<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6914</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T10:00:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-181120-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6914">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6914</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T09:59:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6914 Rechtbank Rotterdam , 28-05-2025 / 10-181120-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6914:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroorzaken dodelijk verkeersongeval. Vrijspraak voor artikel 6 WVW, veroordeling voor artikel 5 WVW. De verdachte heeft geen voorrang verleend aan het op het zebrapad overstekende slachtoffer. Oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro met aftrek en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6914:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-181120-24</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 mei 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
        <?linebreak?>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, <?linebreak?>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: <?linebreak?>[adres] , [postcode] [woonplaats] , </para>
      <para>raadsman mr. F.T. Sakrak, advocaat te Zaandam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. R.P.L. van Loon heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte op 12 februari 2024 als bestuurster van een personenauto reed. Zij is in Maassluis vanaf de Mesdaglaan de rotonde opgereden in de richting van de P.C. Hooftlaan. Bij het verlaten van de rotonde is de verdachte tegen een op het zebrapad overstekende voetganger, de heer [slachtoffer] , aangereden. Als gevolg hiervan is de heer [slachtoffer] ten val gekomen en overleden.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat ook dat de verdachte handsfree – met de telefoon in de houder – een telefoongesprek heeft gevoerd. Niet kan worden bewezen dat zij de telefoon in haar hand had of met handmatige activiteiten op de telefoon bezig was. </para>
        <para>Gelet op het voorgaande is alleen komen vast te staan dat de verdachte het slachtoffer niet heeft gezien en (daarom) geen voorrang heeft verleend, waar dat wel had gemoeten. Dit heeft de verdachte erkend. Uit die enkele omstandigheid, volgt niet dat de verdachte zich ‘aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gedragen’ zoals bedoeld in artikel 6 WVW. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door het overstekende slachtoffer niet op te merken en geen voorrang te verlenen, heeft zij wel gevaar op de weg veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW. Dit gevaar heeft zich ook daadwerkelijk verwezenlijkt. Door de gedraging van de verdachte heeft immers een ongeval plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer is overleden. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit, hetgeen bewezen zal worden verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>zij, op 12 februari 2024 te Maassluis, als verkeersdeelnemer, namelijk<?linebreak?>als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor<?linebreak?>het openbaar verkeer openstaande weg, de Laan van 1940-1945 en de P.C.<?linebreak?>Hooftlaan, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die wegen werd<?linebreak?>veroorzaakt, en het verkeer op die wegen<?linebreak?>werd gehinderd, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar, terwijl zij,<?linebreak?>verdachte, de rotonde – gelegen op de Laan van 1940-1945 – verliet in de richting<?linebreak?>van de P.C. Hooftlaan,<?linebreak?>- zich niet of in onvoldoende mate ervan heeft vergewist dat zich geen voetgangers<?linebreak?>op/nabij de op de P.C. Hooftstraat gelegen voetgangersoversteekplaats bevonden<?linebreak?>en</para>
      </parablock>
      <para>- vervolgens die voetgangersoversteekplaats is opgereden en niet, heeft opgemerkt dat een voetganger, te weten [slachtoffer] , doende was van die<?linebreak?>oversteekplaats voor voetgangers gebruik te maken en</para>
      <para>- aldus, in strijd met artikel 49 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en<?linebreak?>Verkeerstekens 1990 geen voorrang aan die [slachtoffer] heeft verleend en<?linebreak?>- daardoor tegen die [slachtoffer] is aangebotst , ten gevolge waarvan<?linebreak?>die [slachtoffer] is overleden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straffen </title>
    <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon, de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft een ongeval veroorzaakt. Zij is een rotonde opgereden, heeft een afslag genomen en daarbij geen voorrang verleend aan het op het zebrapad overstekende slachtoffer. Zij heeft het slachtoffer aangereden en als gevolg hiervan overleden. Hierdoor is een leven verloren gegaan en daarmee is diep en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van het slachtoffer. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf of afdoening vanuit het perspectief van de nabestaanden recht doet aan het leed van de nabestaanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegelijkertijd verliest de rechtbank niet uit het oog dat de verdachte nooit een aanrijding heeft willen veroorzaken, zeker niet met deze gevolgen. Het ongeval heeft ook op de verdachte diepe indruk gemaakt. Vanaf het eerste politiecontact is dat duidelijk geworden en ook op zitting heeft zij berouw getoond. Zij is na het ongeval haar baan verloren en in behandeling gegaan voor traumaklachten als gevolg van het ongeval. Inmiddels heeft zij een nieuwe baan en daarvoor haar rijbewijs nodig. Daarnaast heeft zij twee jonge kinderen en is zij momenteel in verwachting van haar derde kindje. De rechtbank heeft verder in een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 maart 2025 gezien dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank een geldboete van na te noemen hoogte opleggen. Rekening houdend met de draagkracht van de verdachte, staat de rechtbank termijnbetaling toe zoals hierna bepaald. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen. Gelet op het werk en de gezinssituatie van de verdachte zal de rechtbank deze ontzegging geheel voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe haar ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro</emphasis>), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering wordt gebracht, zodat een geldboete van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), subsidiair 9 (negen) dagen hechtenis resteert;<?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat de <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> in 4 (vier) gedeelten van <emphasis role="bold">€100,00 (honderd euro</emphasis>) en 1 (één) gedeelte van <emphasis role="bold">€ 50,00 (vijftig euro</emphasis>) mag worden voldaan; de termijn voor de betaling van het tweede en volgende gedeelte wordt gesteld op één maand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
      <para>de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J.C. Oord en G.P van de Beek, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 28 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, op of omstreeks 12 februari 2024, te Maassluis, als bestuurder van een<?linebreak?>motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld<?linebreak?>te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig<?linebreak?>roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend<?linebreak?>en/of onachtzaam en/of met verwaarlozing van de te dezen geboden<?linebreak?>zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Laan<?linebreak?>van 1940-1945 en/of de P.C. Hooftlaan,<?linebreak?>welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar, terwijl zij,<?linebreak?>verdachte, de rotonde – gelegen op de Laan van 1940-1945 – verliet in de richting<?linebreak?>van de P.C. Hooftlaan,<?linebreak?>- een of meer mobiele telefoon(s) heeft bediend en/of haar blik (continu) gericht<?linebreak?>hield op die mobiele telefoon(s) en/of (aldus doende) haar aandacht niet<?linebreak?>voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of<?linebreak?>- haar snelheid niet zodanig heeft aangepast dat zij, verdachte haar motorrijtuig tot<?linebreak?>stilstand kon brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte, de weg kon<?linebreak?>overzien en/of waarover die weg vrij was en/of<?linebreak?>- zich niet of in onvoldoende mate ervan heeft vergewist dat zich geen voetgangers<?linebreak?>op/nabij de op de P.C. Hooftstraat gelegen voetgangersoversteekplaats bevonden<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (vervolgens) die voetgangersoversteekplaats is opgereden en/of niet, althans niet<?linebreak?>tijdig heeft opgemerkt dat een voetganger, te weten [slachtoffer] , doende was van die<?linebreak?>oversteekplaats voor voetgangers, bezien vanuit verdachtes rijrichting, van rechts<?linebreak?>naar links gebruik te maken en/of<?linebreak?>- (aldus), in strijd met artikel 49 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en<?linebreak?>Verkeerstekens 1990 geen voorrang aan die [slachtoffer] heeft verleend en<?linebreak?>- daardoor tegen die [slachtoffer] is aangebotst en/of aangereden, ten gevolge waarvan<?linebreak?>die [slachtoffer] is overleden;<?linebreak?>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:<?linebreak?>zij, op of omstreeks 12 februari 2024 te Maassluis, als verkeersdeelnemer, namelijk<?linebreak?>als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor<?linebreak?>het openbaar verkeer openstaande weg, de Laan van 1940-1945 en/of de P.C.<?linebreak?>Hooftlaan, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd<?linebreak?>veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg/wegen<?linebreak?>werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,<?linebreak?>welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar, terwijl zij,<?linebreak?>verdachte, de rotonde – gelegen op de Laan van 1940-1945 – verliet in de richting<?linebreak?>van de P.C. Hooftlaan,<?linebreak?>- een of meer mobiele telefoon(s) heeft bediend en/of haar blik (continu) gericht<?linebreak?>hield op die mobiele telefoon(s) en/of (aldus doende) haar aandacht niet<?linebreak?>voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of<?linebreak?>- haar snelheid niet zodanig heeft aangepast dat zij, verdachte haar motorrijtuig tot<?linebreak?>stilstand kon brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte, de weg kon<?linebreak?>overzien en/of waarover die weg vrij was en/of<?linebreak?>- zich niet of in onvoldoende mate ervan heeft vergewist dat zich geen voetgangers<?linebreak?>op/nabij de op de P.C. Hooftstraat gelegen voetgangersoversteekplaats bevonden<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (vervolgens) die voetgangersoversteekplaats is opgereden en/of niet, althans niet<?linebreak?>tijdig heeft opgemerkt dat een voetganger, te weten [slachtoffer] , doende was van die<?linebreak?>oversteekplaats voor voetgangers, bezien vanuit verdachtes rijrichting, van rechts<?linebreak?>naar links gebruik te maken en/of<?linebreak?>- (aldus), in strijd met artikel 49 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en<?linebreak?>Verkeerstekens 1990 geen voorrang aan die [slachtoffer] heeft verleend en<?linebreak?>- daardoor tegen die [slachtoffer] is aangebotst en/of aangereden, ten gevolge waarvan<?linebreak?>die [slachtoffer] is overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>