<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:9050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T09:48:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11554366 VZ VERZ 25-1053</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9050">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T09:47:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:9050 Rechtbank Rotterdam , 15-07-2025 / 11554366 VZ VERZ 25-1053</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:9050:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindbeschikking na bewijsopdracht. Verzoekster heeft besloten geen nader bewijs te leveren en de e-grond te laten vervallen. Daarom kan er in rechte niet van worden uitgegaan dat werknemer een studente tijdens een rekenles bij haar borsten heeft aangeraakt. Verzoekster handhaaft de g-grond als grondslag voor het ontbindingsverzoek. Het gestelde incident dat de basis vormt voor het ontbindingsverzoek moet als het ware worden weggedacht, omdat verzoekster geen bewijs heeft geleverd van dat door haar gestelde incident. Concrete andere feiten en/of omstandigheden die een verstoring van de arbeidsverhouding zouden opleveren zijn niet gesteld of gebleken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:9050:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11554366 VZ VERZ 25-1053</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 15 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>verzoekster en verweerster, </para>
      <para>gemachtigde: mr. P. Kruit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [plaats 2] ,</para>
      <para>verweerder en verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I.I. Feenstra.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de tussenbeschikking van 5 juni 2025 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van [verzoekster] van 20 juni 2025;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verzoekster] heeft geen bewijs geleverd en het ontbindingsverzoek op de e-grond ingetrokken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter verwijst allereerst naar de inhoud van de tussenbeschikking van </para>
        <para>5 juni 2025, waar hij bij blijft. In die tussenbeschikking heeft de kantonrechter in het kader van de beoordeling van de e-grond [verzoekster] in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat [verweerder] [studente] tijdens een rekenles op 14 november 2024 van achteren bij haar borsten heeft aangeraakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft in reactie hierop in haar brief van 20 juni 2025 medegedeeld dat zij heeft besloten geen nader bewijs te leveren en de primaire ontslaggrond – de e-grond – te laten vervallen. Daarmee resteert de g-grond als grondslag voor het ontbindingsverzoek van [verzoekster] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden. Er is namelijk geen redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">g-grond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [verzoekster] stelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding waardoor het niet in redelijkheid van haar kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren (artikel 7:669 lid 3 onder g BW). Dat doet zich voor als de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord. De kantonrechter vindt dat hiervan geen sprake is. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>In deze zaak is duidelijk dat de reden en aanleiding voor de wens van [verzoekster] om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te beëindigen is dat [verweerder] volgens [verzoekster] een studente tijdens een rekenles van achteren bij haar borsten zou hebben aangeraakt en zich daarmee seksueel grensoverschrijdend zou hebben gedragen. Nu [verzoekster] geen bewijs heeft geleverd van dit door haar gestelde incident, kan er in rechte niet van worden uitgegaan dat [verweerder] een studente tijdens een rekenles bij haar borsten heeft aangeraakt. Dit gestelde incident, dat dus eigenlijk de basis vormt voor het onderhavige ontbindingsverzoek, moet daarom nu als het ware worden weggedacht. Concrete andere feiten en/of omstandigheden – behalve het vermeende incident – die een verstoring van de arbeidsrelatie tussen partijen zouden opleveren zijn niet gesteld of gebleken. Na de schorsing op 4 december 2024 is ook niets gebeurd dat een verstoorde arbeidsverhouding veroorzaakt heeft. [verzoekster] stelt dat zij door het gestelde incident het vertrouwen in [verweerder] is verloren, maar omdat het gestelde incident moet worden “weggedacht” is dat verlies van vertrouwen niet gerechtvaardigd. </para>
        <para>De kantonrechter acht het feit dat [verweerder] op de zitting heeft gezegd dat hij een terugkeer naar zijn werkplek op zeer korte termijn na de zitting niet direct zou zien zitten ook geen reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. [verweerder] heeft zich juist verzet tegen beëindiging van de arbeidsovereenkomst en benadrukt dat hij terug wil en kan keren bij [verzoekster] ; gelet op alles wat er gebeurd is, ligt het voor de hand dat zijn terugkeer op zorgvuldige wijze plaatsvindt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zelfstandig tegenverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend, dat deels voorwaardelijk en deels onvoorwaardelijk is. Het onvoorwaardelijke tegenverzoek strekt ertoe dat [verzoekster] zal worden veroordeeld om [verweerder] weer toe te laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden. De kantonrechter gaat ervan uit dat voor beide partijen duidelijk is dat de afwijzing van het ontbindingsverzoek meebrengt dat [verzoekster] [verweerder] weer toe moet laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden. De kantonrechter ziet geen reden om ervan uit te gaan dat [verzoekster] , ondanks de afwijzing van het ontbindingsverzoek, zal weigeren dat te doen. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding hiertoe een veroordeling uit te spreken, zoals [verweerder] heeft verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen, hoeven de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerder] niet te worden behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoekster] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [verzoekster] aan [verweerder] moet betalen op </para>
        <para>€ 814,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 949,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het ontbindingsverzoek af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst het verzoek van [verweerder] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerder] worden begroot op € 949,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>757</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>