<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T12:06:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/370705-24, 10/336841-24, 10/163676-24 en 10/384059-24, 10/091693-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T12:03:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9539 Rechtbank Rotterdam , 24-06-2025 / 10/370705-24, 10/336841-24, 10/163676-24 en 10/384059-24, 10/091693-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Afpersing in vereniging, poging tot doodslag, mishandeling en zware mishandeling. Oplegging van een PIJ-maatregel. Vorderingen benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen. Vordering tenuitvoerlegging afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 10/370705-24, 10/336841-24, 10/163676-24 en 10/384059-24 (gevoegd t.t.z.)</para>
      <para>Parketnummer vordering TUL VV: 10/091693-23</para>
      <para>Datum uitspraak: 24 juni 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres],</para>
      <para>raadsman mr. M.A. Oosterveen, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 10 juni 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C.C. Brandwijk heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder parketnummer 10/163676-24 primair en parketnummer 10/370705-24 primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/336841-24 primair, parketnummer 10/163676-24 subsidiair, parketnummer 10/384059-24 en parketnummer 10/370705-24 subsidiair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 10/370705-24 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder parketnummer 10/336841-24 primair, parketnummer 10/384059-24 en parketnummer 10/370705-24 subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering – 10/163676-24 12 mei 2024</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, omdat de verdachte de aangever niet wilde doodmaken. Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de aangever zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen, zoals die in bijlage II zijn opgesomd, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de aangever twee keer met een mes heeft gestoken. De verdachte heeft dit ook bekend. De aangever is in het gezicht en de hals gestoken. Hierbij is de gezichtsslagader geraakt. De aangever is hieraan geopereerd in het ziekenhuis. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het steken van iemand met een mes in het gezicht en de hals is naar het oordeel van de rechtbank gericht op en geschikt voor het toebrengen van dodelijk letsel. Het is een feit van algemene bekendheid dat het bovenlichaam een kwetsbaar onderdeel is van het menselijk lichaam, waarin zich vitale organen bevinden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de verdachte de aangever met het mes heeft gestoken, te weten door in een volle tram twee keer te steken en daarbij - volgens getuigen - te roepen ‘Ik ga je doden’ en ‘Ik steek iedereen neer’, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht te zijn op het toebrengen van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg heeft aanvaard. De verdachte heeft dan ook in voorwaardelijke zin opzet op de dood van de aangever gehad. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/336841-24 primair, parketnummer 10/163676-24 primair, parketnummer 10/384059-24 en parketnummer 10/370705-24 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 10/336841-24</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair</emphasis>
        </para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 maart 2024 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,<?linebreak?><emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis><?linebreak?>op de openbare weg, te weten het Hoge Land,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en, althans alleen</emphasis>,<?linebreak?>met het oogmerk om zich en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een ander wederrechtelijk te bevoordelen<?linebreak?>door geweld en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bedreiging met geweld<?linebreak?>[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (250 euro), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis><?linebreak?>dat<emphasis role="strike-through">/die geheel of ten dele</emphasis> aan die [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">en/of een derde</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis><?linebreak?>door:<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] bij zijn kraag, <emphasis role="strike-through">althans kleding, </emphasis>beet te pakken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- die [slachtoffer 1] achterna te lopen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- (meermalen) te slaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> te stompen in het gezicht van die [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> te slaan<?linebreak?>op<emphasis role="strike-through">/tegen</emphasis> de helm van die [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "je moet geld overmaken" en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> "je moet betalen anders<?linebreak?>steken we je neer", <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke aard en/of strekking</emphasis> waarna één<?linebreak?>van de verdachten met zijn hand naar zijn broeksband ging en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- die [slachtoffer 1] een QR code voor te houden om 250 euro over te maken via een bankapp<?linebreak?>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- die [slachtoffer 1] van zijn bromfiets te duwen ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam<?linebreak?>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- (meermalen) te trappen<emphasis role="strike-through">/te schoppen</emphasis> tegen het lichaam terwijl die [slachtoffer 1] op de<?linebreak?>grond lag;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 10/163676-24</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair</emphasis>
        </para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 mei 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>[slachtoffer 2]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>van het leven te beroven,<?linebreak?>die [slachtoffer 2] meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal</emphasis> met een mes, <emphasis role="strike-through">althans een scherp en/of</emphasis><?linebreak?><emphasis role="strike-through">puntig voorwerp</emphasis> in het gezicht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de hals heeft gestoken<emphasis role="strike-through">/gesneden</emphasis>,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 10/384059-24</emphasis>
        </para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 26 september 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>[slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3]<?linebreak?>- in de ogen<emphasis role="strike-through">, althans in het gezicht,</emphasis> pepperspray, <emphasis role="strike-through">althans een prikkende vloeistof,</emphasis> te<?linebreak?>spuiten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- <emphasis role="strike-through">een of </emphasis>meerdere malen op het hoofd te stompen<emphasis role="strike-through"> en/of slaan</emphasis>;<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 10/370705-24</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 20 november 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>aan [slachtoffer 4]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel,<?linebreak?>te weten <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> steek-/snijwonden in<emphasis role="strike-through">/op</emphasis> de rug <emphasis role="strike-through">en/of de arm</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de<?linebreak?>oksel, <emphasis role="strike-through">althans het lichaam,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of een of meerdere</emphasis> blijvende ontsierende litteken(s)<?linebreak?>in<emphasis role="strike-through">/op</emphasis> de rug en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de arm en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de oksel, <emphasis role="strike-through">althans het lichaam,</emphasis>, heeft toegebracht<?linebreak?>door die [slachtoffer 4] meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal</emphasis> met een mes, <emphasis role="strike-through">althans een scherp en/of</emphasis><?linebreak?><emphasis role="strike-through">puntig voorwerp</emphasis> in de rug <emphasis role="strike-through">en/of de arm</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de oksel, <emphasis role="strike-through">althans het lichaam, </emphasis>te<?linebreak?>steken<emphasis role="strike-through">/snijden</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/336841-24 - primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/163676-24 - primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Poging tot doodslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/384059-24</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 10/370705-24 – subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de maatregel is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich op vijftien- en zestienjarige leeftijd in een jaar tijd schuldig gemaakt aan vier geweldsmisdrijven. Allereerst heeft de verdachte op 9 maart 2024 samen met een ander het slachtoffer [slachtoffer 1] afgeperst door hem te slaan en te trappen. Het slachtoffer moest ter plekke € 250,- overmaken. De verdachte heeft met zijn gedrag laten zien dat hij geen respect heeft voor andermans eigendommen en lichamelijke integriteit. Op </para>
        <para>12 mei 2024 heeft de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] in een volle tram twee keer gestoken met een mes in het gezicht en de hals, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag. Het slachtoffer heeft door het handelen van de verdachte ernstig en potentieel dodelijk letsel opgelopen. Op 26 september 2024 heeft de verdachte, terwijl hij in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis liep, het slachtoffer [slachtoffer 3]  mishandeld door pepperspray in de ogen te spuiten en op het hoofd te stompen. Dit feit vond wederom in een volle tram plaats. Tot slot heeft de verdachte opnieuw tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op 20 november 2024 het slachtoffer [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel toegebracht door hem op straat meermalen met een mes te steken in de rug en oksel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en hen pijn en letsel toegebracht. Dit soort zinloos geweld heeft grote impact op de slachtoffers, maar ook op anderen die hiervan getuige zijn. De situaties moeten voor de slachtoffers buitengewoon bedreigend zijn geweest en bij hen ook grote gevoelens van angst en onveiligheid hebben opgeroepen. Bovendien brengen dergelijke geweldshandelingen, die steeds op een voor het publiek toegankelijke plaats hebben plaatsgevonden, grote gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving met zich. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van </para>
          <para>23 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Psychiater [naam 1] en psycholoog [naam 2]</emphasis> (NIFP) hebben een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 2 juni 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft een ernstige normoverschrijdende-gedragsstoornis met beperkte prosociale emoties en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. Dit was ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. In hoeverre de problematiek een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de ten laste gelegde feiten en in hoeverre de disfuncties met elkaar interacteren kan echter niet beantwoord worden en daarmee kan ook de mate van toerekenen niet bepaald worden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft vanaf de puberteit een patroon laten zien van antisociaal gedrag. Hij toont zelfbepalend en egocentrisch gedrag, houdt weinig rekening met anderen en overschrijdt daarbij regels, normen en de waarden en grenzen van anderen. Hij wordt niet geremd door een adequaat functionerend empathisch vermogen en geweten en morele keuzes. Er zijn geen beschermende factoren. Dit alles leidt ertoe dat de kans op toekomstig geweld, zonder behandeling of begeleiding, als hoog wordt geschat.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De deskundigen zijn van mening dat de verdachte een intensieve residentiële behandeling nodig heeft om de hoge kans op toekomstig geweld af te wenden. De behandeling dient zich te richten op de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte. Het is van belang om hierbij het hoge recidiverisico, ook binnen de instelling hebben meerdere incidenten plaatsgevonden, in ogenschouw te blijven nemen, en oog te houden voor het handhaven van een hoge mate van beveiliging. Een mogelijke valkuil binnen de behandeling is dat de verdachte ook een sociaal aangepaste kant heeft, waarbij het lijkt of hij meewerkt zonder dat hij feitelijk tot gedragsverandering komt. Daardoor zou al snel gestart kunnen worden met een verloftraject zonder dat individuele risicofactoren zijn gereduceerd. Het is ook noodzakelijk dat hij direct gecorrigeerd wordt zodra hij inadequaat gedrag laat zien.<?linebreak?></para>
          <para>De verdachte heeft de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, gepleegd, terwijl hij in een proeftijd liep en schorsende voorwaarden had en er toezicht vanuit de jeugdreclassering en een coach was. Dit heeft echter niet voor gedragsverandering gezorgd. De deskundigen zijn van mening dat de ernst van de problematiek langdurige behandeling in een justitiële jeugdinrichting noodzakelijk maakt en wel binnen het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De Raad voor de Kinderbescherming</emphasis> (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 juni 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte is ondanks het toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering in aanraking blijven komen met politie en justitie. Ook een eerder opgelegde proeftijd en eerder opgelegde schorsingsvoorwaarden hebben de kans op recidive niet kunnen doen verminderen. Dit komt met name omdat de hulpverlening (de Waag/ Fivoor) te lang op zich heeft laten wachten vanwege de wachtlijsten, maar ook omdat de verdachte zich bij zijn coach van Welzijn E25 regelmatig niet aan de afspraken hield. Daarnaast spelen de aanhoudingen van de verdachte ook een rol, waardoor hulpverlening telkens onvoldoende van de grond kwam. De grootste risicofactoren die de kans op herhaling kunnen vergroten, worden gezien in de domeinen geestelijke gezondheid, houding, agressie en vaardigheden. Het risico op recidive is hoog. </para>
          <para>
            <?linebreak?>De Raad maakt zich zorgen dat de verdachte in een korte periode sterk is afgegleden op verschillende gebieden en daarbij verdacht wordt van vier strafbare feiten, terwijl hij tot een jaar geleden eigenlijk nog vrijwel onbekend was bij justitie. De Raad is met de deskundigen van het NIFP van mening dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel de verdachte de mogelijkheid biedt om het probleemgedrag aan te pakken en zijn ontwikkelingsmogelijkheden te vergroten zonder dat hij zich hieraan kan onttrekken. De (intrinsieke) behandelmotivatie en inzicht in zijn problematiek ontbreekt. Ook is een hoog beveiligingsniveau nodig. Zonder behandeling wordt de kans zeer groot geacht dat de verdachte wederom een (zeer) gewelddadig feit zal plegen.<?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="underline">De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond</emphasis>, vertegenwoordigd door [naam 3], heeft ter zitting toegelicht dat tijdens de eerste schorsingsperiode van de voorlopige hechtenis de behandeling niet van de grond is gekomen door wachtlijsten. Vervolgens is het volgende strafbare feit gepleegd, waardoor de behandeling nooit is begonnen. De jeugdreclasseerder sluit zich aan bij de adviezen van het NIFP en de Raad. De gesprekken met de verdachte blijven oppervlakkig. Hij heeft hiervoor behandeling nodig. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten en wat ter terechtzitting is toegelicht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Oplegging van een PIJ-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Aan de wettelijke voorwaarden van artikel 77s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voor oplegging van een PIJ-maatregel is, gelet op de bewezenverklaring en de conclusies van de deskundigen, voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de gepleegde feiten, met uitzondering van de mishandeling, misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Op grond van de inhoud van de rapporten van de psycholoog en de psychiater en de Raad is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast eisen de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van een PIJ-maatregel. Ook is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is op jonge leeftijd in korte tijd sterk afgegleden en heeft de ernstige geweldsmisdrijven gepleegd, terwijl hij in een proeftijd liep, zich moest houden aan schorsingsvoorwaarden en hij toezicht vanuit de jeugdreclassering had. Dit heeft de verdachte er niet van kunnen weerhouden om de bewezenverklaarde feiten te plegen. Het recidiverisico wordt door de deskundigen ingeschat als hoog. De deskundigen adviseren een langdurige intensieve behandeling in een klinische setting om het hoge recidiverisico te beperken. Behandeling binnen een strak kader is volgens hen de enige mogelijkheid om de forse gedragsproblemen te verhelpen en de verdachte te leren om de juiste keuzes te maken. Hiervoor is een lange adem van de therapeut nodig, omdat de kans bestaat dat de verdachte geen openheid geeft, niet wil meewerken en de verantwoordelijkheid buiten zichzelf legt. Voorts vraagt het recidiverisico, dat door alle deskundigen als hoog wordt ingeschat, om een hoog beveiligingsniveau. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat de verdachte tijdens de schorsingsperiode niet de behandeling en hulpverlening die wel was geadviseerd heeft gekregen, vanwege wachtlijstproblematiek. Vervolgens is zijn problematiek verergerd en heeft hij nieuwe ernstige strafbare feiten gepleegd, waardoor de behandeling tot op heden niet heeft kunnen plaatsvinden. De rechtbank betreurt deze gang van zaken, maar ziet op dit moment dat een behandeling in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel niet haalbaar is, gelet op het ontbreken van de intrinsieke behandelmotivatie, inzicht van de verdachte in zijn problematiek en het (inmiddels) noodzakelijke hoge beveiligingsniveau. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is op grond van de adviezen van de deskundigen van oordeel dat de behandeling van de verdachte binnen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moet plaatsvinden. Een intensieve langdurende behandeling in een klinische setting met een hoog beveiligingsniveau is naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk ter beperking van het recidiverisico.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 10/163676-24</emphasis>
        </para>
        <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10/163676-24 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 240,- aan materiële schade, een bedrag van € 12.500,- aan immateriële schade en     </para>
        <para>€ 10.000,- aan nader te onderbouwen schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>8.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de schade aan de kleding moet worden gematigd tot € 100,- en de immateriële schade tot € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij te laat is ingediend, waardoor de verdediging zich niet heeft kunnen voorbereiden. Dit levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair vindt de verdediging dat de materiële schade moet worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de schade niet is onderbouwd en bloed uit de kleding kan worden gewassen. De immateriële schade moet worden gematigd tot € 3.000,-, omdat het gevorderde bedrag te hoog is en er sprake is van eigen schuld van de benadeelde partij. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Allereerst stelt de rechtbank vast dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij in deze strafzaak geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering van de benadeelde partij is niet complex en de uitspraak van 3 februari 2025 die de raadsman ter onderbouwing van zijn verweer naar voren heeft gebracht is in deze strafzaak niet aan de orde. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Dit betreft de schade aan de kleding die de benadeelde partij droeg toen hij op 12 mei 2024 door de verdachte werd gestoken. Deze schade zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden geschat op € 100,-.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen. Er is geen sprake van eigen schuld aan de kant van de benadeelde partij. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op </para>
          <para>€ 5.000,- . De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van de nader te onderbouwen materiële en immateriële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 12 mei 2024.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 5.100,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.  </para>
          <para>Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 10/163676-24</emphasis>
        </para>
        <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2], ter zake van het onder parketnummer 10/163676-24 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 735,- aan materiële schade en een bedrag van € 7.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De nader te onderbouwen schade van € 1.500,- is op de terechtzitting ingetrokken. </para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>8.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het eigen risico niet is onderbouwd en de benadeelde partij voor dit deel niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De schade van de kleding moet worden gematigd tot € 100,- en de immateriële schade tot </para>
          <para>€ 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij te laat is ingediend, waardoor de verdediging zich niet heeft kunnen voorbereiden. Dit levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair verzoekt de raadsman om het eigen risico en de schade aan de kleding af te wijzen of niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de kosten niet zijn onderbouwd. Daarnaast zal de immateriële schade moeten worden gematigd tot </para>
          <para>€ 2.500,-. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Allereerst stelt de rechtbank vast dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering van de benadeelde partij is niet complex en de uitspraak van 3 februari 2025 die de raadsman ter onderbouwing van zijn verweer naar voren heeft gebracht is in deze strafzaak niet aan de orde. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Het deel van de materiële schade dat betrekking heeft op de kleding die de benadeelde partij droeg toen hij op 20 november 2024 door de verdachte werd gestoken, zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden geschat op € 100,-.</para>
          <para>Het deel van de materiële schade dat betrekking heeft op het eigen risico is niet onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 november 2024.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.  </para>
          <para>Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van 22 juni 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van vernieling en wapenbezit veroordeeld tot een taakstaf bestaande uit een leerstraf van 20 uren en een werkstraf van 20 uren, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
        <para>De proeftijd is ingegaan op 7 juli 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie en verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen verklaarde feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden evenwel redenen gezien die last niet te geven. De rechtbank acht het, net als de officier van justitie en de verdediging, niet opportuun om de vordering ten uitvoer te leggen. De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging daarom af. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77s, 77gg, 287, 300, 302, 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/370705-24 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummers 10/336841-24 primair, 10/163676-24 primair, 10/384059-24 en 10/370705-24 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt de verdachte op de <emphasis role="bold">maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op de bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte in parketnummers 10/163676-24 en 10/336841-24; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 5.100,- (zegge: vijfduizendhonderd euro)</emphasis>, bestaande uit € 100,- aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening (parketnummer 10/163676-24);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen <emphasis role="bold">€ 5.100,- </emphasis>(hoofdsom, <emphasis role="bold">zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">vijfduizendhonderd euro</emphasis>), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 3.600,- (zegge: drieduizendzeshonderd euro)</emphasis>, bestaande uit € 100,- aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening (parketnummer 10/370705-24);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen <emphasis role="bold">€ 3.600,- </emphasis>(hoofdsom, <emphasis role="bold">zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">drieduizendzeshonderd euro</emphasis>), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 22 juni 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. J.S. van den Berge en C.C. Peterse, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 10/336841-24</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,<?linebreak?>althans in Nederland,<?linebreak?>op de openbare weg, te weten het Hoge Land,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen<?linebreak?>door geweld en/of bedreiging met geweld<?linebreak?>[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (250 euro), in elk geval enig goed,<?linebreak?>dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)<?linebreak?>door:<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] bij zijn kraag, althans kleding, beet te pakken en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] achterna te lopen en/of<?linebreak?>- (meermalen) te slaan en/of te stompen in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of te slaan<?linebreak?>op/tegen de helm van die [slachtoffer 1] en/of<?linebreak?>- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "je moet geld overmaken" en/of "je moet betalen anders<?linebreak?>steken we je neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking waarna één<?linebreak?>van de verdachten met zijn hand naar zijn broeksband ging en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] een QR code voor te houden om 250 euro over te maken via een bankapp<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] van zijn bromfiets te duwen tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (meermalen) te trappen/te schoppen tegen het lichaam terwijl die [slachtoffer 1] op de<?linebreak?>grond lag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland<?linebreak?>openlijk, te weten op/aan het Hoge Land, in elk geval op of aan de openbare weg<?linebreak?>en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,<?linebreak?>in vereniging<?linebreak?>geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] door:<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] bij zijn kraag, althans kleding, beet te pakken en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] achterna te lopen en/of<?linebreak?>- (meermalen) te slaan en/of te stompen in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of te slaan<?linebreak?>op/tegen de helm van die [slachtoffer 1] en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] van zijn bromfiets te duwen tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (meermalen) te trappen/te schoppen tegen het lichaam terwijl die [slachtoffer 1] op de<?linebreak?>grond lag,<?linebreak?>terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten<?linebreak?>een zwelling bij de wenkbrauw, voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen<?linebreak?>[slachtoffer 1] heeft mishandeld door:<?linebreak?>- (meermalen) te slaan en/of te stompen in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of te slaan<?linebreak?>op/tegen de helm van die [slachtoffer 1] en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer 1] van zijn bromfiets te duwen tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (meermalen) te trappen/te schoppen tegen het lichaam terwijl die [slachtoffer 1] op de<?linebreak?>grond lag;<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 10/163676-24</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>[slachtoffer 2]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>van het leven te beroven,<?linebreak?>die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in het gezicht en/of de hals heeft gestoken/gesneden,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>aan [slachtoffer 2]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel,<?linebreak?>te weten een of meerdere steek-/snijwonden in het gezicht en/of de hals en/of een<?linebreak?>of meerdere blijvende ontsierende litteken(s) in het gezicht en/of de hals, heeft<?linebreak?>toegebracht<?linebreak?>door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in het gezicht en/of de hals te steken/snijden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 12 mei 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>aan [slachtoffer 2]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen<?linebreak?>die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in het gezicht en/of de hals heeft gestoken/gesneden,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 10/384059-24</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 26 september 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>[slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3]<?linebreak?>- in de ogen, althans in het gezicht, pepperspray, althans een prikkende vloeistof, te<?linebreak?>spuiten en/of<?linebreak?>- een of meerdere malen op het hoofd te stompen en/of slaan;<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 10/370705-24</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>[slachtoffer 4]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>van het leven te beroven,<?linebreak?>die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in de rug en/of de arm en/of de oksel, althans het lichaam, heeft<?linebreak?>gestoken/gesneden,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>aan [slachtoffer 4]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel,<?linebreak?>te weten een of meerdere steek-/snijwonden in/op de rug en/of de arm en/of de<?linebreak?>oksel, althans het lichaam, en/of een of meerdere blijvende ontsierende litteken(s)<?linebreak?>in/op de rug en/of de arm en/of de oksel, althans het lichaam,, heeft toegebracht<?linebreak?>door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in de rug en/of de arm en/of de oksel, althans het lichaam, te<?linebreak?>steken/snijden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 20 november 2024 te Rotterdam,<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>aan [slachtoffer 4]<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen<?linebreak?>die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of<?linebreak?>puntig voorwerp in de rug en/of de arm en/of de oksel, althans het lichaam, heeft<?linebreak?>gestoken/gesneden,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>