<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:7636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T14:33:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/680330 HA ZA 24-497</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7636">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T14:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7636 Rechtbank Rotterdam , 30-06-2025 / C/10/680330 HA ZA 24-497</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:7636:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen zijn in Nederland gescheiden. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan Islamitische en Iraakse echtscheiding. Beide partijen gaan nog geregeld naar Irak. De vrouw moet eerst aantonen dat zij zonder zijn medewerking deze echtscheiding niet kan bewerkstelligen. Als zij daarin slaagt wordt haar vordering toegewezen (art 6:162 BW in verbinding met aert. 1:68 lid 2 BW), want haar belang bij deze scheiding weegt zwaarder dan het belang van de man bij instandhouding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:7636:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Dordrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/10/680330 HA ZA 24-497</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 2 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij, </para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Rezaie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam man]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. El Aqde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 24 mei 2024, met producties 1 tot en met 4;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het processen-verbaal van de zitting van 8 oktober 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de nagezonden producties 5 en 6 aan de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de zitting op 24 april 2025.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw en de man zijn op [huwelijksdatum] in Irak, naar Iraaks/islamitisch recht met elkaar gehuwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is de echtscheiding naar Nederlands recht uitgesproken bij beschikking van 6 juli 2022 door de rechtbank Den Haag. Deze beschikking is op 28 oktober 2022 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vrouw wenst ook naar Iraaks/islamitisch recht te scheiden. De vrouw vordert de man te verplichten mee te werken aan een echtscheiding naar Iraaks/islamitisch recht op last van een dwangsom.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De man voert aan dat de vrouw op haar eigen initiatief en zonder de medewerking van de man de echtscheiding naar Iraaks/islamitisch recht kan bewerkstelligen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt in dit vonnis dat de vrouw eerst zelfstandig in Irak moet proberen de echtscheiding te verzoeken. Mocht dat niet lukken, moet de vrouw stukken aan de rechtbank overleggen waaruit blijkt dat het voor haar niet mogelijk is om zelfstandig in Irak de echtscheiding te bewerkstelligen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en Nederlands recht is van toepassing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat de man zijn woonplaats in Nederland heeft<footnote-ref linkend="_b98b239e-612f-47fd-a087-c0f0384bdbfc" />.</para>
        <para>De vrouw baseert haar vordering op onrechtmatige daad die de man in Nederland pleegt terwijl beide partijen in Nederland wonen. Daarom is Nederlands recht van toepassing op de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet meewerken aan een Islamitische/Iraakse echtscheiding kan onrechtmatig zijn</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Artikel 1:68 lid 2 BW bepaalt: Een partij bij een religieuze of levensbeschouwelijke verbintenis is gehouden tot het verlenen van medewerking aan het teniet doen gaan van die verbintenis indien een andere partij daarom verzoekt, tenzij dit gelet op zwaarwegende belangen in redelijkheid niet kan worden gevergd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De vrouw heeft, na de Nederlandse echtscheiding, de man verzocht om mee te werken om ook een einde te maken aan het Islamitische/Iraakse huwelijk. Daar heeft de man geen gevolg aan gegeven. Dat kan nalaten in strijd met een wettelijke plicht zijn en dat is onrechtmatig<footnote-ref linkend="_aa6ac94f-2cdf-48c9-bedc-6150a41c6b4a" /> als haar belangen bij de gewenste echtscheiding zwaarder wegen dan die van de man.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vrouw moet verdere informatie geven </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De man voert aan dat de vrouw geen belang heeft bij haar vordering, omdat de medewerking die de vrouw van de man wil afdwingen onnodig is. Volgens de man kan de vrouw namelijk zelf met de vertaalde Nederlandse echtscheidingsbeschikking eenzijdig de echtscheiding verzoeken bij de Iraakse rechter of de Nederlandse beschikking in Irak kan laten erkennen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De vrouw stelt dat ze dit al heeft geprobeerd toen zij in februari 2025 in Irak was, maar dat het niet gelukt was, omdat in Irak de man hiervoor medewerking moet verlenen. De man betwist een en ander en de vrouw heeft van deze pogingen geen enkel stuk overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw krijgt de gelegenheid om met stukken aan te tonen dat het haar niet is gelukt om de gewenste echtscheiding te bewerkstelligen zonder medewerking van de man. Zij kan ook eventueel opnieuw een poging wagen en daarvan stukken laten zien. </para>
        <para>Als blijkt dat het voor haar niet mogelijk is om op haar initiatief en zonder de medewerking van de man in Irak de echtscheiding te bewerkstelligen, zal de man in beginsel worden veroordeeld tot medewerking met een dwangsom, omdat het belang bij de vrouw bij de beëindiging van de formele banden met de man dan zwaarder weegt dan het belang bij de man om niet mee te werken aan de echtscheiding. Partijen leven immers al jaren niet meer samen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 11 december 2025 om de vrouw in de gelegenheid te stellen stukken over te leggen waaruit blijkt dat het voor haar niet mogelijk is om zelfstandig in Irak de echtscheiding te bewerkstelligen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Halk en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b98b239e-612f-47fd-a087-c0f0384bdbfc" label="1">
    <para> Artikel 2 Rv</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa6ac94f-2cdf-48c9-bedc-6150a41c6b4a" label="2">
    <para> Artikel 6:162 BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>