<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:8971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T18:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-332559-24, 10-255437-23 (gevoegd) en 10-223350-23 (gevoegd); 10-221881-21 (vordering TUL VV)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T18:01:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:8971 Rechtbank Rotterdam , 12-02-2025 / 10-332559-24, 10-255437-23 (gevoegd) en 10-223350-23 (gevoegd); 10-221881-21 (vordering TUL VV)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:8971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verboden wapenbezit en straatroof. Witwassen van bedragen afkomstig van marktplaatsfraude. Verweer tot vormverzuim verworpen. Gevangenisstraf van 15 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:8971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 10-332559-24, 10-255437-23 (gevoegd) en 10-223350-23 (gevoegd)</para>
      <para>Parketnummer vordering TUL VV: 10-221881-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 februari 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] , [postcode] [plaats] ,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd </para>
      <para>in [penitentiaire inrichting] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. H. Sazoglu, advocaat te Den Haag.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 januari 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De rechtbank heeft de feiten die in de dagvaardingen zijn opgenomen voorzien van een doorlopende nummering en zal die nummering in dit vonnis aanhouden. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. N. Daalder heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder parketnummer 10-332559-24 onder 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-332559-24 onder 1, onder parketnummer 10-255437-23 primair en onder parketnummer 10-223350-23 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-221881-21, te weten een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1 (parketnummer 10-332559-24 onder 1)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Daartoe is primair aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim wat moet leiden tot bewijsuitsluiting. Hiertoe voert de verdediging aan dat in de woning van de verdachte een doorzoeking is verricht, die op basis van de afgegeven machtiging tot binnentreden geen rechtvaardige grondslag heeft. Gelet hierop is sprake van een vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Het onherstelbare vormverzuim door het op onrechtmatige wijze doorzoeken van de woning levert een schending van een fundamenteel recht op, namelijk een ongerechtvaardigde inbreuk op het huisrecht en het recht op privacy ex artikel 8 EVRM. Dit is dan ook het geschonden belang. Voorts is door de onrechtmatige bewijsvergaring het recht op een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM geschonden. Gelet op de aard en ernst van het vormverzuim verzoekt de verdediging de rechtbank over te gaan tot bewijsuitsluiting. Na bewijsuitsluiting ontbreekt wettig en overtuigend bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat uit het procesdossier niet is gebleken dat de verdachte een wapen van categorie III voorhanden heeft gehad. Het wapen is oorspronkelijk een gaspistool en alleen geschikt voor het afvuren van knal-/gaspatronen. Tevens blijkt uit het onderzoek dat, ondanks dat getracht is het gaspistool geschikt te maken voor het verschieten van kogelpatronen, het vuurwapen niet goed was bewerkt/uitgeboord en het vuurwapen niet functioneerde. Het enkele feit dat (tevergeefs) getracht is het gaspistool zodanig om te bouwen dat het een scheikundige ontploffing teweeg zou moeten brengen, verandert nog niet de oorsprong van het wapen. Het is en blijft een gaspistool, aldus de verdediging. Daarom valt het wapen niet onder categorie III van de Wet wapens en munitie, maar onder categorie IV, een gaspistool niet zijnde categorie I.7. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Op 3 oktober 2024 vond in het kader van een onderzoek in een andere zaak een zoeking plaats in de woning van de verdachte. In dat onderzoek heeft een van de hierbij aanwezige verbalisanten een dag eerder de veiliggestelde gegevens uit een in beslag genomen telefoon van de verdachte bekeken. Uit de inhoud van een chatgesprek kreeg de verbalisant het vermoeden dat aan de gebruiker van de telefoon onder meer munitie werd aangeboden. De rechtmatigheid van deze zoeking staat niet ter discussie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hoek van de woonkamer van de woning van de verdachte bevond zich een openstaande inbouwkast met daarin vijf planken. In het proces-verbaal is beschreven dat de verbalisant voorop deze planken een tiental verpakkingen van simkaarten zag liggen. Hij pakte deze kaarten uit de kast om de 06-nummers te fotograferen. Op de planken lag verder een grote hoeveelheid ongeordende objecten. Op de middelste plank lag een identifier die voor online bankieren gebruikt wordt. De verbalisant zag dat er deels papieren over de identifier lagen. Hij gebruikte de zaklamp in zijn telefoon om de identifier beter te kunnen zien. Daarbij zag de verbalisant achter de identifier een zwart, rechthoekig, kunststoffen kistje liggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verbalisant vond de ‘tactische’ uitstraling van het kistje passen bij een opbergkistje voor</para>
      <para>een wapen. Op basis van de uitstraling van het kistje en het bericht over munitie dat hij de dag ervoor had gelezen, besloot de verbalisant de inhoud van het kistje te bekijken. Hij pakte hiertoe het kistje uit de kast en opende dit. De verbalisant zag vervolgens in het kistje een klein, op een handvuurwapen lijkend zwart voorwerp. Na onderzoek bleek dit voorwerp het wapen te zijn dat in de tenlastelegging is omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat deze gang van zaken geen onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert. De politie heeft aanvankelijk een zoeking verricht in het kader van strafrechtelijk onderzoek in een andere zaak. Tijdens die zoeking stuitte de politie op een kistje in een open kast, waarvan de uitstraling paste bij een opbergkistje voor een wapen. Op dat moment ontstond kennelijk het vermoeden dat daarin mogelijk een wapen aanwezig zou kunnen zijn, mede gelet op de inhoud van het hiervoor omschreven chatgesprek op de aangetroffen telefoon over (vermoedelijk) munitie. Op de grondslag van artikel 49 van de Wet wapens en munitie kon de politie op basis hiervan redelijkerwijs vermoeden dat een wapen aanwezig was en kon zij ter inbeslagneming een doorzoeking doen en het kistje openen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een onherstelbaar vormverzuim is geen sprake en het primaire verweer wordt dus verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiaire verweer ten aanzien van het in de woning van de verdachte aangetroffen wapen wordt eveneens verworpen, omdat de rechtbank geen enkel aanknopingspunt ziet om te twijfelen aan de juistheid van het ambtsedig proces-verbaal van onderzoek vuurwapen, dat als bewijsmiddel is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. De verbalisant heeft gerelateerd dat- en waarom – het in de woning van de verdachte aangetroffen wapen een pistool betreft, zijnde een vuurwapen van categorie III. Daarbij is, gelet op de inhoud van het proces-verbaal, in aanmerking genomen dat dit wapen oorspronkelijk een gaspistool was en alleen geschikt was voor het afvuren van knal- of gaspatronen. Dat het wapen niet werkend zou zijn geweest, doet hier niet aan af. Een defect behoeft op zichzelf niet eraan in de weg te staan dat het wapen kwalificeert als behorende tot de categorie, waartoe het zou hebben behoord als het wapen wel werkend zou zijn geweest (vgl. Hoge Raad 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3503).</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2 (parketnummer 10-332559-24 onder 2)</emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 3 (parketnummer 10-255437-23)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet wist en ook niet had moeten weten dat de genoemde geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf. De verdachte heeft verklaard dat hij als katvanger is gebruikt door zijn rekening beschikbaar te stellen aan iemand anders. Op grond van de inhoud van het dossier kan niet worden uitgesloten dat de gelden rechtmatig door de verdachte werden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>In de ten laste gelegde periode is meermalen via een zogenaamd “Tikkie” een bedrag overgemaakt op de rekening van de verdachte. Deze transacties hielden verband met marktplaatsfraude met betrekking tot aankopen via Marktplaats.nl en de marktplaats op Facebook. De verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment heeft gezien dat de betreffende bedragen op zijn rekening waren gestort. Hij was, zo stelt hij, er echter niet van op de hoogte dat het ging om geld uit misdrijf. In dit kader heeft de verdachte verklaard dat een schoolgenoot – van wie hij de volledige naam niet kent - aan hem heeft gevraagd of hij zijn rekening beschikbaar wilde stellen om geld op over te maken, wat de verdachte vervolgens contant aan deze persoon zou moeten geven. De verdachte zou vervolgens (meermalen) een tikkie-link hebben aangemaakt en hebben toegezonden aan de schoolgenoot, waarna hij direct contant geld – dat hij reeds in zijn bezit had – aan de schoolgenoot zou hebben gegeven. De verdachte heeft verklaard dat de betreffende betaallinks direct werden gebruikt nadat hij ze had gestuurd. Hij heeft niet op zijn rekening gekeken van wie de gestorte bedragen afkomstig waren en (dus) ook niet de verschillende namen gezien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verklaring volgt de rechtbank niet. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de verdachte dit scenario – dat bovendien eerst ter zitting naar voren is gebracht – niet nader concreet heeft onderbouwd en/of informatie heeft gegeven over de betreffende schoolgenoot. Ook acht de rechtbank dit scenario onwaarschijnlijk, gelet op de verschillende momenten (op drie verschillende dagen) waarop betalingen zijn overgemaakt op zijn bankrekening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is gelet op het voorgaande geen andere conclusie mogelijk dan dat de ten laste gelegde voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte opzet heeft gehad op het witwassen van deze bedragen, althans dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop bewust heeft aanvaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 4 (parketnummer 10-223350-23)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat onvoldoende uit het procesdossier blijkt dat er opzet is geweest op een samenwerking met als doel het ten laste gelegde feit uit te voeren. Volgens de raadsvrouw wist de verdachte niet dat er een beroving zou plaatsvinden. Uit niets blijkt van een vooropgezet plan en uit de inhoud van het procesdossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte een zodanige bijdrage heeft geleverd dat van een nauwe en bewuste samenwerking kan worden gesproken. De verdachte heeft de aangever slechts een duw gegeven toen zij in conflict raakten. Er is geen bewijs dat de verdachte enig aandeel heeft gehad in de overige ten laste gelegde handelingen.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Vast staat dat de aangever op 22 januari 2023 op station Schiedam Centrum is opgehaald door drie personen, onder wie de verdachte. De aangever is met hen meegegaan naar een woning in Schiedam om ‘te chillen’. Hierna zijn ze allemaal teruggelopen in de richting van het station. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangever heeft verklaard dat hij is vastgepakt en tegen een muur is geduwd door de jongen die hij kende. De rechtbank leidt uit de inhoud van het procesdossier af dat hiermee de verdachte wordt bedoeld. Vervolgens is de aangever door de drie jongens, die allemaal een schoudertas droegen, geslagen en beroofd van zijn grijze schoudertas met inhoud. De aangever is hierbij gewond geraakt aan zijn hoofd. De jongens zijn daarna weggerend. Op camerabeelden waren drie rennende personen te zien die allen uit dezelfde richting kwamen. Een van hen droeg een zwarte schoudertas met een rode band over zijn schouder. In zijn rechterhand had hij een grijze schoudertas vast. Op de telefoon van de verdachte is een foto van de identiteitskaart van de aangever aangetroffen en een foto waarop een bebloede spijkerbroek zichtbaar is met hierop een bebloede ring. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft verklaard dat hij de identiteitskaart van de aangever in zijn bezit had, omdat de aangever die onderweg had laten vallen, waarna de verdachte die heeft opgeraapt om aan de aangever terug te geven. Hij heeft dat uiteindelijk niet gedaan omdat de aangever iets vervelends zei, waarop de verdachte een enkele duw zou hebben gegeven. De aangever zou door deze duw niet zijn gevallen. De verdachte is vervolgens naar zijn zeggen direct weggerend omdat hij zich besefte dat hij in een proeftijd liep. De verdachte heeft niet gezien of anderen hierna de aangever iets hebben aangedaan. De foto met de bebloede kleding heeft hij genomen omdat hij een bloedneus had en dit wilde delen via social media. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de (met de verklaring van de aangever strokende) inhoud van het dossier – waaronder de (beschrijving van de) camerabeelden waarop te zien is dat drie jongens tegelijk wegrennen en de bebloede spijkerbroek waarvan de verdachte heeft verklaard dat dit inderdaad zijn broek is geweest, maar waarover hij verder een naar het oordeel van de rechtbank compleet ongeloofwaardige verklaring heeft afgelegd – legt de rechtbank het door de verdachte geschetste scenario als ongeloofwaardig terzijde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de hierboven omschreven feiten en omstandigheden is bovendien naar uiterlijke verschijningsvorm sprake van een gezamenlijke uitvoering tot het plegen van een beroving. De verdachte heeft met zijn aanwezigheid en zijn handelen een wezenlijke bijdrage geleverd aan deze beroving. Hiermee is sprake van medeplegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dossier bevat daarentegen onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat bij de beroving gebruik is gemaakt van een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, zodat de verdachte voor dit deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De feiten 1, 3 primair en 4 zijn wettig en overtuigend bewezen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. parketnummer 10-332559-24)</para>
    <parablock>
      <para>hij op 3 oktober 2024 te [plaats]</para>
      <para>een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te</para>
      <para>weten een pistool, van het merk Zoraki, type 906, kaliber 7.65 mm</para>
      <para>zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool</para>
      <para>en</para>
      <para>bijbehorende munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1</para>
      <para>kogelpatroon van het merk Gfl, kaliber 7.65mm</para>
      <para>voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. primair (parketnummer 10-255437-23)</para>
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 29 januari 2023 tot en met 15 maart</para>
      <para>2023, in Nederland,</para>
      <para>meermalen, </para>
      <para>een geldbedrag (in totaal 537,25 euro, waarvan 467,25 euro toebehoren<emphasis role="italic">d</emphasis> aan [slachtoffer 1]</para>
      <para> en 70,00 euro aan [slachtoffer 2] )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- heeft verworven <emphasis role="italic">en </emphasis>voorhanden heeft gehad, </para>
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk -</para>
      <para>afkomstig waren uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. ( parketnummer 10-223350-23)</para>
    <parablock>
      <para>hij op 22 januari 2023 te Schiedam,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met anderen, </para>
      <para>een tas met daarin onder meer een OV-kaart, een contant geldbedrag van 40</para>
      <para>euro, een NS-personeelskaart, een telefoon (iPhone 8), een fles parfum en een</para>
      <para>ID-kaart, die aan [slachtoffer 3] toebehoorden,</para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl deze diefstal werd voorafgegaan <emphasis role="italic">en </emphasis>vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die</para>
      <para>diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 3] vast te pakken en tegen de muur te duwen,</para>
    <para>en</para>
    <para>- die [slachtoffer 3] op het hoofd entegen</para>
    <para>het lichaam te slaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>primair</title>
    <bridgehead role="bold">witwassen, meermalen gepleegd;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit en witwassen. Daarnaast heeft hij samen met anderen een straatroof gepleegd. Het slachtoffer werd op klaarlichte dag beroofd van zijn schoudertas met inhoud. Hij werd hierbij geduwd en geslagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een straatroof is een ernstig feit en heeft in de regel een flinke impact op het leven van het slachtoffer. De verdachte en zijn mededaders hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen van het slachtoffer, die dacht gezellig even te gaan ‘chillen’. De verdachte heeft hiermee laten zien dat hij geen enkel respect heeft voor andermans lichamelijke integriteit en andermans eigendommen. Bovendien zorgen dit soort feiten voor een algemeen gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt de verdachte dit zeer kwalijk, ook omdat hij geen enkele verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn aandeel in de beroving.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft de verdachte in zijn woning een vuurwapen met een kogelpatroon voorhanden gehad. Het onbevoegde bezit van wapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk, omdat hij eerder is veroordeeld voor wapenbezit en hiervoor bovendien nog in een proeftijd liep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich tot slot in korte tijd schuldig gemaakt aan witwassen van geldbedragen tot een totaal van ruim € 537,00 die uit een niet legale bron op zijn bankrekening waren gestort. Deze bedragen waren afkomstig van twee slachtoffers van (marktplaats)fraude. Witwassen faciliteert het plegen van dergelijke delicten en de verdachte heeft door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening daaraan een essentiële bijdrage geleverd.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. In het bijzonder neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte eerder is veroordeeld voor verboden wapenbezit, dat hij nog in de proeftijd liep van die veroordeling en onder toezicht stond van de reclassering.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rapportages</emphasis>
      </para>
      <para>Reclassering Nederland heeft op 21 oktober 2024 en 17 januari 2025 gerapporteerd over de verdachte. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden. De reclassering acht gevangenisstraf niet raadzaam omdat de verdachte een opleiding volgt, die hij mogelijk kan hervatten. Daarnaast zijn er betalingsregelingen die door de detentie van de verdachte zijn gestagneerd. Volgens de reclassering is de verdachte meer gebaat bij begeleiding dan bij het ondergaan van een gevangenisstraf.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het aantal feiten en de ernst ervan kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd. De eerdere veroordeling voor verboden wapenbezit wordt in strafverzwarende zin meegewogen bij het bepalen van de strafmaat. Desondanks leidt dit alles tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank gaat voorbij aan het advies van de reclassering, omdat de verdachte vrij recent is veroordeeld tot een gedeeltelijk voorwaardelijke straf, met bijzondere voorwaarden en toezicht van de reclassering. Ondanks de inspanningen van de reclassering heeft dit hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Bovendien zijn de gepleegde feiten, in het bijzonder de straatroof, te ernstig om te kunnen volstaan met een afdoening op de wijze zoals door de reclassering is geadviseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoon, merk Apple, type iPhone 12, verbeurd te verklaren en de overige in beslag genomen telefoons terug te geven aan de verdachte. De verdachte heeft ter zitting afstand gedaan van de in beslag genomen cilinders lachgas, het vuurwapen en een kogelpatroon. Daarover hoeft geen beslissing te worden genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht alle in beslag genomen telefoons terug te geven aan de verdachte.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De in beslag genomen telefoon, merk Apple, type iPhone 12 (vermeld in het proces-verbaal van politie nummer [nummer 1] ) zal worden verbeurd verklaard.</para>
      <para>Deze telefoon behoort aan de verdachte toe en het onder 3 bewezen feit is met behulp van dit voorwerp voorbereid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de overige in beslag genomen telefoons zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie zal de rechtbank geen beslissing nemen over de in beslag genomen cilinders lachgas, het vuurwapen en de kogelpatroon.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Vorderingen benadeelde partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 77,50 als vergoeding van materiële schade. De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft via het formulier ‘verzoek schadevergoeding’ laten weten dat het bedrag van de geleden schade aan hem is teruggestort. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] . </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, dan wel de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] af te wijzen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is – anders dan de verdediging bepleit – van oordeel dat er een causaal verband is tussen de door benadeelde partij [slachtoffer 2] gevorderde schade en het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Zonder dat strafbare feit zou benadeelde partij [slachtoffer 2] geen schade hebben geleden. Daarmee is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is voldoende feitelijk onderbouwd en is onvoldoende gemotiveerd betwist door de verdachte. Hij voert weliswaar aan dat hij het bedrag heeft teruggestort, maar hij onderbouwt dat niet.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij heeft geen schadebedrag ingevuld in het formulier ‘verzoek tot schadevergoeding’ en dus is niet duidelijk wat hij precies vordert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 29 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 2] een schadevergoeding betalen van € 77,50, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens wordt oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
      </para>
      <para>Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 10 december 2021 is de verdachte ter zake van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 25 december 2021 en met een jaar verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 24 november 2023. De proeftijd is geëindigd op 29 december 2024.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft de vordering tot tenuitvoerlegging gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit de vordering af te wijzen, dan wel de proeftijd met een jaar te verlengen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van voormeld vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. In het bijzonder neemt de rechtbank in aanmerking dat de gedeeltelijk voorwaardelijke veroordeling onder meer betrekking had op ‘verboden wapenbezit’ en dat de verdachte opnieuw een dergelijk feit heeft gepleegd. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de proeftijd reeds met een jaar was verlengd, zodat een nieuwe verlenging daarvan niet in de rede ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij het vonnis van 10 december 2021 aan de verdachte opgelegde straf.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 312 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>13</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer 10-332559-24 onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10-332559-24 onder 1, onder parketnummer 10-255437-23 primair en onder parketnummer 10-223350-23 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(parketnummer 10-223350-23)</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart verbeurd als bijkomende straf:</para>
    </parablock>
    <para>- 1 telefoon, merk Apple, type iPhone 12 (vermeld in proces-verbaal van politie nummer [nummer 1] );</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de teruggave aan verdachte van: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Apple, type iPhone 6 plus ( [nummer 2] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Apple, type iPhone 11 pro ( [nummer 3] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Apple, type iPhone 6s ( [nummer 4] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Tecno, type spark bf7n ( [nummer 5] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Nokia ( [nummer 6] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 telefoon, merk Alcatel, type One touch ( [nummer 7] ):</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(parketnummer 10-255437-23)</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(parketnummer 10-255437-23)</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 77,50 (zegge: zevenenzeventig euro en vijftig cent)</emphasis>, als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [slachtoffer 2] begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] te betalen <emphasis role="bold">€ 77,50 </emphasis>(hoofdsom, <emphasis role="bold">zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">zevenenzeventig euro en vijftig cent</emphasis>), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 77,50 niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">1 dag</emphasis>; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(parketnummer 10-221881-21)</emphasis>
      </para>
      <para>gelast de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van het voorwaardelijk gedeelte van de bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 10 december 2021 aan de veroordeelde opgelegde straf, te weten een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. I. Bouter en J.A. Terstegge, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.J. Boogert, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. parketnummer 10-332559-24)</para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 oktober 2024 te [plaats]</para>
      <para>een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te</para>
      <para>weten een pistool, van het merk Zoraki, type 906, kaliber 7.65 mm</para>
      <para>zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool</para>
      <para>en/of</para>
      <para>(bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1</para>
      <para>kogelpatroon van het merk Gfl, kaliber 7.65mm</para>
      <para>voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 ( parketnummer 10-332559-24)</para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 oktober 2024 te [plaats]</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad</para>
    </parablock>
    <para>- 3.683 gram en/of</para>
    <para>- 3.766 gram en/of</para>
    <para>- 3.796 gram en/of</para>
    <para>- 3.822 gram en/of</para>
    <para>- 3.845 gram en/of</para>
    <para>- 3.735 gram en/of</para>
    <para>- 3.747 gram en/of</para>
    <para>- 3.776 gram en/of</para>
    <para>- 4.193 gram en/of</para>
    <para>- 3.788 gram en/of</para>
    <para>- 3.734 gram en/of</para>
    <para>- 3.733 gram en/of</para>
    <para>- 3.771 gram en/of</para>
    <para>- 3.741 gram en/of</para>
    <para>- 3.751 gram en/of</para>
    <para>- 3.735 gram en/of</para>
    <para>- 3.756 gram en/of</para>
    <para>- 3.756 gram en/of</para>
    <para>- 3.787 gram en/of</para>
    <para>- 3.752 gram, althans een hoeveelheid</para>
    <parablock>
      <para>distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet</para>
      <para>behorende lijst II;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. ( parketnummer 10-255437-23)</para>
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 29 januari 2023 tot en met 15 maart</para>
      <para>2023, te Rotterdam, althans in Nederland,</para>
      <para>meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(van) een geldbedrag (in totaal 537,25 euro, waarvan 467,25 euro toebehoren aan [slachtoffer 1]</para>
      <para> en/of 70,00 euro aan [slachtoffer 2] ), althans een of meer voorwerpen</para>
      <para>Sub a</para>
    </parablock>
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de</para>
    <para>verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die</para>
    <para>voorwerp(en) was/waren, en/of</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden</para>
    <parablock>
      <para>had(den)</para>
      <para>Sub b</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt</para>
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -</para>
      <para>afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meer onbekend gebleven personen op één of meer tijdstippen in de periode</para>
      <para>van 29 januari 2023 tot en met 15 maart 2023, te Rotterdam, althans in Nederland,</para>
      <para>meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(van) een geldbedrag (in totaal 537,25 euro, waarvan 467,25 euro toebehoren aan [slachtoffer 1]</para>
      <para> en/of 70,00 euro aan [slachtoffer 2] ), althans een of meer voorwerpen,</para>
      <para>Sub a</para>
    </parablock>
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de</para>
    <para>verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die</para>
    <para>voorwerp(en) was/waren, en/of</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden</para>
    <parablock>
      <para>had(den)</para>
      <para>Sub b</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt</para>
    <parablock>
      <para>terwijl die onbekend gebleven personen en/of verdachte wist dat dat/die</para>
      <para>voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen)</para>
      <para>misdrijf,</para>
      <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in de</para>
      <para>periode van 29 januari 2023 tot en met 15 maart 2023, te Rotterdam, althans in</para>
      <para>Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,</para>
      <para>middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn bankrekening ter beschikking</para>
      <para>te stellen, geld te laten storten op zijn rekening en/of (vervolgens) dat geld ter</para>
      <para>beschikking te stellen aan een onbekend gebleven derde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. ( parketnummer 10-223350-23)</para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 januari 2023 te Schiedam,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>een tas met daarin (onder meer) een OV-kaart, een (contant) geldbedrag van 40</para>
      <para>euro, een NS-personeelskaart, een telefoon (iPhone 8), een fles parfum en/of een</para>
      <para>ID-kaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in</para>
      <para>elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),</para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of</para>
      <para>bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die</para>
      <para>diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op</para>
      <para>heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht</para>
      <para>mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 3] (met kracht) vast te pakken en/of tegen de muur te duwen,</para>
    <para>- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (dreigend)</para>
    <para>aan die [slachtoffer 3] te tonen en/of op die [slachtoffer 3] te richten,</para>
    <para>- die [slachtoffer 3] met voornoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen</para>
    <para>gelijkend voorwerp, tegen het hoofd te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, tegen/op het hoofd en/of tegen</para>
    <para>het lichaam te slaan.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>