<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T12:47:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11412450 CV EXPL 24-29286</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6750">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T12:42:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6750 Rechtbank Rotterdam , 28-03-2025 / 11412450 CV EXPL 24-29286</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6750:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeringsovereenkomst. Betalingsachterstand wordt niet betwist. Gedaagde betwist de opeisbaarheid van de vordering. Incassokosten worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6750:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11412450 CV EXPL 24-29286</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 28 maart 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Leiden,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 21 oktober 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Zilveren Kruis van 27 februari 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen Zilveren Kruis en [gedaagde] is een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] een eigen risico en/of een eigen bijdrage betalen wanneer hij ziektekosten maakt en Zilveren Kruis deze kosten voorschiet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] ziektekosten gemaakt en komt daarvan een bedrag van € 317,44 aan eigen risico / eigen bijdrage voor rekening van [gedaagde] . [gedaagde] heeft dit bedrag niet betaald. Zilveren Kruis eist daarom dat hij in deze procedure wordt veroordeeld om dit bedrag te betalen met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] geeft aan dat de vordering klopt maar dat hij in de veronderstelling was dat hij met Zilveren Kruis een afbetalingsregeling overeen was gekomen. Verder geeft [gedaagde] aan dat hij geen veertiendagenbrief heeft ontvangen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 317,44 aan Zilveren Kruis betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] nog € 317,44 moet betalen aan Zilveren Kruis. De kantonrechter begrijpt uit de stelling van [gedaagde] dat hij een betalingsregeling heeft getroffen dat hij de opeisbaarheid van de vordering betwist, in die zin dat Zilveren Kruis gedurende de betalingsregeling niet het gehele bedrag in één keer kan opeisen. [gedaagde] heeft ter onderbouwing een e-mailbevestiging van Zilveren Kruis van 21 mei 2024 overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft bij nadere akte toegelicht dat [gedaagde] in mei 2024 inderdaad een aanvraag heeft gedaan tot het gespreid betalen van zijn eigen risico. Deze aanvraag ziet echter op het zorgjaar 2025. Deze aanvraag staat daarom geheel los van de onderhavige vordering. De vordering in deze procedure ziet namelijk op ziektekosten die zijn gemaakt in het jaar 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat het verweer van [gedaagde] dat de vordering waarop deze procedure ziet, niet ineens opeisbaar is omdat een betalingsregeling is getroffen, onvoldoende is onderbouwd en daarom niet slaagt. Dat betekent dat [gedaagde] wordt veroordeeld om (ineens) € 317,44 aan Zilveren Kruis te betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Zilveren Kruis heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten de vordering te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). De brief heeft pas werking als deze [gedaagde] heeft bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft betwist dat hij de veertiendagenbrief van 23 juli 2024, waar Zilveren Kruis zich op beroept, heeft ontvangen. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv ligt het dan op de weg van Zilveren Kruis om nader te onderbouwen dat [gedaagde] de brief heeft ontvangen. Zilveren Kruis heeft dit niet (genoeg) gedaan. Dat de brief is verstuurd naar het adres van [gedaagde] zoals vermeld in het BRP-uittreksel is onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] de brief daadwerkelijk heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rente (die, zoals Zilveren Kruis onbetwist heeft gesteld, tot 21 oktober 2024 € 10,17 bedraagt) wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Zilveren Kruis moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 205,- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 513,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 327,61 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 317,44 vanaf 21 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 513,39;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>64362</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>