<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:7675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-14T16:25:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 25/3954</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-14T16:24:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7675 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2025 / ROT 25/3954</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:7675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het college heeft het besluit (tot doorsturen van verzoekers aanvraag om bijstandsuitkering) ingetrokken. Het college neemt verzoekers bijstandsaanvraag alsnog in behandeling. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter wijst dat verzoek toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:7675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 25/3954</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam verzoeker] , z.v.w.v.p.<footnote-ref linkend="_74b8f612-57ab-4939-abfd-22fe9f60a724" />, verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. D. Matadien),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college </title>
    <para>(gemachtigde: [persoon A] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Met het bestreden besluit van 14 april 2025 heeft het college verzoekers aanvraag doorgestuurd naar Stroomopwaarts<emphasis role="italic">.</emphasis> Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>2. Op 3 juni 2025 heeft het college een nieuw besluit genomen en daarin bepaald dat verzoeker een voorschot op zijn bijstandsuitkering ontvangt, omdat het college alsnog zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering in behandeling zal nemen en nog niet heeft beslist hierop. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter gevraagd om het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten.</para>
    <para />
    <para>3. Het college heeft op 13 juni 2025 gereageerd op het verzoek om proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_1c972588-d0b4-4e30-8609-ae60a60c09ce" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_e77684fa-942b-4eed-ba90-6695b0186b28" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.<footnote-ref linkend="_3c11027c-737a-4bff-b0ae-00e945131e14" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. Het college is met het besluit van 3 juni 2025 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.<footnote-ref linkend="_516e234a-0130-42b1-a6fa-96f45c743241" /> Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.<footnote-ref linkend="_d83e80dd-d97f-48c4-8721-79eef19e5451" /> Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.</para>
      <para />
      <para>8. Het college heeft in zijn reactie van 13 juni 2025 het standpunt ingenomen dat het in de veronderstelling was dat verzoekers aanvraag naar aanleiding van het bestreden besluit verder in behandeling zou worden genomen in Vlaardingen (door Stroomopwaarts), omdat verzoeker zich zou kunnen melden bij Centraal Onthaal in Vlaardingen. Naar aanleiding van verzoekers bezwaar tegen het bestreden besluit hebben medewerkers van Werk en Inkomen met de gemachtigde van verzoeker gesproken en wordt de aanvraag weer door Werk en Inkomen behandeld. Het college stelt zich op het standpunt zorgvuldig gehandeld te hebben. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hieruit niet volgt dat sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een uitzondering moet worden gemaakt. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Welke kosten dient het college te vergoeden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 907,- bedragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H Sabanovic, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_74b8f612-57ab-4939-abfd-22fe9f60a724" label="1">
    <para> Zonder vaste woon- of verblijfplaats</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c972588-d0b4-4e30-8609-ae60a60c09ce" label="2">
    <para> Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e77684fa-942b-4eed-ba90-6695b0186b28" label="3">
    <para> Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c11027c-737a-4bff-b0ae-00e945131e14" label="4">
    <para> Vergelijk Centrale Raad van Beroep 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_516e234a-0130-42b1-a6fa-96f45c743241" label="5">
    <para> Vergelijk Centrale Raad van Beroep 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d83e80dd-d97f-48c4-8721-79eef19e5451" label="6">
    <para> Vergelijk Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>