<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:8823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T12:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11668735 CV EXPL 25-10261</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8823">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T10:03:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:8823 Rechtbank Rotterdam , 25-07-2025 / 11668735 CV EXPL 25-10261</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:8823:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft een zorgschuld bij eiseres openstaan. Het geldbedrag dat hij al heeft betaald is aan een ander dossier toegerekend. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde voldoende is geïnformeerd over de openstaande schuld in het onderhavige dossier. Hij moet dus de zorgschuld in deze zaak nog betalen. De vordering wordt toegewezen. Als gedaagde een betalingsregeling wil moet hij deze zelf met eiseres afspreken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:8823:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11668735 CV EXPL 25-10261</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 25 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">N.V. Univé Zorg, </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Arnhem,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Univé’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlage.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft met Univé een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie betalen. Hij moet ook eigen risico betalen wanneer hij zorgkosten maakt en Univé die voorschiet. Volgens Univé heeft [gedaagde] een bedrag van € 2.433,44 aan premies en zorgkosten onbetaald gelaten. Om die reden is zij in 2023 een rechtszaak gestart. In die procedure is [gedaagde] door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van € 500,- aan hoofdsom. Na deze uitspraak heeft hij een bedrag van € 579,07 voldaan op de openstaande schuld. Omdat hij het restant niet heeft betaald is Univé deze procedure gestart. Zij eist nu dat hij het restant van € 2.295,79, inclusief rente en incassokosten, betaalt met vergoeding van proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis, omdat de gemachtigde van Univé hem onvolledig heeft geïnformeerd over de verschillende openstaande dossiers. Bij brief van 4 maart 2025 is hem meegedeeld dat de schuld volledig was voldaan, terwijl later bleek dat er nog een andere schuld openstond in een ander dossier. [gedaagde] stelt bovendien dat hij nog een bedrag van € 1.599,80 heeft betaald, maar dat dit niet correct is verwerkt of toegerekend aan het juiste dossier. Volgens hem heeft de gemachtigde van Univé haar zorgplicht geschonden door geen volledig overzicht van de openstaande schulden te geven. Verder voert [gedaagde] aan dat hij problematische schulden heeft, een periode dakloos is geweest en op een opvangadres verbleef waardoor hij bepaalde post heeft gemist. Hij leeft onder de beslagvrije voet en verzoekt om een betalingsregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter komt tot het oordeel dat de vorderingen van Univé worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Univé heeft bij repliek erkend dat [gedaagde] op 4 maart 2025 een brief heeft ontvangen waarin wordt bevestigd dat de schuld in dossier [dossiernummer 1] volledig is voldaan. De betaling van € 1.599,80 is toegerekend aan dat dossier, zoals uit de betalingsomschrijving blijkt. Het voorgaande betekent echter niet dat ook de schuld in deze zaak is voldaan. De onderhavige vordering ziet namelijk op dossier [dossiernummer 2] en Univé heeft [gedaagde] op 27 maart 2025 per brief en per e-mail geïnformeerd over de openstaande schuld in dit dossier. In die correspondentie zijn het betreffende dossiernummer en inloggegevens voor een online portaal opgenomen waarmee [gedaagde] inzicht kon verkrijgen in al zijn openstaande dossiers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft dat wat bij repliek naar voren is gebracht niet weersproken. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de schuld in dossier [dossiernummer 2] nog niet is betaald. Niet is gebleken dat Univé onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven of dat zij de indruk heeft gewekt dat er geen verdere openstaande schulden meer waren. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke en financiële omstandigheden, hoe ingrijpend en vervelend ook, liggen in zijn risicosfeer en ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichting. De vordering tot betaling van de openstaande hoofdsom wordt dan ook toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De incassokosten van € 437,61 worden ook toegewezen. De brief van 13 december 2022 die de gemachtigde van Univé heeft verstuurd voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens [gedaagde] verbleef hij ten tijde van verzending van deze brief niet op het adres Oosthavenkade 31 in Vlaardingen, zodat hij niet bekend is met post die naar dat adres is verstuurd. De brief van 13 december 2022 is echter verstuurd naar het adres [adres] in Vlaardingen. [gedaagde] heeft niet aangevoerd dat hij ook op dat adres geen post ontving. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de brief van 13 december 2022 hem bekend was, althans bekend had behoren te zijn. Daarmee heeft Univé [gedaagde] voldoende gelegenheid geboden om alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De wettelijke rente van € 3,81 wordt toegewezen, omdat [gedaagde] de zorgkosten niet op tijd heeft betaald. Hij is daarom op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat hij met de betaling in verzuim is. Univé heeft gesteld dat dat tot 8 april 2025 € 3,81 is en [gedaagde] heeft dat niet betwist.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De conclusie is dat [gedaagde] in totaal nog € 2.295,79 (€ 2.874,86 minus € 579,07) aan Univé moet betalen. Hij wordt dan ook veroordeeld tot betaling daarvan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wil een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter mag dat niet doen. Daarvoor wordt [gedaagde] verwezen naar gemachtigde van Univé.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De proceskosten zijn namelijk niet ten onrechte gemaakt. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding had [gedaagde] de openstaande schuld nog niet betaald, terwijl hij dat wel had moeten doen. Univé heeft hem ook nog aangemaand om te betalen. Omdat ook daarna niet is betaald, is Univé deze rechtszaak gestart.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Univé moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 385,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.041,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 2.295,79 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.933,44 vanaf 8 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 1.041,14;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>