<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T12:45:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11595389 CV EXPL 25-6008</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9081">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T12:44:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9081 Rechtbank Rotterdam , 13-06-2025 / 11595389 CV EXPL 25-6008</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9081:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming vaststellingsovereenkomst mede-ondertekenaar</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9081:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11595389 CV EXPL 25-6008</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 13 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. B.T. Stalpers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 maart 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met een bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] huurde onzelfstandige woonruimte in de woning aan [adres] in [plaats 1] waarbij [gedaagde] optrad als feitelijk verhuurder. Op papier was echter sprake van een onderhuurconstructie met mevrouw [persoon A] (hierna: [persoon A] ) als onderverhuurder. In een bij deze rechtbank gevoerde procedure (kenmerk 11345933 CV EXPL 24-25476) hebben [eiseres] en [persoon A] op 25 oktober 2024 een vaststellingsovereenkomst getekend. [gedaagde] was formeel geen partij in deze procedure, maar heeft de vaststellingsovereenkomst wel mede ondertekend. [eiseres] eist bij dagvaarding dat [gedaagde] de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen afspraken nakomt en nog € 672,- met rente en kosten aan haar betaalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis. Op de stellingen van de partijen zal hierna, voor zover dat van belang is voor de beoordeling, verder worden ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] wordt grotendeels in het gelijk gesteld. Hierna wordt toegelicht waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet nog € 93,33 met rente aan [eiseres] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt uit de stukken van [eiseres] dat het gevorderde bedrag van € 672,- bestaat uit € 535,- aan borg, € 87,- aan griffierecht voor de eerdere procedure en € 50,- aan koopsom voor meubels. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Borg en kosten lamp</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De borg is toewijsbaar tot € 530,-. Dit is het bedrag dat in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen. Het meerdere is niet toewijsbaar. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat de kosten van de elektricien in mindering strekken op de terug te betalen borg. Niet gesteld of gebleken is dat de partijen bij aanvang van de huurrelatie een beschrijving van het verhuurde hebben opgemaakt. Indien geen beschrijving is opgemaakt, wordt de huurder, behoudens door de verhuurder geleverd tegenbewijs, verondersteld het gehuurde in de staat te hebben ontvangen zoals deze is bij het einde van de huurovereenkomst (artikel 7:224 lid 2 BW). Dat tegenbewijs is door [gedaagde] niet geleverd. [gedaagde] voert weliswaar aan dat er een eindinspectie heeft plaatsgevonden waarbij is geconstateerd dat een van de lampen het niet deed, maar bij gebreke van een rapport waarin deze bevindingen zijn vastgelegd kan de kantonrechter niet verifiëren of [gedaagde] op dit punt gelijk heeft. Dit komt voor risico van [gedaagde] als verhuurder.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Griffierecht eerdere procedure</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het griffierecht van de eerdere procedure is toewijsbaar, omdat [gedaagde] de verschuldigdheid van dat bedrag niet heeft weersproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Koopsom meubels</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De koopsom van de meubels eveneens toewijsbaar. Hoewel dit bedrag niet in de vaststellingsovereenkomst wordt genoemd, heeft [gedaagde] de verschuldigdheid van dit bedrag niet gemotiveerd betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de toewijsbare hoofdsom € 667,- bedraagt (€ 530,- aan terug te betalen borg, € 87,- aan griffierecht en € 50,- aan koopsom voor de meubels). Vast staat dat gedaagde tijdens deze procedure € 573,67 heeft betaald. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:44 BW strekt deze betaling eerst in mindering op de verschenen rente en daarna op de hoofdsom. De verschenen rente is echter berekend over een te hoog bedrag aan hoofdsom, omdat niet de gehele vordering toewijsbaar is. De kantonrechter brengt de betaling daarom in mindering op de toewijsbare hoofdsom, waarna een bedrag van € 93,33 aan hoofdsom resteert. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag aan [eiseres] te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen op de wijze zoals vermeld in de beslissing, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 90,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 573,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 93,33 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 9 november 2024 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 573,64;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>43416</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>