<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:7979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-09T12:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/699161 / KG ZA 25-406</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7979">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-09T12:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7979 Rechtbank Rotterdam , 04-07-2025 / C/10/699161 / KG ZA 25-406</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:7979:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Verbod tenuitvoerlegging vonnis en opheffen beslag. Verstek. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:7979:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="403ad7dc-f5fc-4314-ac6c-61a1eda9b4ea" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="78606633-0631-4d0d-8613-fae59e0720ad" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/699161 / KG ZA 25-406</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 4 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. B. Özates te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 17 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 8;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 27 juni 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verleent verstek tegen gedaagde. Gedaagde is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van eiseres bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vorderingen van eiseres komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden om die reden toegewezen, met inachtneming van het volgende. De vordering onder 2. wordt in die zin toegewezen, dat gedaagde een termijn van twee dagen na betekening van dit vonnis de tijd krijgt om het beslag op te heffen en alle gelden die hij in het kader van het beslag van eiseres heeft ontvangen terug te betalen. De onder vordering 2. gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op € 5.000,00 en bovendien alleen toegewezen voor het geval dat gedaagde het beslag niet op tijd opheft. Een dwangsom kan namelijk niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom (artikel 611a lid 1 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De proceskosten worden, zoals eiseres heeft gevorderd, gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verbiedt gedaagde om over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 11 juli 2024 van de rechtbank Den Haag met zaaknummer C/09/667114 KG ZA 24-486;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of ieder dagdeel dat gedaagde een handeling (laat) verricht(en) en deze voortzet waarmee het onder 3.1. vermelde verbod wordt overtreden, met dien verstande dat gedaagde op dit punt maximaal € 20.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om het beslag binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op te heffen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of ieder dagdeel dat hij de veroordeling onder 3.3. niet nakomt, met dien verstande dat gedaagde op dit punt maximaal € 5.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om alle gelden die hij in het kader van het beslag heeft ontvangen van eiseres terug te betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verbiedt gedaagde om het bestreden vonnis opnieuw te doen betekenen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat hij het onder 3.6. vermelde verbod overtreedt, met dien verstande dat gedaagde op dit punt maximaal € 20.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025.</para>
        <para>3349 / 1980</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>