<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:8486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T12:23:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11623745 VV EXPL 25-182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-0899</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-0899</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8486">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:8486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T09:09:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:8486 Rechtbank Rotterdam , 16-06-2025 / 11623745 VV EXPL 25-182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:8486:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeid. Kort geding. Wedertewerkstelling. In gelijktijdig met onderhavige procedure behandelde verzoekschriftprocedure is de arbeidsovereenkomst ontbonden. Belang werkgever weegt zwaarder om werknemer niet toe te laten tot de werkzaamheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:8486:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11623745 VV EXPL 25-182</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 16 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: Den Haag,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: mr. I.I. Feenstra,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A.W. Holdtgrefe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 17 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de (voorwaardelijke) conclusie van antwoord, met bijlagen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [eiser];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotities van Erfgoedhaven.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 19 mei 2025 is de zaak (samen met de zaak 11664790 VZ VERZ 25-2947) tijdens een zitting in het gerechtsgebouw te Dordrecht met partijen besproken. [eiser] was aanwezig, bijgestaan door mr. I.I. Feenstra. Namens [gedaagde] waren [persoon 1] (bestuurder) en [persoon 2] (oud-bestuurder) aanwezig, bijgestaan door mr. M.A.W. Holdtgrefe. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is bij [gedaagde] in dienst als senior havenmeester. [eiser] is arbeidsongeschikt sinds juni 2024 en hij wil dat [gedaagde] hem weer toelaat tot zijn functie, zodat hij met zijn re-integratie kan starten. De kantonrechter wijst deze vordering af. Hierna wordt toegelicht waarom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is er gebeurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] werkt sinds 1 december 2019 bij [gedaagde] in de functie van senior havenmeester. Op 24 juni 2024 heeft [eiser] zich ziekgemeld. De Arboarts heeft op 19 november 2024 geoordeeld dat [eiser] geschikt is voor zijn eigen werk vanaf 2 december 2024 en dat [eiser] geleidelijk zijn werk kan hervatten. De Arboarts heeft daarnaast geadviseerd om met elkaar in gesprek te gaan om de spanningen in de werksituatie op te lossen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 14 januari 2025 zijn de heer [persoon 1] (directeur/bestuurder van [gedaagde]) en [eiser] in mediation met elkaar in gesprek gegaan. De mediation heeft niet geleid tot een oplossing en is op 30 januari 2025 beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] wil terugkeren in zijn baan als havenmeester. Dit is volgens hem medisch gezien ook mogelijk. Vanuit de zijde van [gedaagde] gebeurt er echter niets. [eiser] vordert daarom in dit kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van het vonnis [eiser] toe te laten tot het starten van zijn re-integratie in zijn eigen bedongen functie van havenmeester conform het door de Arboarts op 19 november 2024 opgestelde opbouwschema, op verbeurte van een dwangsom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is een spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de vordering (het starten met re-integratie) heeft [eiser] een spoedeisend belang. Dit is overigens door [gedaagde] niet betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft [eiser] niet toe te laten tot het werk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In de gelijktijdig met de onderhavige procedure behandelde verzoekschriftprocedure (zaaknummer 11664790 VZ VERZ 25-2947) tussen [gedaagde] en [eiser] is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 augustus 2025 vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. Omdat de arbeidsovereenkomst binnenkort zal eindigen vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van [gedaagde] om [eiser] niet toe te laten tot zijn werkzaamheden zwaarder weegt dan het belang van [eiser] om weer te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden. De reden van de verstoring is namelijk gelegen in het gedrag en de houding van [eiser] richting zijn collega’s. Het is voldoende aannemelijk dat (tijdelijke) terugkeer van [eiser] de werksfeer niet ten goede zal komen. Gelet daarop wordt de vordering van [eiser] afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten worden gecompenseerd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in de aard van het geschil aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren. Dat betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van [eiser] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>31688</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>