<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T14:30:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 25/417</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9471">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T14:28:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9471 Rechtbank Rotterdam , 23-04-2025 / FT RK 25/417</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9471:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek tot faillietverklaring. Niet summierlijk gebleken van het vorderingsrecht. Verzoekster heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd. Voor nader onderzoek is in een faillissementsprocedure geen ruimte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9471:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat: mr. E.T. van den Hout,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende aan de [adres 1] ,</para>
      <para>
        [postcode 1]  [woonplaats] ,</para>
      <para>tevens handelend onder de naam:</para>
      <para>
        [naam bedrijf] ,</para>
      <para>kantoorhoudende aan de [adres 2] ,</para>
      <para>
        [postcode 2]  [plaats] ,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring bepaald op 15 april 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 14 april 2025 en 15 april 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van 15 april 2025 zijn verzoekster, bij monde van mr. K. Zwaneveldt, advocaat, en verweerder verschenen en gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op de zitting van 15 april 2025 aanvullende stukken overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op de zitting van 15 april 2025 aanvullende stukken overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verzoekster</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster verzoekt de rechtbank in haar verzoekschrift het faillissement van verweerder uit te spreken. Verzoekster heeft op grond van verkochte en geleverde roerende zaken en/of geleverde diensten, volgens facturen d.d. 15 november 2021 tot en met 1 mei 2023, een opeisbare vordering op verweerder van totaal € 19.639,01. Dit is inclusief rente en incassokosten en de kosten van deze faillissementsaanvraag. Als productie bij het verzoekschrift heeft verzoekster een overzicht van de opeisbare vordering gevoegd waarbij zij een zestal facturen heeft genoemd met als data: 1 november 2021, 15 november 2021, 1 mei 2023, 1 juli 2023, 1 augustus 2023 en 22 september 2023. Verder heeft zij verklaard dat zij niets van verweerder heeft vernomen, noch enige betaling heeft ontvangen. Daarnaast laat verweerder ook de vordering van Rentokil Initial B.V. van € 2.214,31 onbetaald. Verweerder verkeert aldus in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Verzoekster persisteert dan ook in haar verzoek tot faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verweerder </emphasis>
      </para>
      <para>Verweerder betwist de vordering van verzoekster en wijst daarbij op de eindafrekening die ziet op de periode van 1 april 2023 tot 28 augustus 2023. Volgens verweerder is daarin ten onrechte een opzegvergoeding van € 8.315,92 opgenomen en is hij dit bedrag niet verschuldigd. Verder stelt verweerder dat hij de vordering, voor zover die ziet op de geleverde energie, al heeft betaald. Het gaat om een bedrag van € 1.720,02. Deze betaling blijkt ook uit de eindafrekening. Daarmee is de vordering van verzoekster voldaan. Daarnaast stelt verweerder dat hij met Rentokil Initial B.V. in gesprek is voor het treffen van een betalingsregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
      </para>
      <para>Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Niet summierlijk gebleken van een vorderingsrecht</emphasis>
      </para>
      <para>Tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek had na een kort, eenvoudig onderzoek van het vorderingsrecht van verzoekster moeten blijken. Dat is niet het geval, zodat van het vorderingsrecht van verzoekster niet summierlijk is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft gesteld dat zij een opeisbare vordering heeft op verweerder van </para>
      <para>€ 13.560,20 exclusief rente en kosten. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij verwezen naar diverse facturen. Van alle door verzoekster genoemde facturen zijn slechts de facturen van 1 mei 2023, 1 juli 2023 en 1 augustus 2023 overgelegd en de eindafrekening die ziet op de periode van 1 april 2023 tot 28 augustus 2023. Volgens die eindafrekening dient verweerder aan verzoekster een bedrag van € 8.272,58 te voldoen. Dit betreft de opzegvergoeding. De facturen die zien op de verbruikskosten in de periode april 2023 tot 28 augustus 2023 zijn volgens de eindafrekening voldaan. Dit komt overeen met de stelling van verweerder dat hij de geleverde energie heeft betaald. Verweerder heeft betwist dat hij de in de eindafrekening opgenomen opzegvergoeding van € 8.315,92 verschuldigd is. Daarnaar gevraagd heeft verzoekster ter zitting geen toelichting kunnen geven op de opbouw van de opeisbare vordering, de ontbrekende facturen en de aan verweerder opgelegde opzegvergoeding. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoekster haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en er niet in is geslaagd aan te tonen dat de betwisting van de vordering door verweerder aanstonds verworpen dient te worden. Voor nader onderzoek naar de hoogte van de vordering van verzoekster en of verzoekster aanspraak heeft op een opzegvergoeding van € 8.315,92, is in een faillissementsprocedure geen ruimte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande kan de rechtbank op dit moment niet uitgaan van het vorderingsrecht van verzoekster, zodat het verzoek tot faillietverklaring reeds op die grond zal worden afgewezen. Aan de beoordeling van pluraliteit van schuldeisers en de faillissementstoestand komt de rechtbank in verband met het voorgaande dan ook niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot faillietverklaring zal daarom worden afgewezen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst af het verzoek tot faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 23 april 2025 gegeven door mr. M.C. Franken, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Hulsegge, griffier.<footnote-ref linkend="_6ebe3d02-13b6-4495-b79b-a1f34185af0d" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6ebe3d02-13b6-4495-b79b-a1f34185af0d" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>