<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T12:38:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 22-536</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=15b&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 15b</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9543">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T12:36:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9543 Rechtbank Rotterdam , 10-04-2025 / FT RK 22-536</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9543:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk. Verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden uit artikel 15b Fw. Hangende de faillissementsaanvraag is reeds een verzoek ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9543:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 10 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [postcode] [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>curator: mr. P.A. Loeff.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door verzoeker is een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn op 9 januari 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 27 maart 2025 zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker;</para>
    <para>- mr. P.A. Loeff, curator.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alvorens tot inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift over te gaan, dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarden die de wet in dit artikel stelt zijn dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of dat het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geval is niet aan de genoemde voorwaarden voldaan. Immers, het faillissement is niet op eigen aangifte van verzoeker uitgesproken en verzoeker heeft juist <emphasis role="italic">wel </emphasis>een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid Fw ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft namelijk, nadat zijn faillissement was aangevraagd door een schuldeiser, op grond van artikel 3 Fw, een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is door de rechtbank bij vonnis van 11 oktober 2023 afgewezen. Door verzoeker is hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld. Bij arrest van Gerechtshof Den Haag van 28 november 2023 is het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Er is door verzoeker geen cassatie ingesteld. Verzoeker is vervolgens bij vonnis van deze rechtbank van 9 januari 2024 in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curator als zodanig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met inachtneming van het voorgaande komt aan verzoeker geen beroep op artikel 15b, eerste lid, Fw toe, zodat verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt op dat het verzoeker vrij staat om, na afwikkeling van zijn faillissement, een nieuw verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.<footnote-ref linkend="_83e8b97b-3aa1-4f85-b21a-207ed3d48e64" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_83e8b97b-3aa1-4f85-b21a-207ed3d48e64" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>