<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:7182</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-19T14:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">83/130696-21 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7182">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7182</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-19T14:52:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7182 Rechtbank Rotterdam , 13-06-2025 / 83/130696-21 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:7182:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel €10.300,- wegens oplichting en gewoontewitwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:7182:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 83/130696-21 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 13 juni 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortpelaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1981,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsvrouw mr. W.M. Shreki, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025 en 2 juni 2025, gelijktijdig met het onderzoek van de strafzaak. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorafgaande veroordeling </title>
    <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 13 juni 2025 (hierna: het vonnis in de strafzaak) is [veroordeelde] (hierna: de veroordeelde) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren wegens oplichting en gewoontewitwassen gepleegd in de periode van 18 april 2017 tot en met 29 januari 2020.<footnote-ref linkend="_1a9e7ac5-7952-4040-873f-9df02eb5e9cd" />Dit vonnis is niet onherroepelijk.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vordering</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie mr. T. Slieker strekt tot:</para>
    <para>- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 10.300,-;</para>
    <para>- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 10.300,- ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is gebaseerd op artikel 36e, tweede lid, Sr. Volgens de officier van justitie is sprake van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt verdediging</title>
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is verzocht de vordering te beperken tot een bedrag van </para>
      <para>€ 4.400,-. Aangevoerd is dat het uit het dossier niet blijkt dat de verdachte meer geld zou hebben ontvangen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling en schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel </title>
    <para>In het vonnis in de strafzaak is vastgesteld dat de strafbare feiten door de veroordeelde zijn begaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel<footnote-ref linkend="_9f49d516-bb55-4d37-a12f-842ff4a1fe0b" /> (hierna: het ontnemingsrapport) blijkt dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat, is gebaseerd op de berekening in het ontnemingsrapport. Deze berekening is in het ontnemingsrapport voldoende door middel van wettige en nauwkeurig aangeduide bewijsmiddelen onderbouwd en is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd weersproken. Daarom zal worden volstaan met het vermelden van de volgende conclusies en onderdelen van het ontnemingsrapport. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het procesdossier blijkt dat er vanaf de zakelijke bankrekening van [naam eenmanszaak] in de periode van 2 juli 2018 tot en met 29 januari 2020 € 4.400,- aan (salaris)betalingen naar de privérekening van de verdachte is overgemaakt. Daarnaast blijkt uit de verklaring van de getuige [getuige] dat de verdachte vanaf het oprichten van zijn eenmanszaak maandelijks een vergoeding ontving van eerst € 800,- per maand en aan het eind € 350,- per maand. Tijdens het opstellen van het ontnemingsrapport was de verklaring van de getuige [getuige] nog niet bekend bij de opstellers van het rapport. De verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij vanaf de oprichting van de eenmanszaak, en dus ook in de periode van mei 2017 tot 2 juli 2018, maandelijkse vergoedingen heeft ontvangen. De rechtbank stelt daarom vast dat de verdachte over deze periode van 14 maanden maandelijkse vergoedingen heeft ontvangen. De hoogte van de maandelijkse vergoeding schat de rechtbank op basis van het ontnemingsrapport op € 350,-. </para>
      <para>Aldus schat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel voor die periode op € 4.900,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast blijkt uit het procesdossier dat er vanaf de zakelijke bankrekening van [naam eenmanszaak] – via Zorg &amp; Consulentie - € 1.000 onder vermelding van de omschrijving ‘lening’ naar de privérekening van de verdachte is overgemaakt. Aangevoerd noch aannemelijk is geworden dat de verdachte enige geldlening heeft terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Gezien het voorgaande wordt het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 10.300,- (€ 4.400,- plus € 4.900,- plus € 1.000,-).</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vaststelling van de betalingsverplichting</title>
    <para>Uitgangspunt is dat de betalingsverplichting wordt vastgesteld op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Er is in deze zaak geen reden om daarvan af te wijken.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Maximale duur gijzeling</title>
    <para>Op grond van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering  zal de duur van de gijzeling worden vastgesteld die ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal van het ontnemingsbedrag niet mogelijk is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgaande van een maximum duur van de gijzeling van drie jaar (artikel 36e, elfde lid, Sr) hanteert de rechtbank de volgende verdeling:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>voor bedragen tot € 50.000,- geldt een maximum van 360 dagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor bedragen tot € 500.000,- geldt een maximum van 720 dagen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor bedragen van € 5.000.000,- of meer geldt een maximum van 1080 dagen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aantal dagen gijzeling in deze zaak komt dus neer op 74 dagen (10.300,- / 50.000,- X 360).</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>1. stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€  10.300,- (zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">tienduizend driehonderd euro</emphasis>);</para>
    <para />
    <para>2. legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van <emphasis role="bold">€  10.300,- (zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">tienduizend driehonderd euro</emphasis>) ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>3. bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 Sv ten hoogste kan worden gevorderd op<emphasis role="bold"> 74 dagen </emphasis>(<emphasis role="bold">zegge: vierenzeventig</emphasis>).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.J. Klomp, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. E.M. Havik en P. Uijtdewillegen, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. R.E. Kroon en E.H. Karakus, griffiers, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en de griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1a9e7ac5-7952-4040-873f-9df02eb5e9cd" label="1">
    <para> Dit vonnis is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f49d516-bb55-4d37-a12f-842ff4a1fe0b" label="2">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van politie met procesverbaalnummer 6640-2019-0085 en documentcode RAP-003.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>