de griffier van 28 maart 2025 is geen verzoekschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerder in Nederland ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
      </para>
      <para>Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bestaan vorderingsrecht en pluraliteit van schuldeisers	</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestaan van het vorderingsrecht van verzoeksters niet heeft betwist. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van het vorderingsrecht van verzoeksters en daarmee ook van pluraliteit van schuldeisers summierlijk is gebleken. Beide vorderingsrechten zijn, uit hoofde van vervallen facturen, bovendien opeisbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Faillissementstoestand</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank voorts vast dat voldoende aannemelijk is geworden dat verweerder de vordering van verzoeksters onbetaald laat. Verweerder had met verzoeksters een betalingsregeling, maar deze is op 4 februari 2025 komen te vervallen. Dat verweerder daarna uit eigen beweging, zonder instemming van verzoeksters, nog twee deelbetalingen van € 500,00 heeft verricht, maakt niet dat de betalingsregeling is hervat. Verzoeksters hebben verklaard dat geen (nieuwe) betalingsregeling tot stand is gekomen. Nu geen betalingsregeling tot stand is gekomen en niet is gebleken dat verweerder thans over voldoende actief beschikt om zijn schulden te betalen, is de rechtbank van oordeel dat summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een en ander leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [verweerder] voornoemd in staat van faillissement;</para>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken, lid van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- stelt aan tot curator mr. B.T.M. van Honk, advocaat te Rotterdam;</para>
    <para />
    <para>- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025 te 14:00 uur.  <footnote-ref linkend="_5a634a46-2ef4-4804-b6ac-46fdca23fc4e" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5a634a46-2ef4-4804-b6ac-46fdca23fc4e" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>