<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6724</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T12:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11596168 CV EXPL 25-6041</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6724">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6724</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-10T15:41:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6724 Rechtbank Rotterdam , 13-06-2025 / 11596168 CV EXPL 25-6041</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6724:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde huurt een woning van eiseres en heeft een huurschuld in deze zaak en ook nog een oude huurschuld in een eerdere zaak. Ze erkent de schulden en wil een betalingsregeling. De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst voorwaardelijk: als gedaagde voortaan elke maand op tijd de huur én minimaal € 300 aflost, mag ze blijven in de woning. Bij een betalingsachterstand volgt alsnog ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6724:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11596168 CV EXPL 25-6041</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 13 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Hef Wonen</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 maart 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord van 26 maart 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mail van [gedaagde] van 7 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere producties van Hef Wonen van 10 april 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mail van [gedaagde] van 22 april 2025, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Hef Wonen van 12 mei 2025, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mails van [gedaagde] van 26 mei en 27 mei 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 26 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was aanwezig mr. J.A. Wesdijk namens Hef Wonen. [gedaagde] is niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt sinds 30 maart 2012 de woning aan de [adres] in Rotterdam (hierna: de woning) van Hef Wonen. De huur is nu € 642,21 per maand. Tot en met mei 2025 is er een huurachterstand van € 5.128,23. Hef Wonen eist dat [gedaagde] die huurachterstand met rente, proceskosten en de lopende huur betaalt. Zij wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat de woning wordt ontruimd. Voorts heeft Hef Wonen een eerder gewezen verstekvonnis van 25 augustus 2017 met zaaknummer 6207287 \ CV EXPL 17-26925 overgelegd waarin [gedaagde] – onder meer – is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met bijkomende kosten. Volgens Hef Wonen is aan dit vonnis niet (volledig) voldaan en staat er op dit moment nog een bedrag van € 4.355,73 open.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de huurschuld en geeft aan dat deze is ontstaan door persoonlijke en financiële problemen, waaronder ziekte, verlies van werk en het ontbreken van familie of ondersteuning. Ze heeft inmiddels weer een baan en wil graag een betalingsregeling treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter komt tot het oordeel dat [gedaagde] de huurachterstand met bijkomende kosten en de lopende huur moet betalen. De kantonrechter mag een huurovereenkomst alleen ontbinden als de huurachterstand ernstig genoeg is. Meestal is een achterstand van meer dan drie maanden genoeg, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden.<footnote-ref linkend="_6a1d63f3-5e5b-4498-b66b-07163655ae34" />De hoogte van de huurachterstand, mede in het licht van de eerdere huurachterstand, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel de gevraagde ontbinding en ontruiming. Omdat [gedaagde] echter een inwonend minderjarige kind heeft (6 jaar oud), en een ontruiming voor minderjarige kinderen een zeer ingrijpende maatregel is, met verstrekkende gevolgen, heeft de kantonrechter ter zitting met Hef Wonen de door [gedaagde] aangeboden betalingsregeling besproken en voorgesteld om de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk toe te wijzen. Hef Wonen heeft ter zitting met dit voorstel ingestemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de huurovereenkomst voorwaardelijk wordt ontbonden, op voorwaarde dat [gedaagde] de lopende huur op tijd betaald en (minimaal) € 300,- per maand (naast de lopende huur) betaalt, tot zowel de huidige als oude schuld is afgelost. [gedaagde] heeft voorafgaand aan de zitting schriftelijk aangeboden om dit bedrag maandelijks naast de lopende huur te gaan betalen. Als [gedaagde] zich niet houdt aan die betalingsregeling of vanaf nu tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betaalt, eindigt de huurovereenkomst en moet zij de woning verlaten. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De totale schuld in deze zaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat de totale schuld van [gedaagde] aan Hef Wonen in deze zaak op het moment van de zitting € 6.796,62 bedraagt. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:</para>
        <para>huurachterstand t/m mei 2025		€ 5.128,23</para>
        <para>rente tot 7 maart 2025 			€    301,94</para>
        <para>proceskosten				<emphasis role="underline">€ 1.366,45  +</emphasis></para>
        <para>					€ 6.796,62</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] wordt veroordeeld dit bedrag aan Hef Wonen te betalen. De kantonrechter merkt op dat de laatste betaling op 24 april 2025 heeft plaatsgevonden. Als [gedaagde] de huur over mei 2025 inmiddels heeft betaald, komt dit bedrag in mindering op hierboven genoemd bedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft te kennen gegeven een betalingsregeling te willen treffen, waarmee Hef Wonen ter zitting akkoord is gegaan. Dat betekent dat [gedaagde] de schuld in deze zaak van € 6.796,62 en de schuld in de oude zaak (2017) van € 4.355,73 niet in één keer aan Hef Wonen hoeft te betalen, zolang zij zich aan de regeling houdt en vanaf vandaag de huur op tijd betaalt (telkens voor de eerste van de maand). Daarbij geldt dat betalingen moeten worden gedaan onder vermelding van beide dossiernummers van de gemachtigde van Hef Wonen. Het dossiernummer in deze zaak is ‘ [dossiernummer 1] ’ en het dossiernummer in de oude zaak (2017) is ‘ [dossiernummer 2] ’.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(Voorwaardelijke) ontbinding huurovereenkomst en ontruiming van de woning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Zoals hiervoor al is geoordeeld wordt gevraagde ontbinding voorwaardelijk toegewezen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] zich niet houdt aan de betalingsregeling of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betaalt. Zij moet dan ook rente betalen over het totale bedrag dat op dat moment open staat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontruiming van de woning en gebruiksvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Als de huurovereenkomst eindigt, moet [gedaagde] de woning met al haar spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de ontbindingsdatum (zie hierna 3.4). Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] dan een gebruiksvergoeding van € 642,21 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en [gedaagde] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen € 6.796,62 te betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat Hef Wonen het hiervoor genoemde bedrag niet ineens kan opeisen zolang [gedaagde] :</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>vanaf 1 juli 2025 elke maand voor de eerste dag van de maand (minimaal) € 300,- aflost; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>iedere maand op tijd betaalt (dus voor de eerste van de maand, dat wil zeggen: voor 1 juli 2025 moet de maand huur voor de maand juli 2025 zijn betaald);</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en, als [gedaagde] een maandelijkse aflossingstermijn of de huur tijdens de aflosperiode niet of te laat betaalt:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] het bedrag dat op dat moment open staat direct in één keer aan Hef Wonen moet betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf dat moment tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen Hef Wonen en [gedaagde] met ingang van de dag nadat [gedaagde] de maandelijkse termijn of de huur tijdens de aflosperiode niet op tijd heeft betaald en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na die datum de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen en de sleutels bij Hef Wonen in te leveren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen te betalen € 642,21 per maand, althans het periodieke bedrag dat naar wettelijke bepalingen als huurprijs geldt voor het gehuurde, met ingang van de maand waarin de huurovereenkomst is ontbonden tot en met de maand waarin de woning is ontruimd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6a1d63f3-5e5b-4498-b66b-07163655ae34" label="1">
    <para> Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>